Persoonlijke instellingen

Inleiding digitale baanbesturing

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteurs: Fred Stevens en Alfred Oosting - Bewerkt door Fred Eikelboom


Digitaal versus analoog

Om een goed beeld te verkrijgen van een digitale besturing, kijken we eerst eens naar de verschillen tussen digitaal en analoog. Voordat we treinen digitaal konden besturen, zo'n 30 jaar geleden (medio 1985), was analoge besturing de enige mogelijke wijze.

Analoog

Bij een analoog bestuurde modelspoorbaan worden de treinen bestuurd door het variëren van de spanning op de rails. De loc of het treinstel pikt die spanning via de wielen op en zal, al naar gelang de hoogte van die spanning, sneller of langzamer rijden. Het regelen van deze spanning gebeurde meestal met een regelbare transformator. Deze methode is eenvoudig, maar ook zéér beperkt.

SignaalAnaloog.gif
Afbeelding: 01
Vorm van het analoge signaal
Foto gemaakt door: Fred Stevens

Een kenmerkend nadeel van deze methode is te zien aan het gedrag van de verlichting in de loc of de trein. Deze zal immers afhankelijk van de hoogte van de aangeboden spanning helder of zwak oplichten. Bovendien biedt deze methode weinig mogelijkheden om meer dan één trein te besturen. Immers, alle treinen op de rails zullen gaan rijden wanneer er spanning wordt aangeboden. Dit probleem kan worden opgelost door zogenaamde baanvakken (blokken) te maken, die elk met een afzonderlijke transformator geregeld worden. De trein die zich in een bepaald baanvak bevindt, kan zo afzonderlijk van de overige treinen bestuurd worden.

Digitaal

Vrijwel alle eerder bij analoog genoemde nadelen, zijn opgelost met een digitale besturing. De plaats op de baan, waar een loc, trein of treinstel zich bevindt, is nu niet meer bepalend voor de besturing. Elke loc, trein of treinstel kan op elke plaats van de baan - onafhankelijk van de andere gemotoriseerde railvoertuigen - bestuurd worden. Dit is mogelijk doordat elke loc, treinstel of trein, een eigen stukje elektronica bevat, de zogenaamde locdecoder, die een eigen adres heeft en die op basis van digitale commando's de locomotief bestuurt. De benodigde commando's worden nu niet meer via een regelbare transformator gegeven, maar via het zogenaamde digitale systeem, waarbij de aanstuur-electronica bestaat uit een centrale.
In tegenstelling tot de analoge besturing, wordt bij een digitale besturing continu een vaste spanning op de rails aangeboden. In die spanning zit het digitale signaal 'verstopt'. Door de draaiknop ‘verder open’ te draaien krijgt de locdecoder, via de rails, van de centrale een digitale opdracht om de pulsbreedte van de motoraansturing groter te maken, met als gevolg dat de motor sneller gaat draaien.
Andersom zal, bij het terugdraaien van de draaiknop, de centrale via de rails een digitaal signaal naar de decoder versturen met de opdracht om de pulsbreedte van de motoraansturing kleiner te maken, met als gevolg dat de motor gaat langzamer gaat draaien. Wélke loc aangestuurd wordt is afhankelijk van het loc-adres dat op de centrale gekozen is. Door de vaste spanning op de rails zal de verlichting in de loc, trein of treinstel nu wel continu met dezelfde helderheid oplichten. Of de loc dan rijdt of stilstaat is niet meer van belang.

Signaaldigitaal.gif
Afbeelding: 02
Vorm van het digitale signaal
Tekening gemaakt door: Fred Stevens

Extra's

Digitaal rijden biedt bovendien nog veel extra mogelijkheden. Zo kunnen per locomotief of -treinstel extra functies bediend worden. Denk daarbij aan verlichting, geluiden, rookgenerator of een ontkoppelaar. Maar ook vele andere objecten op de modelspoorbaan, zoals wissels, seinen e.d. kunnen met hetzelfde digitale systeem geregeld c.q. bediend worden. Een groot schakeltableau (schakelpaneel) met allerhande knoppen, toetsen, indicatielampjes en regelaars is daarbij volledig overbodig. U kunt natuurlijk ook, wanneer u dat wilt (bijvoorbeeld om kosten te besparen), de wissels via schakelaars op een schakeltableau bedienen, en de locs/treinstellen digitaal besturen.
Die keuze is aan u.

