Persoonlijke instellingen

Schaduwstations

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Ronald Koerts


Bijna iedereen is wel begonnen met een ovaaltje op een platte plaat. U zag de trein het hele rondje maken. Bij uitbreiding werd meestal een berg gemaakt waar de trein onderdoor reed. Nog steeds blijft het hetzelfde rondje en is er weinig afwisseling in de dienstregeling. Daar is een oplossing voor: het schaduwstation.

Waarom een schaduwstation?

Een schaduwstation kan zorgen voor meer afwisseling op de modelbaan. Door treinen tijdelijk in een schaduwstation te 'parkeren' kan een andere trein op het zichtbare gedeelte rijden. Dat geeft een gevarieerder beeld. Door een goede planning van het schaduwstation kan uw modelbaan voor de toeschouwer verrassender worden. Hij of zij weet dan niet meer waar een trein te voorschijn komt.

Locaties

De locatie van een schaduwstation is afhankelijk van de ruimte die beschikbaar is. De meest voorkomende locaties zijn:

  1. Aan de achterzijde van de baan.
  2. Aan de zijkanten van de baan.
  3. Onder het zichtbare gedeelte van de baan.

Aan de achterzijde van de baan

Bij deze oplossing ligt het schaduwstation aan de achterzijde van de baan. Meestal ligt het schaduwstation op hetzelfde niveau als het zichtbare gedeelte. Deze vorm wordt veel gebruikt bij tentoonstellingsbanen.

E04.07-01.jpg
Afbeelding: 01
Schaduwstation aan achterzijde
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Aan de zijkanten van de baan

Dit is een veel gebruikte oplossing bij pendelbanen. Het schaduwstation ligt op het zelfde niveau als het zichtbare gedeelte. Het schaduwstation kan dan aan één zijde zitten of aan de beide zijden. De uitvoering kan in de vorm van een keerlus met kopsporen of juist alleen maar kopsporen (zie het artikel Keerlus).

E04.07-02.jpg
Afbeelding: 02
Schaduwstation aan zijkanten
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Onder het zichtbare gedeelte van de baan

Dit is een veel gebruikte constructie. Onder het zichtbare gedeelte worden de treinen gestald. Dit vereist dat er ook ruimte moet zijn om op het onderste niveau te kunnen komen. Dit kan met hellingen en klimspiralen. Het onderste niveau moet wel bereikbaar zijn bij calamiteiten. Dit betekent dat er genoeg ruimte tussen de twee niveaus nodig is.

E04.07-03.jpg
Afbeelding: 03
Schaduwstation onder het zichtbare gedeelte
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Hoe groot moet het schaduwstation zijn?

De grootte van het schaduwstation is afhankelijk van de ruimte die beschikbaar is. Daarnaast is het zichtbare gedeelte van de baan ook bepalend. Het heeft namelijk geen zin om een schaduwstation van 10 sporen aan te leggen bij een klein station met maar twee sporen. Het schaduwstation moet dus afgestemd zijn op de baan. Toch is het verstandig om het schaduwstation te bouwen op 'de groei' dus niet van 'ik heb nu maar vier treinen, dus mijn schaduwstation hoeft maar drie sporen te hebben'. Enkele reserve-opstelsporen in verhouding tot de baan, zijn eigenlijk een must.

Lengte van de sporen

De lengte van de sporen in uw schaduwstation moet afgestemd zijn op de maximale lengte van de stationssporen in het zichtbare gedeelte, of juist de maximale lengte van een (elektrisch) blok. Bij voldoende lengte kunt u, met digitale besturing, op een opstelspoor in uw schaduwstation meerdere treinen stallen.

Boogstralen

In het schaduwstation kunnen kleinere boogstralen gebruikt worden dan in het zichtbare gedeelte. U dient er echter wel op te letten of een locomotief of treinstel wel door de geringere boogstraal kan rijden. Daarom wordt een minimale boogstraal aanbevolen van 420 mm voor schaal H0 en van 300 mm voor schaal N.

Doorgaande- en kopsporen

Een schaduwstation kan doorgaande sporen, kopsporen of een combinatie van die twee hebben. Kopsporen worden veelal gereserveerd voor treinstellen of trek-duw-treinen; deze kunnen dan in de tegenovergestelde richting terugrijden. Voor getrokken treinen zijn doorgaande sporen gemakkelijk, deze kunnen eventueel gecombineerd worden met een keerlus.

Keerlus

Een schaduwstation kan ook een keerlus (of onderdeel van een keerlus) zijn. Hierdoor kunnen getrokken treinen, zonder het wisselen of omlopen van een locomotief, doorrijden. In de keerlus kunnen dan ook opstelsporen opgenomen worden. Wanneer u geen mangaten nodig heeft voor de bereikbaarheid, kunt u ook extra kopsporen opnemen voor treinstellen. Bij een keerlus in een Tweerailbaan moet u er op letten dat er een keerlusschakeling toegepast moet worden. Dit voorkomt problemen met kortsluiting in de modelbaan (zie het artikel Keerlus).

E04.07-04.jpg
Afbeelding: 04
Benodigde ruimte voor keerlus
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Fiddle Yard

Letterlijk vertaald: 'rommeltuin'. Het is een soort schaduwstation dat veel ruimte kan besparen en toch veel opstelruimte biedt. Meestal bestaat het uit een aantal rechte opstelsporen naast elkaar, waar complete treinen op kunnen staan. Om alle sporen te kunnen gebruiken, schuift men de gehele constructie heen en weer. Een nadeel kan zijn dat er in de Fiddle Yard gerangeerd moet worden met locomotieven om deze weer voor de rijtuigen te krijgen. De bouw en automatisering van dit soort constructies zijn wel complete zelfbouwprojecten. Zie voor een aantal voorbeeldprojecten: 'Meer informatie' onderaan dit artikel.

E04.07-24.jpg
Afbeelding: 05
Een voorbeeld van een Fiddle Yard met kleine draaischijf voor locomotieven
Foto gemaakt door: R.J. de Vries

Grote draaischijf

Dit is een variant op het bekende Fiddle Yard-concept. Ook hier liggen veel opstelsporen naast elkaar en is er ruimte om complete treinen op te stellen. Door de Fiddle Yard uit te voeren als 'draaischijf' kunnen nu complete treinen gedraaid worden, waardoor er bij getrokken treinen niet gerangeerd hoeft te worden. Deze constructie neemt nogal wat ruimte in. Het draaien kan natuurlijk zowel met de hand als geautomatiseerd gebeuren. De bouw en automatisering van dit soort constructies zijn wel complete zelfbouwprojecten.

Éénrichtingsverkeer

Het mooiste is het wanneer in het schaduwstation al het treinverkeer één richting op rijdt. Door het éénrichtingsverkeer is het mogelijk dat de uitrijdwissels niet bediend hoeven te worden. Deze kunnen door de treinen zelf omgelegd worden. Hier is echter wel een 'maar' aan verbonden. Wissels waarvan het puntstuk gepolariseerd is, mogen absoluut niet opengereden worden, anders ontstaat er kortsluiting op het puntstuk. Dit omleggen door de treinen zelf, kan schelen in de kosten. Mocht het éénrichtingsverkeer niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld gebrek aan ruimte, dan kunt u een aantal sporen toewijzen aan een bepaalde rijrichting.

Bereikbaarheid

Om bij calamiteiten toch nog bij gestrande treinen te kunnen komen, moet een schaduwstation goed bereikbaar zijn. Bij de bereikbaarheid dient men aan de volgende punten te denken:

  1. Ruimte tussen de niveaus.
  2. Reikwijdte.

Ruimte tussen de niveaus

Dit onderdeel wordt nog wel eens onderschat. Men veronderstelt dan dat een hoogte van 60 of 70 mm tussen de twee platen genoeg is. Dat is meestal net genoeg om een trein onderdoor te laten rijden maar dan is er geen ruimte meer om met bijvoorbeeld een hand over de trein te kunnen reiken. Het is beter om meer ruimte tussen de twee niveaus aan te houden. De benodigde hoogte kan men zelf bepalen, voor zowel schaal H0 als schaal N is de minimaal benodigde hoogte ongeveer hetzelfde. U moet namelijk altijd met de volgende zaken rekening te houden:

  • Profiel van vrije ruimte (PVR) voor het rijden van de treinen.
Dit is afhankelijk van de schaal en deze maten kunnen gevonden worden in de NEM-normen.
  • De hoogte van de rails.
Deze maat is afhankelijk van welke rails gebruikt wordt, en of de rails met bedding of zonder bedding uitgevoerd is.
  • Geluidisolatie onder de rails.
Dit is afhankelijk van de dikte van het gebruikte materiaal; sommige mensen gebruiken geen geluidisolatie onder de rails. De bekende blauwe ondervloerplaten zijn bijvoorbeeld drie mm dik.
  • Hoogte van ondergrondse wisselaandrijvingen.
Afhankelijk van welke soort aandrijvingen gebruikt wordt. De bekende Tortoise aandrijvingen (oftewel Turtles) zijn bijvoorbeeld ongeveer 70 mm hoog. De bekende aandrijvingen van Conrad zijn daarentegen maar 22 mm hoog.
  • Dikte van de railsdragende platen.
Deze maat is natuurlijk afhankelijke van welk plaatmateriaal gebruikt wordt.
  • Constructiedikte van de onderbouw.

De totaalmaat is dus afhankelijk van welke onderbouw u heeft, de dikte van de platen, welke wisselaandrijvingen u gebruikt, enzovoort. Als algemene regel kunt u uitgaan van een minimale hoogte van 100 mm voor schaal N en van 140 mm voor schaal H0. Bij beide maten zou het rijden met bovenleiding geen probleem moeten zijn. Helaas is het dan nauwelijks mogelijk om tussen de plaat en eventueel aanwezige modeltreinen een hand te houden, en dat is voor de bereikbaarheid bij eventuele ontsporingen eigenlijk wel een vereiste.

Niveauverschillen bij schaal H0
E04.07-05.jpg
Afbeelding: 06
H0 hoogte 80 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-06.jpg
Afbeelding: 07
H0 hoogte 100 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-07.jpg
Afbeelding: 08
H0 hoogte 120 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-08.jpg
Afbeelding: 09
H0 hoogte 140 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-09.jpg
Afbeelding: 10
H0 hoogte 200 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-10.jpg
Afbeelding: 11
H0 hoogte 240 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Niveauverschillen bij schaal N
E04.07-11.jpg
Afbeelding: 12
N hoogte 60 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-12.jpg
Afbeelding: 13
N hoogte 80 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-13.jpg
Afbeelding: 14
N hoogte 100 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-14.jpg
Afbeelding: 15
N hoogte 120 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-15.jpg
Afbeelding: 16
N hoogte 140 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-16.jpg
Afbeelding: 17
N hoogte 200 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Het advies is eigenlijk om de hoogte een stuk ruimer te nemen dan de minimale maat, zodat u er ruim met uw hand tussen kunt. Daarnaast zijn de wisselaandrijvingen en de bedrading gemakkelijk bereikbaar. De advieshoogtes zijn 240 mm voor schaal H0 en toch echt minimaal 200 mm voor schaal N.

Reikwijdte

Dit wordt nog wel eens overschat door de meeste mensen. Onder gunstige omstandigheden heeft een normaal mens een maximale reikwijdte van ongeveer 800 mm (80 cm.). Bij gedeeltes ondergronds is dat niet mogelijk. Door de aanwezigheid van treinen, wisselaandrijvingen, delen van de onderbouw, printplaten en bedrading is deze minder groot. Er kan gesteld worden dat meer ruimte tussen de niveaus, meer reikwijdte geeft. Houd voor de schaduwgedeeltes van een modelbaan een reikwijdte van 500 mm (50cm.) aan, dan blijft alles goed bereikbaar. Het advies is dan ook om het schaduwstation op een gemakkelijke locatie te hebben, zoals aan de voorzijde van de baan.

Draaischijf

Bij het ontwerpen van een baanplan wordt vaak de inbouwdiepte van de draaischijf vergeten. Onder de draaischijf wordt meestal nog het schaduwstation gesitueerd. Met een te kleine hoogte tussen de niveaus kan het net niet goed gaan.

E04.07-17.jpg
Afbeelding: 18
H0 draaischijf 100 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-18.jpg
Afbeelding: 19
H0 draaischijf 120 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-19.jpg
Afbeelding: 20
H0 draaischijf 140 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-20.jpg
Afbeelding: 21
N draaischijf 60 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts
E04.07-21.jpg
Afbeelding: 22
N draaischijf 80 mm
Tekening gemaakt door: {{{Maker}}}
E04.07-22.jpg
Afbeelding: 23
N draaischijf 100 mm
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Mangaten

In de praktijk is het gewoon: hoe groter het mangat, hoe gemakkelijker dit te gebruiken is. Een mangat van 500 mm × 500 mm is toch wel de minimale maat. Hoe minder ruimte tussen het onderste niveau van de baan en de vloer, hoe groter het mangat moet zijn.

Hoogte vanaf de vloer

De meeste mensen willen zoveel mogelijk ruimte en hoogte voor hun modelbaan. Daardoor worden alle uithoeken en beschikbare hoogtes in een ruimte gebruikt. Wilt u onder een modelbaan door kunnen kruipen, dan heeft u een minimale hoogte tussen vloer en de onderkant onderbouw nodig. Voor een mens met normaal postuur is deze maat 70 cm, dit is echt de minimale maat.

E04.07-23.jpg
Afbeelding: 24
Principe doorsnede modelbaan
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts

Meer informatie

Encyclopedie:
Informatie over het PVR.
Diverse keerlus-oplossingen.
Beneluxspoor.net:
over opstelsporen



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 8 dec 2017 11:38 (CEST)