Persoonlijke instellingen

Basis railsystemen

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Peter Korsten


Modeltreinen krijgen hun spanning, die ze doet rijden, via de rails. Bij elektriciteit zijn er altijd twee polen en bij modeltreinen zijn dat de spoorstaven. Twee polen, twee spoorstaven: dit is het Tweerail-systeem. Alle schalen gebruiken het Tweerail-systeem, maar in de schaal H0 is er een alternatief: het Drierail-systeem. Dit artikel bespreekt de kenmerken en verschillen van beide systemen in de schaal H0.


Tweerail en Drierail

Hoewel er gesproken wordt over het 'Drierail-systeem', is deze term niet helemaal correct.
In feite gaat het om twee spoorstaven met puntcontacten in het midden. Waar bij Tweerail, beide
spoorstaven elektrisch gescheiden zijn, zijn ze bij Drierail elektrisch verbonden en vormen de puntcontacten de andere pool.


Het Tweerail-systeem

US model railroad 03.jpg
Afbeelding 01
Tweerailbaan naar Amerikaans voorbeeld
Bron: Wikimedia Commons CCimage.jpg

Maerklin v160 aus 29825.JPG
Afbeelding 02
Rails van Märklin waar de puntcontacten zichtbaar zijn
Bron: Wikimedia Commons CCimage.jpg
 

Het Tweerail-systeem is het meest wijdverbreide systeem. Bij dit systeem zijn de twee polen elk op een spoorstaaf aangesloten en wordt de stroom via de wielen opgenomen. Deze wielen zijn elektrisch van elkaar gescheiden en men spreekt dan over geïsoleerde assen.
Vrijwel alle fabrikanten richten zich voornamelijk op dit systeem en het heeft daardoor de grootste verscheidenheid aan zowel rails als materieel. Door het ontbreken van de puntcontacten ogen de rails ook het meest natuurlijk.

Daartegenover staat dat het systeem enkele beperkingen met zich meebrengt. Het aanleggen van een keerlus (zie: 'Meer informatie') of een keerdriehoek, waarbij een trein weer op hetzelfde spoor terechtkomt, maar dan in tegengestelde richting, is niet zonder meer mogelijk. Hier is een elektronische schakeling voor nodig, omdat er anders kortsluiting ontstaat in de keerlus. U kunt ook simpelweg besluiten om geen keerlus aan te leggen, aangezien het in het echt ook nauwelijks voorkomt.

Ook is aanwezigheidsdetectie van rijtuigen en wagens, die normaal gesproken geen stroom verbruiken, niet zo gemakkelijk. Dat zou kunnen door middel van het aanbrengen van een weerstand tussen de wielen, of door het gebruik van weerstandslak, die aangebracht wordt over de wiel-isolatiebus(sen). Die aanwezigsheidsdetectie wordt nog wat ingewikkelder wanneer er een digitaal systeem wordt gebruikt.

Tenslotte is dit systeem gevoeliger voor vervuiling. De rails moeten in ieder geval goed schoongehouden worden, maar bij Tweerail leiden vuile rails sneller tot haperend rijden dan bij Drierail.


Het Drierail-systeem

Het Drierail-systeem is weliswaar populair, maar niet zo wijdverbreid als het tweerailsysteem.
Bij dit systeem wordt de stroom afgenomen via de wielen en via een zogenaamde 'middensleper', die contact maakt met de puntcontacten. De puntcontacten zijn kleine metalen stripjes die in het midden van de rails vanuit de bielzen uitsteken.(De benaming 'puntcontacten' wordt ook wel afgekort tot 'puco's').

De drijvende kracht achter dit systeem is de fabrikant Märklin. Märklin produceert uitsluitend Drierail-modellen en -rails, maar een aantal modellen wordt voor het tweerailsysteem onder de merknaam Trix (voorheen: Hamo) uitgebracht. Märklin is ook de enige fabrikant van rails voor het Drierail-systeem. Aan de andere kant brengen vrijwel alle tweerailfabrikanten een aantal van hun modellen voor het Drierail-systeem uit. Maar het aanbod van materieel is kleiner dan voor het tweerailsysteem, iets dat vooral tot uiting komt bij kleinseries en kits, modellen die men zelf moet bouwen.

Aangezien Märklin als enige de rails voor Drierail verkoopt, is de keuze ook relatief beperkt. (Weliswaar is het mogelijk om zelf zulke rails te bouwen, maar dat wordt zelden gedaan en is zo lastig dat het buiten het bestek van dit artikel valt). De bielzen zijn vrij hoog en de bogen zijn doorgaans aan de krappe kant. Die krappe bogen betekenen weer dat lang materieel niet altijd door deze bogen kan. De fabrikanten vonden de oplossing voor dit probleem door hun modellen in de lengte in te korten. Voor de lengte werd bijvoorbeeld schaal 1:100 toegepast, waarbij de breedte en hoogte 1:87 (schaal H0) bleven. Modellen werden hierdoor in feite te kort; een standaardrijtuig dat 303 mm lang behoorde te zijn, werd slechts 264 mm lang. Aangezien de laatste jaren steeds meer materieel met een correcte lengte op de markt komt, is dat iets om rekening mee te houden.