Let-op.jpg
  LET OP
Een waarschuwing: Sluit nooit twee centrales tegelijkertijd aan! Er kan maar één centrale de baas zijn en de digitale opdrachten versturen. Twee kapiteins op een schip gaat echt niet goed.

Toevoeging door Alfred Oosting;

Waar dient u rekening mee te houden bij de overstap van analoog naar digitaal?

Er zijn een aantal basisbeginselen waar u rekening mee moet houden:

  1. Alle soorten rails waarop u analoog rijdt, zijn ook zonder meer geschikt voor digitaal.
  2. Analoog rijden doet u met een regelbare spanning op de rails. Des te verder u aan de draaiknop draait, des te sneller gaat de loc, des te meer spanning staat er op de rails. Zo werkt bijvoorbeeld de Fleischmann nr. 6755 trafo of de Roco nr. 10788 trafo. Een analoge transformator is in de regel herkenbaar aan het feit dat hier alleen een draaiknop op zit.
  3. Digitaal rijden doet u met een constante spanning op de rails. Ongeacht hoe ver u de draaiknop van de regelaar bij een digitale baan verdraait, de spanning op de rails blijft constant. De loc rijdt wel sneller of langzamer, omdat de decoder de motor van meer, of minder, spanning voorziet. Dit kan de Fleischmann 6755 of Roco 10788 trafo niet, omdat deze geen digitaal signaal kan opwekken.
  4. Om digitaal te kunnen rijden moet de loc voorzien zijn van een decoder (signaal ontvanger/omzetter).
  5. Om digitaal te kunnen rijden moet u ook o.a. een digitale regelaar (signaal verzender) hebben. Dit is altijd een apparaat (een centrale genoemd) met een draaiknop, een aantal drukknoppen en een display. Zonder zo'n regelaar kunt u niets laten rijden.
  6. Oudere analoge locomotieven kunnen voorzien zijn van gloeilampjes voor de verlichting. Digitaal rijden gebeurt met een hogere (constante) spanning, circa 18V versus circa 14V bij analoog, dus zo'n 30% meer. Dit resulteert in veel hetere gloeilampjes, waardoor plastic kan verkleuren, smelten of in het ergste geval kan verbranden. Controleer bij het digitaliseren van een locomotief of treinstel altijd of de lampjes geschikt zijn voor deze hogere spanning (zie ook: 'Informatie over het aansluiten van lampen in een loc/treinstel' hieronder bij: 'Meer informatie'. Vervang bij twijfel de gloeilampjes door led-lampjes (mét ingebouwde voorschakelweerstand) met de juiste werkspanning of gloeilampjes die wel deze hogere spanning aan kunnen, of neem anders contact op met uw winkelier. Voor een gloeilampje maakt het niet uit of u digitaal of analoog rijdt. Leds moeten op gelijkspanning branden. Sluit u led-lampjes op AC (wisselspanning) aan, dan is de kans groot dat ze defect raken.
  7. Ditzelfde geldt ook voor rijtuigen met interieurverlichting, oudere rijtuigen kunnen ook voorzien zijn van gloeilampjes. Neem hiervoor dezelfde maatregelen als hierboven omschreven.
  8. Voor stuurstandrijtuigen gelden ook speciale regels. Bij een analoge situatie wisselt de verlichting (frontsein/sluitsein) al naar gelang de rijrichting. Bij digitaal werkt dit anders en derhalve kan een analoog stuurstandrijtuig niet zonder technische ingrepen gebruikt worden op een digitale baan. U dient het stuurstandrijtuig dan ook te digitaliseren, middels bijvoorbeeld een functiedecoder. Laat u bij twijfel voorlichten door uw winkelier.
  9. U kunt analoog en digitaal motorisch aangedreven materieel niet combineren. Plaats analoge locs op een analoge baan en digitale locs op een digitale baan.
  10. Enkele merken maken gebruik van een speciale aansluitrail, waar in een aantal gevallen een condensator tussen de aansluitconnectoren zit. Deze dient u te verwijderen, alvorens u met een digitaal systeem aan de slag gaat. Deze condensator vormt namelijk een soort 'kortsluiting' voor het digitale signaal, waardoor de decoders niet goed reageren. U dient de aansluitdraden van een digitaal systeem altijd rechtstreeks op de rails aan te sluiten.
  11. Bij analoge locs met een reeds ingebouwde rookgenerator zijn er ook een aantal aandachtspunten, vanwege de hogere spanning op de rails (zie: 'Rookgenerator aansluiten op een locdecoder' hieronder bij 'Meer informatie').

Wilt u dus digitaal gaan rijden, koppel dan alle analoge trafo's af van de baan en gebruik deze niet voor het rijden. De trafo's zijn nog wel prima te gebruiken voor bijvoorbeeld het voeden van verlichting of eventueel voor het voeden van wissels.
De rails van Lima, Roco/Fleischmann of Piko en vergelijkbare soorten, zijn geschikt voor Tweerail systemen met elektrisch gescheiden rails.
Märklin maakt gebruik van Drierail. Dat type rails is niet te combineren met Tweerail omdat de beide rails elektrisch verbonden zijn. De wielen van het rijdend materieel van Märklin zijn onderling niet elektrisch van elkaar geïsoleerd. Daarom kunt u het uitsluitend gebruiken op rails van Märklin, tenzij u wijzigingen aan uw materieel uitvoert.
Bij digitaal rijden moet elke locomotief een adres krijgen, zeg maar een soort rugnummer (bijvoorbeeld 05). Dit nummer moet ook in de bibliotheek van de regelaar (de centrale) ingevoerd worden. Zie deze regelaar als een soort coach; via deze regelaar stuurt u uw locs/treinstellen aan. Zo kunt u met meerdere locs tegelijktijdig rijden op de baan, in verschillende richtingen en met verschillende snelheden. Of u kunt één loc stilzetten en er met een andere loc naar toe rijden, om de locs te koppelen.

U vraagt zich af: 'Wat moet ik kopen om digitaal te kunnen rijden?'

  • Optie 1:

De meest voor de hand liggende optie is om te beginnen met een zogenaamde Digitale startset. Die is helemaal compleet, dus met een regelaar (centrale) en inclusief een loc met een decoder er in. Dan is het een kwestie van 'aansluiten en klaar', en hoeft u dus niet eerst zelf te knutselen om er een decoder in te bouwen. Bij een startset wordt ook rails meegeleverd, dit kan een andere type of merk zijn dan u al heeft. Afhankelijk van de hoeveelheid rails die u al heeft, kunt u de afweging maken om verder uit te breiden met de nieuwe rails uit de startset, of u besluit om met de huidige rails verder te gaan en deze nieuwe rails te verkopen.

  • Optie 2:

Er zijn ook losse digitale setjes te koop, bijvoorbeeld via internet of een winkelier. Een populair model is de Roco Multimaus. Zo'n set moet dan ten minste bestaan uit:

  • (originele) netvoeding;
  • booster (aansluiteenheid voor de MultiMaus-centrale, de trafo en de rails);
  • regelaar (de MultiMaus centrale);
  • kabel om de regelaar aan te sluiten op de booster;
  • kabel om de booster aan te sluiten op de rails.

Als optie zou het dan erg fijn zijn als de aanbieder/leverancier ook nog de instructieboekjes erbij heeft.
Schaf in dit laatste geval een locomotief (bijvoorbeeld van Piko of Roco/Fleischmann) aan in een winkel en vraag dan meteen of ze deze voor u willen 'digitaliseren'. Dan bouwt de winkelier er voor u een decoder in en test daarna de locomotief. U vraagt dan aan de winkelier welk decoder-adres de loc heeft en voegt daarna de loc thuis toe aan de bibliotheek van de regelaar, met hetzelfde adres en dan kunt u gaan rijden. Zo kunt u proefondervindelijk kijken hoe het allemaal werkt.
Koop daarna dan bijvoorbeeld nog een locomotief en neem dan eens de stap om er zelf een decoder in te zetten.


Meer informatie

Encyclopedie:
Externe website:
Overzicht boosters.
Meer aandachtspunten betreffende analoog en digitaal.



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 17 dec 2017 10.53 (CEST)