Persoonlijke instellingen

Soorten spoorwegen

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Dick van der Knaap


Lightrail

Lightrail (ook: light rail of lichte rail) is een, uit Amerika stammende, term voor vervoerssystemen met als kenmerk lichte eigenschappen (gewicht trein, rails en andere onderbouw), in tegenstelling tot heavyrail (heavy rail of zware rail). In Nederland rijdt lightrail bijvoorbeeld tussen Gouda en Alphen aan de Rijn (RijnGouwelijn).


Lokaalspoorwegen

Locaalspoorwegen en interlocale tramwegen stammen uit de periode 1850 – 1925. Ze waren lichter van bouw dan de hoofdspoorwegen, waardoor niet alle krachtvoertuigen op deze spoorwegen waren toegelaten. Ook was de snelheid begrensd tot 30 km/h, de asbelasting mocht hoogstens 10 ton zijn, en de beveiliging was eenvoudig.

De meeste lijnen ontsloten plaatsen waar nauwelijks vervoervraag was en zijn in de daarop volgende decennia gesneuveld in de concurrentieslag met het opkomende wegverkeer (autobusdiensten). De resterende lijnen zijn na de Tweede Wereldoorlog door de NS en stadstrambedrijven overgenomen. Maar de lokaalspoorwegen worden in de wet nog steeds genoemd.


Michelines en railbussen

Om de lokaalspoorwegen van de ondergang te redden, werden rond 1930-1950 verschillende experimenten uitgevoerd. In de jaren '30 kwamen de Michelines op het spoor. Dat waren voertuigen met dieselmotor en rubberbanden (Frankrijk; bandenfabrikant Michelin).

In Nederland werden benzine- en dieselmotoren beproefd als krachtbron in “oliemotorrijtuigen” (“Ome Keesjes”).

In Duitsland werden railbussen ingezet, voertuigen die zowel uiterlijk als technisch sterk op een bus lijken.


Trams

Dit woord wordt gebruikt voor allerlei varianten van vervoer over rails.

De stoomtram was, tot ongeveer 1950, vooral bedoeld om het platteland te ontsluiten. Soms lagen deze verbindingen op een eigen baanlichaam, maar meestal gewoon in het bestaande wegdek. De snelheid was zeer beperkt, en de locomotieven vaak voorzien van een omkasting, om de trekpaarden van het wegverkeer (meest karren en wagens) niet te laten schrikken.

In vele landen kent men het tramverkeer als middel om binnen de stad massaal transport te laten plaatsvinden. Kenmerk is de geringe afstand tussen haltes. Soms strekt het net zich ook uit tot (ver) buiten de stad, maar het heeft meestal een regionaal karakter. Daarbij liggen de haltes vaak wat verder uit elkaar, waardoor een hogere snelheid mogelijk wordt (de sneltram).

Gaat het vervoer in de stad ondergronds, dan is sprake van een metro-systeem.

Hybride systemen ontstaan door een combinatie van tram en metro, waarbij dus op een bepaalde plaats het bovengronds vervoer overgaat in het ondergronds transport. De verbinding naar Ommoord/Zevenkamp in Rotterdam sluit met een systeemovergang in Capelsebrug aan op de metro en is dus een voorbeeld daarvan.


Bronnen



Meer informatie

Encyclopedie:
Externe website:
Veel informatie over grootspoormaterieel.
Informatie over NS modeltreinen.




Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie