Persoonlijke instellingen

Woorden - S

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net - Update door Fred Eikelboom


Verklaring         Zoeken op deze pagina: CTRL + F.

Woord of afkorting.

Grootspoor; Afkorting van Stof-Arm Lossen. Manier van lossen bij o.a. de fccpps, waardoor er veel minder stof vrijkomt bij het lossen van bijvoorbeeld ballast (grind). De wagens zijn voorzien van een sproei-installatie in de uitstroomopeningen. Door water op de, te lossen, ballast te sproeien, wordt de vorming van stofwolken voorkomen/sterk verminderd. (3) Meer over stof-arm lossen.

SAL.

(Computertechniek). Shielded Fully-screened Twisted Pair, ook wel Shielded Foiled Twisted Pair genoemd. Aanduiding voor een netwerkkabel die voorzien is van vier aderparen, die om elkaar gedraad (getwist) zijn. De aderparen zijn omgeven door een metalen afscherming, in de vorm van aluminiumfolie. Om het geheel van aderparen is ook weer aluminiumfolie aangebracht. Er bestaat ook SFTP-kabel waar om het geheel van aderparen gevlochten koperdraad als afscherming aanwezig is. Hierdoor is de kabel ook in sterke mate ongevoelig voor hoogfrequent storingen.

SFTP.

Kleine rangeerloc(omotor). Vanwege het mekkerende geluid van de fluit kreeg het apparaat de bijnaam SIK. De Sik is een voornamelijk door Werkspoor gebouwde locomotor die bij de Nederlandse Spoorwegen veel werd gebruikt voor het rangeren met goederenwagens. Ook op verschillende particuliere bedrijfsterreinen waren deze locomotoren in gebruik. Meer over de SIK (3)

SIK

Afkorting van Single Inline Package, ofwel één rij aansluitpunten aan de behuizing (van bijvoorbeeld een IC).

SIP.

Afkorting van Schakel en MeldCentrum. Vier locaties in Nederland van waaruit het functioneren van de bovenleiding en de beveiliging bewaakt wordt en eventuele storingsmeldingen worden gecoördineerd. (tot ca. '94 werden deze centra Centrale Schakelpost -CSP- genoemd) (2)

SMC.

Afkorting van Surface Mounted Device. Onderdeel dat rechtstreeks op het oppervlak van de print gemonteerd wordt.

SMD.

Zie: SpoPo.

SP.

Afkorting van Single Pole Double Throw. Benaming van het type schakelaar. Dit is een enkelpolige schakelaar, met één wisselcontact.

SPDT.

Afkorting van Single Pole Single Throw. Benaming van het type schakelaar. Dit is een enkelpolige schakelaar, met één maakcontact.

SPST.

Afkorting van seinreglement.

SR.

Afkorting van Spécification Technique d'Interopérabilité. Europese normgeving betreffende de interoperabiliteit van het TransEuropees Hoge-snelheidsSpoorwegsysteem. (2)

STI.

Afkorting van Shielded Twisted Pair. Aanduiding voor een netwerkkabel die voorzien is van vier aderparen, die om elkaar gedraad (getwist) zijn. De aderparen zijn omgeven door een metalen afscherming, in de vorm van aluminiumfolie.

STP.

Afkorting van Stop Tonend Sein. Het licht van het sein straalt rood licht uit. (4)

STS.

Wanneer de machinist het rood tonende licht (stop tonend sein) voorbij rijdt. Kortom, de machinist reed door rood. (4)

STS-passage

(Modelspoor). Uitvinding van Rivarossi uit circa 1987. Bestaat uit een mini-centrifugaalkoppeling, die aan de motor-as gemonteerd was. Hierdoor kon de loc soepel en gelijkmatig optrekken. De centrifugaalkoppeling was naar behoefte uit te schakelen met een instelschroef.

S-drive

Zie: XPS .

Sagex

Dit is een gel, met zand en metaaldeeltjes, die op de rails wordt aangebracht. Doel hiervan is om doorglijden bij het afremmen van de treinen te voorkomen. (4)

Sandite

Het landschap op de modelspoorbaan. Zie het artikel Landschapsbouw.

Scenery

De schaal is de vergrotings- of verkleiningsfactor. Deze wordt uitgedrukt als bijvoorbeeld 1:87. De schaal 1:87 geeft dus aan dat 1 cm van het model, 87 cm van het origineel betreft (zie ook het artikel Schalen). (3)

Schaal

Het is geen gezicht wanneer een goederentrein met de snelheid van een TGV over onze modelbaan dendert. We moeten er daarom voor zorgen dat ons materieel met gepaste snelheid rijdt (zie artikel: Realistische snelheden).

Schaalsnelheid

Een schaduwstation kan zorgen voor meer afwisseling op de modelbaan. Door treinen tijdelijk in een schaduwstation te parkeren kan een andere trein op het zichtbare gedeelte rijden. Dat geeft een gevarieerder beeld. Zie artikel Schaduwstations.

Schaduwstation

De maximale hoeveelheid spanning (in volts) die een schakelaar of relaiscontact mag schakelen, zonder meteen defect te raken.

Schakelspanning

De hoeveelheid ampères (het ampèrage) dat een schakelaar of relaiscontact mag schakelen, zonder meteen defect te raken.

Schakelstroom

De hoeveelheid watt (het vermogen) dat een schakelaar of relaiscontact kan verwerken bij het schakelen, zonder meteen defect te raken.

Schakelvermogen

Bovenste onderdeel van de panthograaf (stroomafnemer op het dak), waarmee contact met de rijdraad wordt gemaakt. De schuit bestaat uit een sleepstuk, datgene wat de draad aanraakt en aan weerszijde een kromming naar beneden, de beide horens. (2) Zie: artikel Bovenleiding algemeen.

Schuit

De breedte van de schuit gemeten over het sleepstuk en beide horens (de uiteinden van de schuit). In Europa gebruikelijke schuitbreedtes zijn 1450 mm. (SBB, SNCF 25 kV), 1600 mm. (STI 25 kV) en 1950 mm (NS 1500/1800V, DB 15 kV, SNCF 1500V). (2)

Schuitbreedte

Schroot is de gangbare term voor metaalafval. Men maakt onderscheid tussen ferroschroot, dat voornamelijk uit ijzer bestaat, en non-ferroschroot, dat uit andere metalen bestaat zoals koper, aluminium, zink, lood en tin. Ook roestvast staal, messing en vele andere legeringen behoren tot het non-ferroschroot (zie: artikel Belading van schrootwagens). (2)

Schroot

(Eng.) Het zelf maken van modellen, op basis van (onderdelen van) kant-en-klare (in de detailhandel verkrijgbare) materialen, zoals bijv. polystyreen muur- en dakplaten. Zie: artikel Kitbashing en scratchbuilding modelbouwtechnieken.

Scratchbuilding

Beveiligingssectie of Bovenleidingssectie. Meer over Sectie . (2)

Sectie

Achter de primaire waterkering gelegen extra waterkering. (2)

Secundaire waterkering

Opdracht aan de machinist. Alle seinen en hun betekenis zijn vastgelegd in het Seinenboek. Een sein kan gegeven worden door een mens, een bord (vast sein) of een lichtsein. De lichtseinen kunnen (meestal) verschillende seinen tonen (zie ook het artikel Seinen). De betekenis van de seinbeelden volgens het seinstelsel 1954 wordt beschreven in het Seinreglement. (2) (zie ook het artikel Lichtseinen en het artikel Seinen).

Sein

Seinenboek 1995

Het Seinreglement (afgekort: SR) bevat de betekenissen van de seinen op het door de Nederlandse Spoorwegen geëxploiteerde Spoorwegnet. Het SR wordt vastgesteld door de Minister van Verkeer en Waterstaat. (2)

Seinreglement

Een sensor of voeler is een kunstmatige uitvoering van iets dat in de biologie een zintuig heet. De meeste sensoren zijn elektrisch of mechanisch uitgevoerd. Een sensor meet een natuurkundige grootheid. De grootheden liggen onder andere in de volgende domeinen: straling (bijv. infrarood), druk, temperatuur, magnetisme (Hall-sensor), niveaus en chemie. Sensoren zetten de gemeten grootheid om in een stuursignaal voor verdere bewerking. Meer over Sensor. (3)

Sensor

Meervoud van sensor.

Sensoren

Het uit elkaar houden van elkaar opvolgende treinen door middel van de beveiliging. (bijv. ATB) (2)

Separatie

Ook servoaandrijving of servomechanisme genoemd. Kleine aandrijf-unit, oorspronkelijk afkomstig uit de modelvliegtuig-wereld. Kan ook toegepast worden als wisselaandrijving op de modelspoorbaan. (3)

Servo

Term uit de werktuigbouwkunde (toegepast in industriële processen). Niet te verwarren met servo.

Servomotor

Sequentie

(Eng.) Wissel.

Set of points

(Eng.) Arduino shields zijn uitbreidingen voor Arduino, die eenvoudig op de Arduino passen. Voor het gebruik van de shields heb je dus geen kennis van elektronica nodig. De Arduino shields varieëren van ethernet shields, waarmee je direct het internet op kunt, tot motorshields, relayshields enz.

Shield

Goederentrein die in vaste samenstelling pendelt tussen A en B. (2)

Shuttle-trein

(Eng.) Term uit de elektronica. Wanneer er stroom (via een component), vanaf de voedingsspanning, naar de massa toe loopt, via een aansluitpen van bijv. een IC, dan heet dat sinken. De pen van het IC fungeert dus als gootsteenputje (in het Engels heet dat putje een sink). Zie ook: Sourcen.

Sinken

Uitvinding van Märklin. De motor heeft drie gescheiden wikkelingen, die om beurten aangestuurd worden. De aansturing geschied door sensoren die in de motor geïntegreerd zijn. Voor de aansturing is een speciale decoder nodig, die de signalen van de sensoren omzet naar stuurpulsen voor de wikkelingen. Zie ook artikel NEM660.

Sinus-motor

Benaming voor een pantograaf. Hiermee wordt spanning doorgegeven voor de tractiemotoren van een railvoertuig. (3)

Sleepbeugel

Het afbreken (slopen/verwijderen) van (delen van) de infrastructuur na beëindiging van de levensduur. (2)

Sloopfase

(Eng.) Wisselaandrijving met ingebouwd vertragingsmechanisme in de vorm van tandwielen of wormwieloverbrenging. Het omgooien van het wissel gaat hiermee traag (bijv de Tortoise- of de Fulgurex aandrijving). Zie: artikel Wissels digitaliseren.

Slow Switch Machine

Benaming voor de achterlichten van een railvoertuig, zoals een loc of een trein(stel). Bestaat uit twee op gelijke hoogte aangebrachte rode lampen. Zie: artikel Inbouwen L- en sluitseinen in Roco 2400.

Sluitsein

(Eng.) Wisselaandrijving voorzien van spoelen. Deze aandrijving schakelt met een klap om van de ene in de andere stand, ofwel de standaard elektromagnetische wisselaandrijving.

Snap Machine

Verouderde treinsoort uit het binnenlands treinverkeer die een tussencategorie vormt tussen de stoptrein en de intercity. Meer over Sneltrein (2)

Sneltrein

(Eng.) Term uit de elektronica. Wanneer er stroom (via een component) vanaf de voedingsspanning, uit een aansluitpen van bijv. een IC loopt, dan heet dat sourcen. De pen van het IC fungeert dus als bron. Zie ook: Sinken.

Sourcen

Elektrotechniek. Het potentiaalverschil (=de elektrische spanning) tussen twee geleiders. (3) Voorbeeld: bij u thuis is het potentiaalverschil 230 volt. Meer over spanning.

Spanning

Om te voorkomen dat vonken kunnen overslaan van niet geïsoleerde spanningvoerende delen naar met aarde verbonden delen, wordt er een minimale afstand tussen spanningvoerende delen en aarde geëist afhankelijk van het spanningsverschil en lokale luchtconditie. (2)

Spanning-Aarde afstand

Term uit de elektronica. Zie VDR.

Spanningsafhankelijke weerstand

Spanningsregelaar

1. Onderdeel van een auto, dat de spanning van de dynamo regelt, zodanig dat de accu niet overladen wordt en er een (redelijk) stabiele spanning op het boordnet staat. 2. Aanduiding voor een IC dat een hogere spanning regelt naar een lagere gestabiliseerde spanning (bijv. de uA7812 die een spanning van 12 volt levert). Zie ook: IC-spanningsregelaar.

Spanningsregelaar

Het geheel van infravoorzieningen die benodigd zijn om bovenleidingsystemen elektrisch van elkaar te scheiden, op zodanige manier dat treinen rijdend van het ene naar het andere spanningsysteem kunnen overgaan. (2)

Spanningssluis

Bouwkunde. Het spant heeft in de bouwkunde als functie het dragen van de dakconstructie, inclusief de daarop uitgeoefende belasting van dakbedekking, sneeuw, wind en dergelijke. Het brengt het totaal van deze krachten, inclusief het eigen gewicht verticaal over op de eronder aanwezige constructie van het gebouw. (3)

Spant

De afstand tussen de binnenvlakken van de wielen of wielbanden. In het Duits wordt dit aangeduid met innerer spurkranzabstand of radsatzinnenmass. In het Engels wordt dit aangeduid met distance between inside faces of flanges. Zie: artikel Proto-normen.

Speermaat

(Eng. barrier diode). Beetje vreemde benaming, daar elke diode spert (in één richting). Betere benaming is vrijloopdiode. Bij een diode is sprake van een geleidende richting (de doorlaatrichting) en een sperrende richting (de sperrichting). Van deze eigenschap wordt gebruik gemaakt, door een vrijloopdiode toe te passen bij relais (de kathode van de diode moet dan aan de pluszijde van het relais gemonteerd worden). De functie van deze vrijloopdiode is, het beschermen van de transistor die het relais aanstuurt. De vrijloopdiode voorkomt dat de transistor defect raakt door (te) hoge (inductie)spanningen, die ontstaan bij het afvallen van het relais, dus op het moment dat de spoelspanning op het relais uitgeschakeld wordt. Het verschijnsel is te vergelijken met een autobobine, waar, zodra de spanning over de bobine wegvalt, een hoge spanning ontstaat (&plusmn.15 KV), die op de bougiecontacten een vonk laat overspringen. Bij een relais ontstaat niet een dergelijk hoge spanning als bij een autobobine, maar deze inductiespanning is hoog genoeg om een, op de bekrachtigingsspoel van een relais aangesloten, transistor te vernielen.

Sperdiode

(Elektronica). Zie Diode.

Sperrichting

(Meettechniek). Verbeterde uitvoering van de analoge multimeter. De gemeten waarden zijn d.m.v. een wijzer op een schaal(met schaalverdeling) af te lezen. Achter de wijzer zit een spiegel. Door langs (of eigenlijk op) de wijzer te kijken op zodanige wijze dat de wijzer precies boven zijn spiegelbeeld staat, is de meter nauwkeurig(er) af te lezen.

Spiegelschaalmeter

Op een station, het opdelen van een aangekomen trein met één treinnummer in twee treinen, die elk verder rijden met een eigen treinnummer. Meestal behoudt één van de treinen het nummer van de aangekomen trein. Indien een van beide treinen uit de dienstregeling wordt genomen (geen treinnummer) wordt dit aftrappen genoemd. (2)

Splitsen

Punt langs een baanvak waar in de ene richting een treinstroom zich splitst (of meerdere treinstromen zich splitsen) en waar in de tegenrichting treinstromen zich samenvoegen. Anders gezegd: op een splitsingspunt komen drie baanvakdelen bij elkaar. (2)

Splitsingspunt

Afkorting van SpoorwegPolitie. (4)

SpoPo

Twee spoorstaven, verbonden door bielsen, zodanig geconstrueerd dat er railvoertuigen op kunnen rijden. (2)

Spoor

Aansluiting van een bedrijf (bijv. voor een automobielimporteur) door middel van een spoor en een wissel aan het spoorwegnet. Wordt ook wel bedrijfsaansluiting genoemd, hoewel niet geheel correct. (2)

Spooraansluiting

De hart-op-hart afstand tussen twee naast elkaar liggende sporen. (2) Zie: artikel Railgeometrie.

Spoorafstand

Spoorbaan

Afstand tussen beide spoorstaven van één spoor, gemeten van hart spoorstaaf tot hart spoorstaaf. In Nederland is de spoorbreedte 1,50 meter (normaal spoor geheten). De spoorwijdte bedraagt 1,435 meter. (2) Zie: artikel Proto-normen.

Spoorbreedte

Het functioneren van een systeem is gericht op één spoor. De uitvoering van het onderhoud heeft alleen invloed op de beschikbaarheid van het bijbehorende spoor. (2)

Spoorgebonden

Spoorlijn

Een samentrekking van spoor en rails die beiden hetzelfde betekenen. Is op twee manieren uit te leggen: 1. Men bedoelt hiermee de spoorstaaf (rail) in het meervoud. 2. Men bedoelt hiermee de rails ofwel het spoor.

Spoorrails

De sloot evenwijdig aan het baanlichaam van het spoor liggend, ten behoeve van de waterhuishouding. (2)

Spoorsloot

Een spoorspatting is het horizontaal verbuigen (juister gezegd: plotseling knikken) van de rails. Dit fenomeen kan ontstaan door de drukkracht die in lengterichting op de spoorstaven wordt uitgeoefend, in het bijzonder bij het uitzetten van de spoorstaven ten gevolge van temperatuurstijging. Bij erg warm weer kan de temperatuur van de spoorstaven oplopen tot meer dan 100° (graden) Celsius. Doordat de spoorstaven uitzetten, ontstaat er een drukkracht/spanning in de lengterichting van de rails. Als deze te hoog wordt, zoekt het materiaal een uitweg naar opzij en knikt de rails, zodat een uitstulping, een kronkel in het spoor ontstaat. Door de dwarsliggers blijft het verband tussen de spoorstaven bestaan, zodat de twee spoorstaven op dezelfde plaats kromtrekken. Meer over Spoorspatting. (3)

Spoorspatting

De smalle bovenzijde van de spoorstaaf. Dient om de wielen (met name de wielflenzen) te geleiden, en tevens om het gewicht van de treinen te dragen. Zie: artikel Proto-normen.

Spoorstaafkop

Zie Spoorstaafkop.

Spoorstaafkoppen

Metalen profielen (in het Engels rails genoemd) bedoeld om de wielen te geleiden, en om het gewicht van de treinen en eventuele andere spoorvoertuigen te dragen.

Spoorstaven

Spoorstaafgebonden systeem om te kunnen bepalen of er een trein in de betreffende sectie staat. (2) Zie ook: GRS-spoorstroomlopen.

Spoorstroomlopen

Voertuig, ontworpen en gemaakt om op rails te rijden.

Spoorvoertuig

Meervoud van Spoorvoertuig.

Spoorvoertuigen

Een spoorweg, spoorbaan of spoorlijn is een weg, bestaande uit twee evenwijdige stalen staven, spoorstaaf of rail geheten. Deze zijn vastgezet op dwarsliggers, de zogenaamde bielzen, die meestal gemaakt zijn van hout of beton. Ook metalen dwarsliggers komen wel voor. De afstand tussen de beide binnenzijden van de koppen van de spoorstaven wordt spoorwijdte genoemd. Deze bedraagt in Europa doorgaans 1435 mm (normaalspoor), maar ook andere spoorwijdten worden gebruikt.

Spoorweg

Een spoorwegrijtuig (in België ook spoorwegwagon genoemd, in Nederland ook bak, of (niet in spoorjargon) wagon genoemd) is een niet-aangedreven railvoertuig, bestemd voor het vervoer van reizigers en/of post, dit in tegenstelling tot een wagen, die uitsluitend gebruikt wordt voor het vervoer van goederen.

Spoorwegrijtuig

Afstand tussen de binnenkanten van de linker en rechter spoorstaaf van één spoor, gemeten op 14 mm. onder het denkbeeldige vlak bovenop beide spoorstaven. In Nederland en het grootste deel van Europa 1435 mm, ook wel normaal spoor genoemd, in tegenstelling tot smal of breed spoor. (2) Zie: Proto-normen.

Spoorwijdte

Totaal aan sporen, wissels enz. (2)

Sporen lay-out

Tekening met schematische weergave van sporen, wissels, vrije kruisingen en perrons. Soms staan hier ook overwegen en vrije kruisingen met het wegverkeer aangegeven. (2)

Sporenschema

Treinstellen die dienen voor de stoptreindiensten in de Randstad. Deze treinstellen kunnen zeer snel optrekken en afremmen. De treinstellen bestaande uit drie bakken heten nog steeds Sprinter. De stellen, bestaande uit twee bakken, heten nu grotendeels citypendel. Enkele van de twee-bakkige stellen rijden met de naam Spitspendel en Strandsprinter op het spoorwegnet.

Sprinter

(Elektronica). Een SR-flip-flop kent twee stabiele toestanden. De SR-flip-flop heeft een Set (S) en een Reset-aansluiting (R). Wanneer op de Set-ingang een positieve puls gezet wordt, klapt de uitgang (Q) van de flip-flop om, en blijft in die toestand, totdat er op de Reset-ingang een positieve puls gezet wordt. Dan klapt de uitgang (Q) van de flip-flop weer om. Wanneer er ook een Q-uitgang aanwezig is met een streepje erboven, dan neemt die uitgang, bij elke omschakeling van de flip-flop, de tegengestelde toestand van uitgang Q aan. (3)

SR-flip-flop

Staging Yard

(Eng.) Wisselaandrijving die in de eindstand geblokkeerd wordt, maar waarvan de voedingsspanning van de motor niet uitgeschakeld wordt door eindschakelaars (bijv. de Tortoise wisselaandrijving). Zie: artikel Wissels digitaliseren.

Stall Motor

Grootspoor. Benaming voor een aantal gekoppelde personenrijtuigen (niet zijnde een treinstel), die altijd een bepaalde vaste samenstelling vormen. Deze door een loc getrokken samenstelling wordt aangeduid met een treinnummer. (3) Meer over Stam

Stam

Het spoor en de wissels, waarop meerdere spooraansluitingen zijn aangesloten, ter ontsluiting van een bedrijvenpark aan het spoorwegnet.

Stamlijn

(Elektronica). Zie: Drempelspanning.

Stapspanning

Station

Sporen op een station/emplacement: opstel-, reinigings-, herstel-, doorrijdsporen, perronsporen enzovoort. (2)

Stationssporen

Hieraan zijn de punten van de wisseltongen bevestigd. De stelbalk zorgt voor het gelijktijdig bewegen van beide wisseltongen. De stelbalk kan met een wisselsteller (op handbediening) omgezet worden, maar kan ook elektromechanisch aangedreven zijn, waarbij het wissel op afstand bediend wordt.

Stelbalk

(Eng.) Elektronische schakeling, die van een lagere spanning een hogere spanning maakt. Een voorbeeldtoepassing hiervan is de ESU Powerpack. Deze powerpack bevat o.a. een goldcap van 2,7 volt. De stepup-converter die op het printje zit, maakt van die 2,7 volt een hogere spanning, om de locdecoder te kunnen voeden.

Step-up converter

Ook wel draaistroom genoemd. Hiermee wordt driefasen 400 volt~ aangeduidt. Tussen de fasen onderling is 400 volt aanwezig (in vaktermen wordt dit driehoek genoemd), en tussen elke fase en de 0 (nul) is 230 volt aanwezig (in vaktermen wordt dit ster genoemd. Voor elektromotoren bestaat een zogenaamde ster - driehoekschakelaar. Om de motor op gang te laten komen, wordt deze eerst in ster geschakeld en na enige tijd wordt de motor in driehoek geschakeld, en levert dan pas zijn volle vermogen. (3)

Sterkstroom

(VN-nummer) (Engels: UN-number) is een getal van vier cijfers dat een gevaarlijke stof identificeert tijdens het transport, volgens de voorschriften van de Verenigde Naties. Meer over Stofidentificatienummer. (3)

Stofidentificatienummer

De stoomdom is een verhoging op de stoomketel. Deze verhoging dient er voor, om geen water in de leiding te krijgen. In de verhoging (=de stoomdom) zit de opening van de stoomleiding. De leiding gaat naar de cilinders. Het is belangrijk (omdat water niet samendrukbaar is), dat er geen waterdeeltjes mee naar de cilinder gaan. Op oude locomotieven zit meestal een koperen sierbekleding om de stoomdom heen. (3)

Stoomdom

Het geheel van buffers en trekhaak (+schroefkoppeling)

Stoot en trekwerk

Zie: Stootjuk

Stootheuvel

Constructie om materieel tegen te houden aan het eind van een spoor. (2)

Stootjuk

Schakeling gebruikt bij overweg. Meer over Stop-door-schakeling . (2)

Stop-door-schakeling

De stopmachine zorgt ervoor dat het spoor op de juiste hoogte en op de juiste plaats komt. Meer over Stopmachine

Stopmachine

Mechanische beveiligingsinrichting op de spoorweg, die moet voorkomen dat losse wagens (of eventueel losse rijtuigen) onbedoeld vanaf een zijspoor op de hoofdbaan belanden. Meer over Stopontspoorblok (3) Zie ook: Stopontspoorblok (2)

Stopontspoorblok

Een trein die in principe elk tussengelegen station tussen het vertrekstation en de eindbestemming aandoet.

Stoptrein

Het moment van het uitvoeren van onderhoud wordt bepaald door het bereiken van een functiestoring. (2)

Storingafhankelijk-onderhoud

Ook wel bulkgoed of massagoed genaamd. Los gestorte goederen in een (goederen)wagen (bijv. in een kolenwagen). Zie: artikel Vrachten en ladingen. Meer over Stortgoed. (3)

Stortgoed

Zie Stortgoed hierboven.

Stortgoederen

(Grootspoorjargon). Afkorting van stroomafnemer. In het meervoud wordt gesproken van stra's (Zie: Stroomafnemer). Bij modelspoor niet te verwarren met de pantograaf die op het dak zit. Beter is het, bij de wielen van modelspoormaterieel, te spreken van sleepcontact.

Stra

Verzamelnaam voor veel elementen die in de openbare ruimte staan. U kunt daarbij denken aan banken, afvalbakken, bloembakken, ABRI's, borden, kasten, enzovoort. Zie: artikel Straatmeubilair.

Straatmeubilair

Benaming voor de rails die in een straat of rijbaan liggen, en dus in de (weg)verharding ligt. De bestrating (of het asfalt) ligt tegen de (buitenste) zijkanten van de rails aan en ook tussen de spoorstaven is bestrating (of asfalt) aangebracht, waarbij aan de binnenzijden van beide spoorstaven een gleuf is vrijgehouden, om de flenzen van de wielen te laten passeren. Meer over Straatspoor.

Straatspoor

Metalen geleider die er voor zorgt dat het wiel van een spoorvoertuig niet in een uitsparing van een puntstuk terecht kan komen. Zie ook Aanslagrail en Contra-rail.

Strijkregel

(Modelspoor). Koperen, messing of fosforbronzen geleider, in de vorm van een smalle, platte, verende strip, die er voor zorgt dat de voedingsstroom vanaf het draaiende wiel (of de wielen) doorgegeven kan worden naar de elektromotor in een elektrische modellocomotief of modeltrein(stel). Beter is het, te spreken van sleepcontact.

Stroomafnemer

(Elektronica). Voluit: constante stroombron. Schakeling die de stroom door bijv. een led contant probeert te houden. (3).

Stroombron

(Elektrotechniek). De stroomsterkte (in ampères) die door een geleider loopt.

Stroomsterkte

In de volksmond wordt abusievelijk de naam styreen gebruikt, inplaats van de juiste benaming: polystyreen. Styreen is een vloeistof. Zie ook Polystyreen.

Styreen

Zie XPS.

Styrisol

Zie XPS.

Styrodur

Zie EPS.

Styropor

(Electronica) Drager of dragermateriaal. Hierop wordt bijv. een led gemonteerd tijdens de fabrikage. (3).

Substraat

1. (Eng.) Wissel. 2. (elektrotechniek) Schakelaar. 3. (computertechniek) Een switch is een apparaat in de infrastructuur van pakketgeschakelde computernetwerken, dat tot doel heeft toestellen met elkaar te verbinden door het ontvangen, verwerken en doorzenden van ontvangen frames (datapakketjes). Meer over Switch. (3)

Switch

In modelspoorland zijn eigenlijk twee railsystemen beschikbaar en dat zijn: Tweerail en Drierail. Deze verschillen zowel fysiek als elektrisch. Meer over Systemen

Systeem

De hoogte gemeten tussen de onderkant van de rijdraad en het hart van de draagkabel, op het hoogst gelegen punt. (2)

Systeemhoogte-bovenleiding

Met een trein overgaan van één systeem naar een ander systeem, bijvoorbeeld bij bovenleidingssystemen (spanningsluis) of bij beveiligingssystemen. Transities kunnen rijdend of stilstaand plaatsvinden. (2)

Systeemtransitie

Gerelateerde termen: Marklin, Maerklin, Mærklin



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 12 jan 2018 17:52 (CET)