Persoonlijke instellingen

Multi-tractie rijden

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteurs: Karst Drenth en Ronald Koerts - Update door Fred Eikelboom


Het is een mooi gezicht om een tweede locomotief, of misschien wel drie locomotieven, voor een lange trein te hebben staan. Kan dat ook in model? Er zijn diverse opties: Van het uitslopen (verwijderen) van motoren tot het instellen van een locdecoder.

E10.16-01.jpg
Afbeelding: 01
Multitractie-set Roco 2200-en
Foto gemaakt door: Modelleisenbahn GmbH Website Roco

Gelijke snelheden

Voor zowel analoog als digitaal geldt: De locomotieven moeten ongeveer even snel rijden. Verschillen de snelheden te veel, dan kunt u problemen krijgen. Van ontsporende treinen (bijv. omdat de achterste loc de voorgaande wagens/rijtuigen te veel opdrukt) tot verbrandde motoren.

Bij analoge locomotieven is het wat moeilijker om de snelheden gelijk te krijgen, dan zult u toch wat aanpassingen in de locomotief moeten doen, zoals bijv. een aantal antiparallel geschakelde diodes in serie met één van de motoraansluitdraden zetten bij een te snel rijdende loc.

Let-op.jpg
  LET OP
De hier aangegeven toepassing van de antiparallel geschakelde diodes is alléén geschikt voor analoge modelspoorbanen. Pas dit nooit toe bij een locdecoder!

Dummy-locomotieven

Er zijn fabrikanten die 'dummy'-locomotieven aanbieden. Dit zijn locomotieven die niet voorzien zijn van een motor en daardoor als rijtuig of wagen meerijden (In NS-spoorjargon: 'in opzending meerijden').

Echte multitractie

Hoe u in multitractie kunt rijden, ligt aan het systeem én digitale protocol dat u gebruikt. De mogelijkheden op een rijtje:

- De digitale centrale

Met sommige digitale centrales is het mogelijk om 'multitractie' direct in de centrale in te stellen. Sommige centrales zorgen voor het aanpassen van de rijeigenschappen van de betreffende locomotieven. Bij andere centrales moet u zelf een aantal CV's instellen, dit zijn de CV's voor de minimale snelheid (CV 2), de maximale snelheid (CV 5) en de gemiddelde snelheid (CV 6).

- Motorola-protocol

Het Motorola-protocol heeft geen standaard-optie om multitractie in te stellen. Het is echter mogelijk om in sommige decoders een tweede adres te programmeren, waar de decoder dan op reageert. Ook is het mogelijk om twee locdecoders op hetzelfde adres in te stellen, waardoor de locs beiden op één locadres kunnen reageren.

- DCC-protocol

De specificaties van DCC verplichten iedereen die het protocol in zijn/haar locomotiefdecoders inbouwt, om bepaalde functies te ondersteunen. Één van de verplichte functies is het 'consist'-adres ofwel: CV 19. Door deze CV te programmeren kunt u ervoor zorgen dat meerdere decoders op één loc-adres reageren.

De locomotieven dienen wel dezelfde beginsnelheid te hebben (Vmin : CV2) en dezelfde eindsnelheid (Vmax : CV 5). Daarnaast moet u aan de gang met de gemiddelde snelheid (Vmid: CV 6 ) en deze zodanig instellen (in feite uit te schakelen) dat er een lineaire snelheidsgrafiek is tussen Vmin en Vmax. Op deze manier is het relatief gemakkelijk om uw loc's in multitractie te laten rijden.

Stappenplan multitractie

Een stappenplan voor het instellen van in multitractie rijden met de MultiMaus. In het voorbeeld worden een aantal 2200-en genoemd.

Let op! Voor het instellen van uw MultiMaus in POM (Programming On Maintrack) of CV-modus (programmeren in CV-modus)

  • Stap 1: Programmeren drie locs in de MultiMaus: drie loc's aanmaken:
  • 2241 - adres 2241.
  • 2328 - adres 2228.
  • 2200M - adres 22.
  • Stap 2: MultiMaus in CV programmeermodus.
  • 1e 2200 op het spoor zetten, lang adres programmeren op 2241 en CV 29 op 38.
  • 2e 2200 op het spoor spoor zetten, en (zeer belangrijk!) de eerste 2200 van het spoor af halen!!, daarna een lang adres programmeren op 2328 en CV 29 op 38 zetten.
  • Stap 3: Beide locs op het spoor zetten en testrijden.
  • Stap 4: MultiMaus in POM programmeermodus.
  • 2241 selecteren, Shift-Menu, CV veranderen, CV 19 op waarde 22 zetten.
  • 2328 selecteren, Shift-Menu, CV veranderen, CV 19 op waarde 22 zetten.
  • Stap 5: 2200M selecteren en rijden maar!

Let op! Wanneer u ze 'kop-aan-kont' wilt laten rijden is bovenstaande voldoende. Wilt u ze 'kop-aan-kop' of 'kont-aan-kont' laten rijden, dan programmeert u van één van de twee 22 + 128 in CV 19. Dit om aan te geven dat bij één van de locomotieven de rijrichting anders moet zijn.

Opheffen multitractie

Opheffen van de multitractie doet u via de volgende stappen:

  • Stap 1: MultiMaus in POM programmeermodus
  • 2241 selecteren, Shift-Menu, CV veranderen, CV 19 op waarde 0 zetten.
  • 2328 selecteren, Shift-Menu, CV veranderen, CV 19 op waarde 0 zetten.
  • Stap 2: 2241 selecteren en wegrijden.
  • Stap 3: 2328 selecteren en wegrijden.

Treinbesturingssoftware

Een andere optie is, om via de treinbesturingssoftware in multitractie te gaan rijden. Dit is meestal ook de gemakkelijkste optie, omdat (als het goed is) voor het rijden met de software, de treinen al 'geijkt' zijn. Daardoor zijn alle rijsnelheden van de locomotieven bekend in de software. De software regelt alles betreffende de verschillende snelheden en rijstappen van de locomotieven.

Instellen functieuitgangen

Bij het rijden in multitractie (dus met geactiveerd consistadres in CV19) luistert de decoder qua rijden alleen nog naar CV19 ofwel via CV19 wordt alleen het consist-adres opgegeven voor het rijden in multitractie, en in welke richting.
CV19 bevat een zeven bit adres in bit posities 0-6. Bit 7 (positie 7) dient voor het opgeven van de relatieve richting, die een loc/treinstel dat in multitractie rijdt, op moet gaan. De waarde '0' is voor de normale rijrichting, en de waarde '1' zorgt er voor dat de loc/treinstel de andere kant op rijdt. Wanneer alle bits van CV19 op '0' staan (dus '0000000'), dan is de loc/treinstel met die decoder niet meer ingesteld op multi-tractie.

Functies inschakelen

De functies die gebruikt moeten worden tijdens het multitractie rijden, moeten per decoder worden opgegeven in CV21 en CV22.
Via CV21 kan worden opgegeven welke van de functies F1-F8 via het consist-adres bediend moeten worden.
Via CV22 kunnen de resterende functies FL en F9-F12 worden opgegeven.

Voor het bedienen van de verlichting etc. via het consist-adres zult u dus CV21 en CV22 aan moeten passen (mits ondersteund in uw decoder)


Meer informatie

Encyclopedie:
Beneluxspoor.net Forum:
over multitractie



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 11 okt 2017 14:49 (CEST)