Persoonlijke instellingen

Centrale voedingsleiding

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Ronald Koerts - Update door Fred Eikelboom


Dit is een onderwerp dat bij beginners veel vragen oproept. Van 'wat is een ringleiding of centrale voedingsleiding?' tot 'Hoe moet ik een ringleiding aanleggen?' . Vroeger werd 'digitaal' verkocht met de opmerking dat 'maar twee draden genoeg waren om de gehele modelbaan aan te sluiten en te besturen'. Helaas is dat, o.a. door de komst van wissel- en schakeldecoders en bezetmelders, niet meer het geval; u heeft meerdere draden nodig om uw digitale baan te besturen. In dit artikelen proberen wij wat nadere uitleg te geven over ringleidingen oftewel centrale voedingsleidingen.

Ringleiding of centrale voedingsleiding?

De term 'ringleiding' dekt eigenlijk niet de gehele lading. Een andere term die gebruikt wordt is dan ook Centrale Voedingsleiding, afgekort CVL.
Een ringleiding loopt namelijk vaak niet rond, maar meestal meer in de vorm van een boom, dus lijkt het meer op een stam met aftakkingen.

E10.14-01.jpg
Afbeelding: 01
Voorbeeld ringleiding met bezetmelders
Foto gemaakt door: Martin de Deugd

Waarom een ringleiding of centrale voedingsleiding gebruiken?

Het gebruiken van een centrale voedingsleiding zorgt voor een beter treinbedrijf op uw baan. Het is niet zo dat kleine modelbanen geen centrale voedingsleiding nodig hebben en grote banen juist wel. Een kleine baan kan juist ook baat hebben bij een centrale voedingsleiding. Ook bij het bouwen met modules kan het heel gemakkelijk zijn om een centrale voedingsleiding te gebruiken. Er zijn ook Normen voor het aanleggen van een centrale voedingsleiding bij modules.

Mag een centrale voedingsleiding rondlopen?

Daarover verschillen nog de meningen. Het is echter aan te bevelen om een centrale voedingsleiding niet rond te laten lopen. Dit, omdat een gesloten leiding kan werken als een 'afgestemde ontvangst-antenne' en daardoor gevoelig kan zijn voor stoorsignalen. In de versterkertechniek wordt er (indien mogelijk) altijd voor gezorgd dat er geen aardlussen ontstaan, omdat die leiden tot zeer ernstige brom in de versterker (dit verschijnsel noemt men motorboating). Dit kan in ernstige gevallen leiden tot onherstelbare vernieling van een eindtrap. Om dit probleem bij de, soms onvermijdbare, aardlussen op te lossen, wordt een weerstand van 100 tot 220 Ω tussen de beide uiteinden van de aardlus gemonteerd.
Het is dus het beste, zeker wanneer u gebruik maakt van flatcable bij een S88 terugmeldsysteem, om bij een gesloten CVL ook een weerstand van 100 tot 220 Ω tussen de beide uiteinden van de lus te monteren. Zo worden eventuele stoorsignalen sterk verzwakt en kunnen dan geen schade meer aanrichten of storen op de platte S88 kabel. Vergeet dan niet om ook in de doorgaande spoorstaaf (die ook een gesloten lus is!) een identieke weerstand op te nemen (isolatielas in de doorgaande spoorstaaf en aan de uiteinden van de spoorstaven een draadje solderen en beide draadjes naar de 2e weerstand onder de treintafel leiden).

De vorm van de CVL

De meest gebruikte vorm is een stam met aftakkingen, dit is voor de meeste banen de geschikte vorm. Ook is het aanleggen van de CVL in ster-vorm een mogelijkheid.

Hoeveel draden heeft een centrale voedingsleiding?

Dat ligt er aan hoeveel (en wat) u wilt aansluiten op een voedingsleiding. Voor iedere functie van de centrale voedingsleiding heeft u extra draden nodig. Hieronder volgt een overzicht van de meest gebruikte functies voor de centrale voedingsleiding:

Voeding van de rails

Voor de voeding van de rails zijn twee draden nodig. Hierop staat het (digitale) signaal. De meest gebruikte kleuren voor deze twee draden zijn: Bruin voor de massadraad en Rood voor de signaaldraad.

Voeding van de ongedetecteerde stukken rails

Deze voedingsdraad is alleen nodig wanneer u Tweerail digitaal gebruikt en bezetmelders als terugmelding gebruikt. In deze draad wordt een diodeschakeling opgenomen. Aan één draad van de diodeschakeling kunnen dan alle ongedetecteerde stukken van de modelbaan aangesloten worden. De andere draad vanaf de diodeschakeling gaat naar de rode draad van de centrale. De kleur van de draad naar de diodeschakeling is meestal een aparte kleur zoals groen of blauw. Zie het artikel Diodeschakeling bij 'Meer informatie'.

Voeding diverse decoders baanbesturing

De meeste decoders (wisseldecoders en seindecoders) hebben een extra aansluiting om stroom van een extra transformator te gebruiken (externe voedingspanning). Door de extra aansluiting hoeft u geen 'dure' digitale stroom te gebruiken voor het omzetten van de wissels en/of seinen. Meestal wordt deze stroom geleverd door een oude analoge treintransformator met een wisselspanning-uitgang. U kunt eventueel daarvoor ook een bekende blauwe Märklin analoge transformator gebruiken. De twee draden voor deze voeding hebben meestal de kleuren wit en zwart.

