Persoonlijke instellingen

Centrale voedingsleiding: verschil tussen versies

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
 
Regel 11: Regel 11:
  
 
=== Ringleiding of centrale voedingsleiding? ===
 
=== Ringleiding of centrale voedingsleiding? ===
De term "ringleiding" dekt eigenlijk niet de gehele lading. Een andere term die gebruikt wordt is dan ook "centrale voedingsleiding". Een ringleiding loopt namelijk vaak niet rond, maar is meestal vaker in de vorm van een ster, met stralen, of als een boom met aftakkingen.
+
De term "ringleiding" dekt eigenlijk niet de gehele lading. Een andere term die gebruikt wordt is dan ook "centrale voedingsleiding". Een ringleiding hoeft ook niet rond te lopen, andere vormen zijn ook mogelijk.
 
{{Afbeelding
 
{{Afbeelding
 
|Bestand= E10.14-01.jpg
 
|Bestand= E10.14-01.jpg
Regel 21: Regel 21:
  
 
=== Waarom een ringleiding of centrale voedingsleiding gebruiken? ===
 
=== Waarom een ringleiding of centrale voedingsleiding gebruiken? ===
Het gebruiken van een centrale voedingsleiding zorgt voor een beter treinbedrijf op de baan maar het is niet zo dat kleine modelbanen geen CVL nodig hebben en grote banen juist wel. Een kleine baan kan er ook baat hebben. Ook bij het bouwen met modules kan het heel gemakkelijk zijn om een CVL te gebruiken. Er zijn ook normen voor het aanleggen van een CVL bij modules.
+
Een centrale leiding zorgt door de grotere draaddiameter er voor dat de voedingsspanning zonder spanningsverlies van de regelaar of DCC centrale bij de rails komt. Het voorkomt ook dat door slechte railverbinders delen van de baan zonder spanning komen. Het is niet zo dat een kleine modelbaan geen CVL nodig heeft en een grote wel. Ook bij een kleine baan en het bouwen met modules kan het heel gemakkelijk zijn om een CVL te gebruiken. Er zijn normen voor het aanleggen van een CVL bij modules.
  
=== Mag een centrale voedingsleiding rondlopen? ===
+
=== De vorm van de CVL ===
Daarover verschillen de meningen. Het is echter aan te bevelen om een centrale voedingsleiding niet rond te laten lopen, omdat een gesloten leiding kan werken als een ontvangantenne en daardoor gevoelig kan zijn voor stoorsignalen. Zeker in de versterkertechniek wordt er altijd voor gezorgd dat er geen [[aardlus]]sen ontstaan omdat die kunnen leiden tot zeer ernstige brom in de versterker (dit verschijnsel noemt men dan ''motorboating''). Dit kan in ernstige gevallen leiden tot vernielen van een eindtrap. Om dit probleem bij onvermijdbare aardlussen op te lossen, wordt een weerstand van 100 tot 220 Ω tussen de beide uiteinden van de aardlus gemonteerd.
+
Een CVL kan zonder probleem rond lopen (de [[Basisvormen modelbanen|rails loopt meestal ook al rond]]). De meest gebruikte vorm voor een CVL is echter een 'boom' met aftakkingen, dit is voor de meeste banen de geschikte vorm. Ook is het aanleggen van de CVL in stervorm een mogelijkheid.
 
 
Het is dus het beste, zeker bij gebruik van ''flatcable'' zoals bij een [[S88, S88N, XpressNet en LocoNet|S88 terugmeldsysteem]], om bij een gesloten CVL ook een weerstand van 100 tot 220 Ω tussen de beide uiteinden van de lus te monteren. Zo worden eventuele stoorsignalen sterk verzwakt en kunnen dan geen schade meer aanrichten of storen op de S88. Vergeet dan niet om ook in de doorgaande spoorstaaf (die ook een gesloten lus is!) een identieke weerstand op te nemen (isolatielas in de doorgaande spoorstaaf en aan de uiteinden van de spoorstaven een draadje solderen en beide draadjes naar de 2e weerstand onder de treintafel leiden).
 
  
=== De vorm van de CVL ===
+
====Signaalleidingen====
De meest gebruikte vorm is een stam met aftakkingen, dit is voor de meeste banen de geschikte vorm. Ook is het aanleggen van de CVL in stervorm een mogelijkheid.
+
Een leiding kan werken als een antenne en daardoor kan het systeem gevoelig zijn voor stoorsignalen die worden opgevangen. In de hoogfrequent- en versterkertechniek wordt er altijd voor gezorgd dat er geen [[aardlus]]sen ontstaan omdat die kunnen leiden tot brom in de versterker (''motorboating''). Dit kan in ernstige gevallen leiden tot vernielen van een eindtrap. Om dit probleem op te lossen, wordt een weerstand van 100 tot 220 Ω tussen de beide uiteinden van de aardlus gemonteerd. Het is dus het beste, zeker bij gebruik van ''flatcable'' zoals bij een [[S88, S88N, XpressNet en LocoNet|S88 terugmeldsysteem]], om een weerstand van 100 tot 220 Ω tussen de beide uiteinden van de lus te monteren. Zo worden eventuele stoorsignalen verzwakt en kunnen geen schade of storingen veroorzaken op de S88 leiding.  
  
