Persoonlijke instellingen

Monteren van ondervloer-wisselaandrijvingen

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Dick van der Knaap


Wissel voorzien van ondervloeraandrijving.

Dit verhaal is bedoeld voor alle types wissels (links, rechts, drieweg of Engels wissel) die van een ondervloeraandrijving worden voorzien. De meest gebruikte aandrijving is voorzien van een eenvoudig motortje, zoals bijvoorbeeld de firma Conrad in de handel brengt. Dit heet een motorische wisselaandrijving.

Stappenplan.

Een normaal links of rechts wissel heeft één 'toevoerspoor', en twee 'afvoersporen'. Een Engels wissel is, in feite, hetzelfde als twee wissels die met de aanvoersporen aan elkaar zitten. Het heeft dan ook meestal twee ondervloeraandrijvingen nodig.

1. Plaats van het wissel vastleggen

U begint met het gewoon uitleggen van het gewenste sporenplan. Daarbij maakt u gebruik van kant-en-klare railstukken en wissels, aangevuld met op maat gemaakte stukken flexrail. De rails worden tijdelijk, provisorisch, vastgelegd met, bijvoorbeeld, pushpins. Het is de bedoeling dat de wissels zodoende op de plaats komen, die ze ook later, na definitief leggen, zullen innemen.

2. Gat aftekenen

Stelbalk Aftekenen.png
Afbeelding: 01
Stelbalk aftekenen
Foto gemaakt door: Fred Eikelboom

De beide wisseltongen zijn met elkaar verbonden door middel van een balkje uit isolerend materiaal (de zogenaamde stelbalk). Normaal gesproken zit in het midden van deze dwarsverbinding een klein gaatje. Dat is bedoeld om later een draadje uit verenstaal op te nemen. Dat wordt bij de wisselaandrijving geleverd (bij de Conrad-aandrijving zijn, bijvoorbeeld, draadjes van 0,3 en 0,6 mm doorsnede bijgevoegd). Is dat gaatje niet aanwezig, dan wordt nu met een boormachientje met kleine boor er alsnog één ingemaakt. Meet daartoe met een schuifmaat de doorsnede van het te gebruiken verenstaal, en kies een boortje wat 0,1-0,2 mm dikker is. Houd nu het wissel in één uiterste stand vast met de vinger. Zet met potlood aan beide uiteinden van het dwarsbalkje een streepje. Geef ook met een streepje aan, wáár het midden van het balkje zich precies bevindt (zie: fbeelding 01). Breng daarna het wissel in de andere uiterste stand, en zet wederom de streepjes. Zodoende worden dus de beide uiterste standen van het balkje vastgelegd. Haal het wissel weer weg van de beoogde plaats. Aan de hand van de geplaatste streepjes kan nu een streep worden gezet, die de latere plaats van de balk tijdens het omzetten van het wissel aangeeft. Het midden van deze streep, markeert het midden van het gaatje waar het verenstaal later in komt (zie: tekening 02, punt M). Uit de afstand tussen de paren streepjes, die u aan weerszijden van de balk hebt gezet, volgt de uitslag die het verenstalen draadje moet maken, om het wissel volledig om te zetten van de ene stand in de andere. Hierbij tellen we twee mm op, waarna we de waarde U, in mm, krijgen.

Stelbalk Aftekenen2.png
Afbeelding: 02
Sleufgat aftekenen
Tekening gemaakt door: Fred Eikelboom

De breedte van de te maken sleuf, is minder belangrijk. Hoofdzaak is, dat de verenstalen draad later niet tegen de zijwand van de sleuf gaat 'aanlopen', waardoor extra weerstand zou ontstaan. Aan de andere kant, is het belangrijk om de sleuf niet té breed te maken, in verband met het later aan te brengen ballastbed en de zichtbaarheid van het gat. Voor de breedte B nemen we dus 1 mm minder dan de breedte van het stelbalkje. Bij nauwkeurig werken, zal de sleuf later geheel zijn afgedekt. Vanuit het punt M gaan we nu de sleuf aftekenen. Voor de lengte nemen we aan beide zijden van M een afstand ½ U. De breedte wordt 2*(1/2 B), dus er ontstaat een rechthoek van U * B mm, waarbij M precies het middelpunt is. De uiteinden worden mooi afgerond getekend (straal afronding ½ B), waarbij twee middelpunten ontstaan (m1 en m2) op een afstand ½ B van het uiteinde van de sleuf (zie: tekening 02 B). Dit klinkt allemaal moeilijker dan het is; naarmate de ervaring toeneemt, gaat het steeds sneller en gemakkelijker.

3. Ovaal gat maken, vijlen

Met behulp van een boor met diameter B worden nu twee gaten geboord bij m1 en m2. Het materiaal tussen beide gaten wordt nu ook weggehaald. Een paar vijlen (plat, rond) zijn nodig voor de nette afwerking. Er is nu een sleuf met afgeronde uiteinden ontstaan (zie: tekening 02, C). Daarin zal later het verenstaaldraadje gaan bewegen. Nette, gladde afwerking is belangrijk, om te voorkomen dat het draadje later achter een uitsteekseltje blijft hangen.

4. Wissel leggen met tweezijdig plakband

Op de plaats, waar het wissel later wordt aangebracht, wordt tweezijdig plakband aangebracht. Zorg ervoor, dat ter plaatse van de sleuf geen plakband aanwezig is. Een scherp mesje verricht wonderen. Voor het zo goed mogelijk op zijn plaats krijgen van het wissel, is het handig om alle aangrenzende railstukken en wissels provisorisch aan te brengen. Zorg ervoor dat het geheel nog voldoende flexibel is. Het gebruik van tweezijdig plakband is niet persé noodzakelijk. De drie tezamen komende rails kunnen het wissel goed op zijn plaats houden, als ze voldoende worden vastgelegd. Het plakband heeft echter een bijkomend voordeel. Het kan later bestrooid worden met ballastmateriaal, waardoor verdunde lijm niet behoeft te worden gebruikt. Dat is van belang, om roesten en vastlijmen van de wisseltongen te vermijden.

5. Wisselaandrijving aanbrengen

Bij de Conrad-wisselaandrijving wordt een aftekensjabloon meegeleverd. Als dat niet beschikbaar is, zijn er een paar zaken waar rekening mee moet worden gehouden. Allereerst de tandheugel, die door de motor wordt heen-en-weer bewogen. Deze zorgt, na montage, voor de beweging van het ingeklemde verenstaaldraadje. Het aanbrengen van een speldenknopje smeervet wordt aangeraden, want de tandheugel wil nog wel eens vast gaan zitten bij langere stilstand. Die beweging van de tandheugel moet haaks op de hartlijn van het spoor plaatsvinden, waarbij het draadje dus niet tegen de wanden van de sleuf mag aanlopen. Ook als een aandrijving van een ander merk wordt gebruikt, moet die zodanig worden gemonteerd dat het verenstalen draadje bij het omschakelen exact het midden van de sleuf volgt. Bij het vastzetten van de aandrijving met enkele schroefjes, moeten die niet té vast worden aangedraaid. Bovendien is het wijs om de schroefjes niet in de uiterste stand vast te zetten, maar juist in een middenstand, zodat een kleine correctie mogelijk blijft. De elektrische aansluitingen van de wisselaandrijving worden bij voorkeur met behulp van een kroonsteenstripje aangesloten. Bij een eventueel defect van de aandrijving kan dan een defecte wisselaandrijving gemakkelijk voor een goedwerkende worden verwisseld. Sommige wisselaandrijvingen hebben ook contacten, die het mogelijk maken om een terugmelding van de ligging van het wissel te verrichten. Ook kan daarmee de polarisatie van het puntstuk worden gedaan. Kortom, als uw wisselaandrijving zes draadjes heeft, hebt u waarschijnlijk te maken met een extra wisselcontact voor deze doeleinden. U gebruikt dan een kroonsteenstrip met zes aansluitingen: één voor de ene uiterste stand ('links'), één voor de andere uiterste stand ('rechts'), een massa-aansluiting ('retourleiding'), en een drietal dat het wisselcontact vertegenwoordigt.

6. Testen van de wisselomlegging

Test nu het wissel op goede werking, door de massa aan te sluiten op de nul van een trafo, en met een aan de plus van de trafo verbonden draad afwisselend het 'links' en 'rechts' contact aan te tikken. U stelt daardoor vast of 'links' en 'rechts' inderdaad de correcte wisselligging gaan betekenen. Als beide verwisseld lijken te zijn, kan dat meestal worden gecorrigeerd door de aandrijving 180 graden te draaien. Vervolgens wordt het verenstalen draadje door het gaatje in de wisselbalk aangebracht én aan de tandheugel bevestigd. Het geheel kan nu meestal al met de hand heen-en-weer worden bewogen. Let daarbij speciaal erop, dat het verenstalen draadje niet aanloopt. Zonodig kunnen kleine correcties worden aangebracht doordat de aandrijving nog iets gedraaid kan worden. Het effect van het gebruik van verenstaal is het feit, dat de veerkracht ervoor zorgt dat de wisseltongen tegen de rails worden gedrukt ('aanliggen'). Controleer dat gelijk maar. De consequentie is wél, dat wissels niet kunnen worden 'opengereden' (bij digitaal is dit openrijden zelfs verboden, omdat er dan onherroepelijk kortsluiting ontstaat), en dat dus altijd het wissel in de juiste stand moet worden gelegd.


Meer informatie

Encyclopedie:
Externe websites:
Wisselaandrijving met puntstukpolarisatie



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 5 dec 2017 19:25 (UTC)