Voeding verlichting gebouwen en straatverlichting

Het geeft een sfeervolle uitstraling wanneer de gebouwen verlicht zijn en de straatverlichting aan is op de modelbaan. Deze verbruikers moeten allemaal gevoed worden. Nu is het vrij simpel om - als u toch aan het draden trekken bent - een tweetal extra draden mee te nemen.

Resumé

Als we alle functies d.m.v. de centrale voedingleiding willen voeden, dan hebben we het volgende aantal draden nodig:

  • 2 draden voor de railspanning;
  • 1 draad voor ongedetecteerde secties;
  • 2 draden voor voeding decoders;
  • 2 draden voor verlichting gebouwen en straatverlichting;
  • 7 draden totaal.
E10.14-06.jpg
Afbeelding: 02
Principeschema van de centrale voedingsleiding
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Kan het met minder draden?

Ja en nee. In principe kan het met minder draden, wanneer de digitale centrale die u heeft, gebruikt maakt van het zogenaamde 'Common Ground'-principe, oftewel gezamenlijke (of gemeenschappelijke) massa. Hierbij mogen alle massadraden vervangen worden door één gezamelijke massadraad.

Let-op.jpg
  LET OP

Alle massadraden vervangen worden door één gezamelijke massadraad mag alléén als uw digitale centrale hier geschikt voor is.
Dit wordt 'Common ground' genoemd. Lees daarvoor de handleiding van uw digitale centrale!

Welke draadsoort te gebruiken?

U kunt in principe iedere elektro-kabel of -draad gebruiken. Voor de hoofdaders zijn dikkere aders beter. Door het gebruik van dikkere aders voorkomt u (teveel) spanningsverlies in de centrale voedingsleiding. Dat uit zich vooral in een lagere spanning aan het eind van de centrale voedingsleiding en dus ook in een lagere spanning op de rails.

E10.14-02.jpg Draad-Conrad605905.jpg
Afbeelding: 03 Afbeelding: 04
Installatiedraad Modelspoordraad
Bron: conrad.nl Bron: conrad.nl

Hoofdaders

Voor de hoofdaders is stug installatiedraad, ook wel VD-draad of schakeldraad genoemd, het gemakkelijkst te gebruiken. Het is in meerdere kleuren en in een aantal diktes, zoals 1,5 mm² en 2,5 mm² te verkrijgen, o.a. bij de bekende bouwmarkten.

Aansluitingen

Voor de draden naar de rails, decoders en verlichting (lampjes en/of LEDs) kunt u gewoon standaard modelspoorkabel of -draad van bijvoorbeeld 0,14 mm² te gebruiken.

Aanleg centrale voedingsleiding

Het aanleggen van een centrale voedingleiding is heel eenvoudig. U heeft geen bijzondere materialen en/of -gereedschappen nodig. Een goede (zij)kniptang, schroevendraaiers, een soldeerbout (en harskern-soldeertin), een mesje, kroonstenen en schroefjes zijn voldoende.

Bevestigen

U kunt bijvoorbeeld vrij eenvoudig het installatiedraad met kroonstenen aan de onderbouw bevestigen. Met de kroonstenen kunnen ook eventueel de draden wat meer gespannen worden. Let op dat de draad met isolatie door de kroonsteen heen kan. De kleinere draden kunnen bijvoorbeeld met de kabelhouders van Conrad onder de baan geplakt worden.

E10.14-05.JPG E10.14-04.jpg
Afbeelding: 05 Afbeelding: E10.14-06
Voorbeeld kroonstenen en kabelhouders Voorbeeld centrale voedingsleiding
Foto gemaakt door: Ronald Koerts Foto gemaakt door: Beneluxspoor Forumgebruiker Ferry!

Aansluitingen

Een aansluitingen maken op de hoofdaders, zoals bij het gebruik van installatiedraad, betekent het draad vrij maken van isolatie. Op de plek waar de koperkern vrij is van isolatie kunt u een aftakking aan de hoofdader solderen. Zorg er daarbij wel voor dat de draden na het solderen - dus tijdens het afkoelen - niet kunnen bewegen, anders krijgt u een zogenaamde koude las. De verbinding kan dan weer losgaan, en tevens loopt u de kans dat u zeer moelijk te vinden storingen in de voedingsaansluitingen krijgt.

Wisseldecoders zonder aansluiting voor een hulpvoeding

Er zijn wisseldecoders, zoals de Roco 10775, zonder extra aansluiting voor een hulpvoeding. Deze wisseldecoders krijgen zowel het digitale signaal, als de spanning voor het omzetten van de wissels op één ingang. Met gebruik van meerdere wisseldecoders van dit type tegelijkertijd, is het verstandig om een extra aparte versterker, met eigen transformator (afgekort: 'trafo') aan te schaffen en deze versterker te koppelen aan het digitale systeem. Dan kunt u de wissels aansluiten op hun eigen CVL met digitale spanning.


Meer informatie

Externe website:
Beneluxspoor.net:
Voorbeeld van een Centrale Voedingsleiding.
het aansluiten van de bedrading.

Gerelateerde termen: Marklin, Maerklin, Mærklin



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 26 dec 2017 18:03 (CET)