Plastico Märklin.jpg
Afbeelding 03
Modelbaan met Märklin-rails
Bron: Wikimedia Commons CCimage.jpg

Trix-Express-Anlage2.jpg
Afbeelding 04
Trix Express-rails; de derde rail is duidelijk zichtbaar
Bron: Wikimedia Commons CCimage.jpg
 

Samen met de puntcontacten betekent bovenstaande dat, indien een hoog realiteitsgehalte een doel is, het Drierail-systeem niet de beste keus is.

Bij wissels en kruisingen moet de middensleper over de rails (die immers een tegengestelde polariteit hebben) heen getild worden. De puntcontacten zijn daar hoger en bij lichte modellen kan dit er toe leiden dat de locomotief blijft steken.

Daartegenover staat dat keerlussen en -driehoeken zonder enig probleem gebouwd kunnen worden, dat aanwezigheidsdetectie van alle materieel kinderlijk eenvoudig is (ook bij digitaal rijden) en dat het systeem minder gevoelig is voor vuile rails dan Tweerail.


Trix Express

Er bestaat trouwens nog een systeem dat daadwerkelijk drie spoorstaven heeft, namelijk 'Trix Express'. Dit is een oud systeem, dat niet uitwisselbaar is met, wat normaal gesproken onder 'Drierail' wordt verstaan. Mocht er een partij rails of -materieel van dit oude systeem worden aangeboden, let er dan op dat dit niet voor een Drierailbaan gebruikt kan worden.


Ombouwen

Modellen die geen stroom verbruiken, zoals vrijwel alle goederenwagens, kunnen zonder meer omgebouwd worden van het ene systeem naar het andere. Dit gebeurt door de assen om te wisselen.
De niet-geïsoleerde assen van het Drierail-systeem zullen op een Tweerailbaan tot kortsluiting leiden. Hoewel het omgekeerde niet het geval is, is het beter om toch niet-geïsoleerde assen in een Tweerail-model te plaatsen, omdat Tweerail-assen een fractie breder zijn, wat tot ontsporingen kan leiden. Bovendien werkt detectie op een Drierailbaan niet met geïsoleerde assen. Vaak is een winkelier bereid deze omwisseling gratis te doen.

Voor modellen die wél stroom gebruiken, maar geen motor hebben, ligt het er een beetje aan. Als het rijtuigen zijn die stroom afnemen voor binnenverlichting, kan het ombouwen eenvoudig zijn. Als er een functiedecoder in zit om het licht of andere functies op afstand aan- en uit te zetten, wordt het al wat ingewikkelder. Dan moet er een middensleper geplaatst of juist verwijderd worden en waarschijnlijk moet er ook een andere decoder in. Dat loopt al snel in de papieren en dan dringt de vraag zich op of het wel de moeite waard is en of het niet eenvoudiger is om een model voor het juiste systeem te kopen en het oude model te verkopen.

Bij - door een motor aangedreven - railvoertuigen, zoals locomotieven en treinstellen wordt het nog iets ingewikkelder. Het kan wel, en het is doorgaans gemakkelijker om een Tweerail-model om te bouwen naar Drierail, dan andersom. Bovendien zijn er bijzonder weinig modellen die alleen in Drierail-uitvoering te koop zijn. Maar ook hier moet worden nagegaan of het niet eenvoudiger is om een nieuw model voor het juiste systeem te kopen.


Gelijkspanning en wisselspanning?

Vaak worden de termen 'gelijkstroom' en 'wisselstroom' gebruikt, daar waar er eigenlijk over respectievelijk Tweerail en Drierail gesproken zou moeten worden. Dit is een verschil van oudsher, toen Tweerail-modellen op gelijkspanning reden en Drierail-modellen op wisselspanning.

Niets houdt echter iemand tegen om wisselspanning op een Tweerailbaan te gebruiken of gelijkspanning op een Drierailbaan. Bovendien worden veel banen tegenwoordig digitaal bereden, waarbij zowel de Tweerail- als de Drierailbanen een vorm van 'Digitale spanning' gebruiken.

De termen 'gelijkstroom' en 'wisselstroom' zijn in de loop de jaren zo ingeburgerd, dat ze hier vermeld worden om onduidelijkheid te voorkomen.


Welk systeem is het beste?

Die vraag is onmogelijk te beantwoorden, omdat het ligt aan welke prioriteiten u stelt. Beide systemen hebben zo hun voor- en nadelen; ze hebben ook hun aanhangers, waarbij vooral Drierail-rijders aan het merk Märklin hechten. De vraag 'maar wat moet ik nou kiezen?' leidt dan ook meestal tot verhitte discussies, overigens zonder een duidelijke conclusie.

De keuze wordt meestal toevallig gemaakt: men koopt een startset, of krijgt er één cadeau en houdt aan dat systeem vast. Dus als de startset van Märklin is, is er een goede kans dat men aan het Drierail-systeem blijft vasthouden; is de startset echter van Roco, Piko of Fleischmann, dan zult u eerder bij Tweerail blijven. Vandaar dat het belangrijk is om, alvorens men met de hobby begint, eens goed na te gaan waar men de prioriteiten legt, want later overstappen op een ander systeem zal hoe dan ook veel kosten met zich meebrengen.



Meer informatie

Encyclopedie:
Diverse keerlus-oplossingen.
(Tweerail- of Drierail).
Beneluxspoor.net:
over Tweerail- en Drierail.


Gerelateerde termen: Marklin, Maerklin, Mærklin



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie