Binnenverlichting voor rijtuigenUit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Versie door Martin Hilvers (overleg | bijdragen) op 10 feb 2019 om 22:37
Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Fred Eikelboom
Voor de rijtuigverlichting of binnenverlichting van rijtuigen zijn heel goed leds toe te passen. Dat kunnen zijn losse leds, maar ook kant-en-klare led-strips. De grote voordelen van leds t.o.v. lampjes zijn dat leds:
Vooral dat laatste is van groot belang bij digitale banen omdat meerdere treinen gevoed worden uit dezelfde voeding, ook de stilstaande. Ook bij een analoge baan is het fijn dat led-rijtuigverlichting minder vermogen vraagt van de trafo. Het is ook van groot belang dat, bij gebruik van meerdere leds, de leds zo veel mogelijk in serie geschakeld worden, zolang de spanning dat toelaat. Het is sterk aan te bevelen om altijd minimaal 3 V over te houden voor de voorschakelweerstand, daarmee wordt voorkomen dat bij een eventuele spanningspiek de leds defect raken. Bij parallel schakelen neemt het stroomverbruik op de baan (het totale vermogen van locmotoren en de interieurverlichting) onnodig toe. Een centrale heeft maar een beperkt vermogen (gewoonlijk drie tot vier W). Wanneer er veel rijtuigen met interieurverlichting op de baan rijden, komt er wanneer u de leds van de interieurverlichting parallel geschakeld zijn al snel een punt waar één of meerdere boosters nodig zijn. Losse ledsLosse leds zijn verkrijgbaar in twee types: 'standaard', die maximaal 20 mA aankunnen (mogen hebben) en bij ongeveer 8 tot 10 mA al meer dan voldoende licht geven en high efficiency (ook wel low current genoemd), die bij 2 mA al heel veel licht geven. Het verdient sterk aanbeveling om voor de interieurverlichting de high efficiency types toe te passen; des te minder het stroomverbruik per rijtuig, des te beter. De drempelspanning van de ledDe vuistregel is ongeveer 2 volt voor (normale) rode, gele, oranje en groene leds en 3 volt voor (warm) witte, blauwe en high efficiency groene leds. Zie de datasheets om het exact te weten. Door het verschil in drempelspanning mag er geen witte led (3 volt) met een rode led (2 volt) in serie staan. Beide kleuren leds krijgen dan namelijk dezelfde stroomsterkte en dat kon nog wel eens een heel uiteenlopende helderheid opleveren. Sluit dus rode en witte leds altijd via een eigen voorschakelweerstand aan. Een paar leds en een voorschakelweerstand is genoeg?Bij toepassen van losse leds moet er altijd een gelijkrichter tussen worden geschakeld. Bij analoge banen wisselen de linker(-) en rechter(+) rail van spanning bij achteruitrijden, of als een wagon andersom op de rails wordt gezet. Zonder gelijkrichter zou dan de interieurverlichting maar in één richting werken. En, niet minder belangrijk, de leds zullen bij tegengestelde spanning (plus en min verwisseld), binnen de kortste keren defect raken (zie hieronder). Bij analoge banen zal de interieurverlichting alleen maar op volle sterkte branden wanneer de spanning op de rails maximaal is. Zodra de trein langzamer rijdt, vermindert ook de lichtsterkte. Bij digitale banen staat er een hogere spanning in de vorm van een variabele blokgolf op de rails, deze blokgolf wisselt ook nog eens van polariteit. Zonder gelijkrichter zouden de leds maar op halve kracht branden. Tevens is daarbij de kans zeer groot dat de leds te veel tegenspanning krijgen, waardoor ze binnen de kortste keren defect raken. Een led kan namelijk, afhankelijk van het type, maximaal 5 tot 6 volt tegenspanning (sperspanning) aan. Dus, of het nu om een 'analoge' of om een digitale baan gaat, een gelijkrichter is onmisbaar. Schakeling voor de analoge baan
Voor de bruggelijkrichter kan een kant-en-klaar exemplaar gebruikt worden, of vier 1N4148 dioden. Uit kostenoogpunt is dat laatste veruit het voordeligst als veel rijtuigen van interieurverlichting worden voorzien. Knipperende ledsZie hoofdartikel Maatregelen tegen knipperende verlichting. Bij het gebruik van de schakeling in afbeelding 01 is het onvermijdelijk dat de leds knipperen bij stroomonderbrekingen, bijv. op wissels of door vuile rails. Om dat knipperen tegen te gaan, kan een elektrolytische condensator (afgekort elco) over de plus en min van de bruggelijkrichter worden geplaatst (plus van de elco aan de plus van de gelijkrichter, zie afbeelding 02). Bij een waarde van 470 microfarad (µF) is het knipperen al een heel stuk minder. Er kan ook zonder probleem een hogere waarde voor C1 worden genomen, of meerdere elco's parallel als een grotere elco niet past in het rijtuig, bijv. twee van 470 microfarad.
Werkspanning van de elco (analoge baan)De werkspanning van de elco('s) moet voor analoge banen minimaal 1,5× de voedingsspanning bedragen, bij analoge banen dus: 14 volt × 1,5 = 21 volt. Hier dan een elco met een werkspanning van minimaal 25 volt gebruiken. Schakeling voor de digitale baanHet gaat hier om een verlichting die rechtstreeks en altijd brandt op de digitale spanning, dus zonder tussenkomst van een decoder.
Voor de berekening van de waarde van de voorschakelweerstand zie het artikel Minimale led voorschakelweerstand berekenen. Uitbreiding met spanningsregelaar
Voor een nog betere 'antiknipper'-werking kan een spanningsregelaar worden toegevoegd (zie afbeelding 04 en 05). Door dan tevens C1 in waarde te vergroten (van 470µ tot 2200µ) en C2 (2,2µ) toe te voegen, geeft dit een vrijwel storingvrije werking. De grotere waarde van C1 zorgt er bij onderbreking van de spanning vanaf de rails voor, dat het IC zijn voedingsspanning nog een tijdje uit C1 kan halen. C2 zorgt voor een betere werking van het IC. Omdat er na het IC een lagere spanning aanwezig is (in vergelijking met afbeelding 03), moet de waarde van R1 opnieuw worden berekend. De minimale spanning waarop het nu werkt, is gestegen naar 12 V + 1,7 V + 1,4 V = 15,1 V. De marge tegen knipperen is hiermee ook aardig afgenomen. We geven hier geen bestelnummers van weerstanden want het is niet van te voren bekend welke weerstand(en) er nodig zijn (hangt af van de spanning die de centrale afgeeft) en het zou een wel erg lange lijst worden wanneer alle leverbare weerstandwaarden hier vermeld zouden worden. Bij 'Meer informatie' staan meerdere weerstandenleveranciers.
Werkspanning van de elco (digitale baan)Bij digitale banen dient de werkspanning van de elco hoger te zijn dan de maximale baanspanning. 1,5× die spanning is hiervoor een vuistregel, met genoeg marge. Een elco met een werkspanning van minimaal 35 volt is altijd aan de veilige kant. Overbelastingsverschijnselen bij centrales en boosters
Led-stripsDe uitvoeringen
Led-strips zijn er in vijf hoofdvarianten:
Bij de versies 1 - 4 is het vaak nodig om een buffer-elco aan te brengen om het knipperen van de leds tegen te gaan. De plaats waar deze elco gemonteerd moet worden is altijd na de gelijkrichter en vóór een eventuele spanningsregelaar.
Neem voor de elco een exemplaar met minimaal 35 volt werkspanning. De capaciteit moet minimaal 470 microfarad zijn. Hoe meer, hoe langer de leds 'nabranden'. Soms past er geen grote elco in het rijtuig, plaats dan twee kleinere exemplaren parallel (bijvoorbeeld twee stuks 330 microfarad/35 volt). Bijkomend voordeel van een hogere werkspanning is dat een elco met een hogere werkspanning een lagere lekstroom heeft. Het aansluiten van een buffer-elco op een diodebrugIn een goede gebruiksaanwijzing, zoals bijv. van de firma DigiKeijs, staat aangegeven hoe en waar een eventuele buffer-elco op de led-strip aangesloten dient te worden. Staat er echter niets in de gebruiksaanwijzing, dan kan dat als volgt: kan dat
Indien een op de print te monteren elco te veel ruimte inneemt (zodat de led-strip niet goed meer in het rijtuig past), kan de extra elco met twee stukjes draad (minimaal 0,14 mm²) op een beter geschikte plaats te monteren. In veel gevallen is op deze manier de elco('s) mooi te verbergen. Indien er een SMD-bruggelijkrichter gemonteerd is, dan hieronder verdergaan bij 'SMD-bruggelijkrichter'.) Zoek eerst de plus- en min aansluitingen van de gelijkrichter op. Volg (bij afbeelding A of B) vanaf het punt AC (waar de aansluitdraden zitten naar de sleepcontacten) de printsporen (of geleiderbanen), die naar de gelijkrichter gaan. Op die punten zit één diode met de kathode (aangegeven door een streep, stip, of inkeping op de behuizing) naar dat punt toe zit en een andere diode met de kathode er vanaf. Op die punten mag absoluut geen elco aansluiten omdat op die punten wisselspanning staat! Ook zitten er op één aansluitpunt twee diodes die met de kathodes vlak bij elkaar zitten. Dat punt is altijd de plusaansluiting. Aan de andere kant zitten twee diodes waarvan de anodes vlak bij elkaar zitten. Dat is altijd de minaansluiting. Verbind de led-strip met de digitale spanning en controleer met een multimeter of hier een gelijkspanning (meter op het DC-bereik instellen) van 16 tot 26 volt aanwezig is. Verbreek daarna de verbinding met de digitale spanning. Monteer hierna de minaansluiting van de buffer-elco('s) aan de min van de gelijkrichter. De plusaansluiting van de buffer-elco('s) komt aan de plus van de gelijkrichter. SMD-bruggelijkrichterIndien er op de led-strip een SMD-bruggelijkrichter aanwezig is (die inwendig ook uit vier diodes bestaat), dan is het vaak meteen duidelijk wat de plus en de min zijn, dit is op de behuizing aangegeven (zie afbeelding C). Staat er niets op de behuizing, ga dan als volgt te werk: zoek eerst de plus- en min aansluitingen van de gelijkrichter op. Volg (zie afbeelding C) vanaf het punt AC (waar de aansluitdraden zitten naar de sleepcontacten) de printsporen (geleiderbanen) naar de SMD-bruggelijkrichter. Op die punten bij de gelijkrichter mag geen elco worden aangesloten, doe dat aan de andere twee aansluitingen. Verbind daarna de led-strip met de digitale spanning en controleer met een multimeter of hier een gelijkspanning van ongeveer 16 tot 26 volt aanwezig is (multimeter op het DC-bereik instellen). Verbreek daarna de verbinding met de digitale spanning. Monteer hierna de minaansluiting van de buffer-elco aan de min van de gelijkrichter. De plusaansluiting van de buffer-elco komt aan de plus van de gelijkrichter. Mocht er bij montage van de elco - direct op de print - te weinig ruimte zijn om de led-strip in een rijtuig te bouwen, dan kan de elco ook d.m.v. een paar stukjes soepel - niet te dun - montagedraad (0,25 mm2 of meer) met de led-strip verbinden. WaarschuwingSluit nooit GoldCaps op de led-strip aan in plaats van een elco. Dit werkt gegarandeerd niet omdat de werkspanning van een GoldCap in deze situatie te laag is ten opzichte van de voedingsspanning (na de bruggelijkrichter) van de led-strip. De gangbare GoldCaps hebben een werkspanning van 5,5 volt. Dus wanneer de led-strip een voedingspanning nodig heeft die hoger is dan 5,5 volt, zijn GoldCaps niet bruikbaar. Flexibele led-stripsEen andere mogelijkheid om led-strips in rijtuigen te bouwen, is het gebruik maken van flexibele led-strips. Deze worden aangeboden op een rol. Met het aantal leds op zo een rol zit is een groot aantal rijtuigen van led-verlichting te voorzien. Op het forum staat aangegeven hoe dergelijke led-strips 'van de rol' worden toegepast (zie 'Meer informatie'. Meer informatie
|