 
=== Hoeveel draden heeft een centrale voedingsleiding? ===
 
=== Hoeveel draden heeft een centrale voedingsleiding? ===
Regel 39: Regel 37:
  
 
==== Voeding van de rails ====
 
==== Voeding van de rails ====
Voor de voeding van de rails zijn twee draden nodig. Hierop staat spanning, al dan niet digitaal. De meest gebruikte kleuren voor deze twee draden zijn bruin voor de massadraad en rood voor de signaaldraad.  
+
Voor de voeding van de rails zijn twee dikke draden nodig. Hierop staat spanning, al dan niet digitaal. De meest gebruikte kleuren voor deze twee draden zijn bruin voor de massadraad en rood voor de signaaldraad.  
  
 
==== Voeding van de ongedetecteerde railsecties ====
 
==== Voeding van de ongedetecteerde railsecties ====
Regel 72: Regel 70:
 
|-
 
|-
 
|}
 
|}
 +
 
=== Welke draadsoort te gebruiken? ===
 
=== Welke draadsoort te gebruiken? ===
In principe is iedere elektrokabel of -draad te gebruiken. Voor de hoofdaders is dik draad beter. Door het gebruik van dikker draad wordt spanningsverlies in de centrale voedingsleiding voorkomen. Spanningsverlies uit zich in een lagere spanning aan het eind van de centrale voedingsleiding en dus ook in een lagere spanning op de rails.  
+
In principe is iedere elektrokabel of -draad te gebruiken. Voor de hoofdaders is dik draad beter. Door het gebruik van dikker draad wordt spanningsverlies over de centrale voedingsleiding voorkomen. Spanningsverlies uit zich in een lagere spanning op de rails.  
 
{{Afbeelding 2 naast elkaar
 
{{Afbeelding 2 naast elkaar
 
|Bestand= E10.14-02.jpg
 
|Bestand= E10.14-02.jpg
Regel 94: Regel 93:
  
 
=== Aanleg centrale voedingsleiding ===
 
=== Aanleg centrale voedingsleiding ===
Het aanleggen van een centrale voedingleiding is heel eenvoudig. Er zijn geen bijzondere materialen en/of -gereedschappen nodig. Een goede (zij)kniptang, schroevendraaiers, een soldeerbout (en harskern-soldeertin), een mesje, kroonstenen en schroefjes zijn voldoende.
+
Het aanleggen van een centrale voedingleiding is heel eenvoudig. Er zijn geen bijzondere materialen en/of -gereedschappen nodig. Een goede (zij)kniptang, schroevendraaiers, een soldeerbout en harskernsoldeer, een mesje, kroonstenen en schroefjes zijn voldoende.
  
 
==== Bevestigen ====
 
==== Bevestigen ====
Het installatiedraad kan met kroonstenen aan de onderbouw worden bevestigd. Met de kroonstenen kunnen ook eventueel de draden wat meer gespannen worden. Let op dat de draad met isolatie door de kroonsteen heen kan. De kleinere draden kunnen bijvoorbeeld met de kabelhouders van Conrad onder de baan geplakt worden.
+
Het installatiedraad kan met kroonstenen aan de onderbouw worden bevestigd. Met de kroonstenen kunnen ook eventueel de draden wat meer gespannen worden. Let op dat de draad met isolatie door de kroonsteen heen kan. De kleinere draden kunnen bijvoorbeeld met kabelhouders van Conrad onder de baan geplakt worden.
 
{{Afbeelding 2 naast elkaar
 
{{Afbeelding 2 naast elkaar
 
|Bestand= E10.14-05.JPG
 
|Bestand= E10.14-05.JPG
Regel 112: Regel 111:
  
 
==== Aansluitingen ====
 
==== Aansluitingen ====
Een aansluitingen maken op de hoofdaders, zoals bij het gebruik van installatiedraad, betekent dat het draad vrijgemaakt moet worden van de isolatie; 'strippen'. Op de plek waar de koperkern vrij is van isolatie is een aftakking aan de hoofdader te solderen. Zorg er daarbij wel voor dat de draden na het solderen - dus tijdens het afkoelen - niet kunnen bewegen, anders ontstaat een zogenaamde 'koude las'. De verbinding kan dan weer losgaan en tevens bestaat de kans op zeer moelijk te vinden storingen in de voedingsaansluitingen.
+
Een aansluitingen maken op de hoofdaders, zoals bij het gebruik van installatiedraad, betekent dat het draad vrijgemaakt moet worden van de isolatie; 'strippen'. Op de plek waar de koperkern vrij is van isolatie is een aftakking aan de hoofdader te solderen. Zorg er daarbij wel voor dat de draden na [[het solderen]] - dus tijdens het afkoelen - niet kunnen bewegen, anders ontstaat een zogenaamde 'koude las'. De verbinding kan dan weer losgaan en tevens bestaat de kans op zeer moelijk te vinden storingen in de voedingsaansluitingen.
  
 
=== Wisseldecoders zonder aansluiting voor een hulpvoeding ===
 
=== Wisseldecoders zonder aansluiting voor een hulpvoeding ===

Huidige versie van 23 nov 2019 om 16:28

Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Ronald Koerts - Update door Fred Eikelboom


Een centrale voedingsleiding (CVL) of ringleiding is iets dat bij beginners veel vragen oproept. Van "wat is een centrale voedingsleiding?" tot "Hoe moet ik een ringleiding aanleggen?". Vroeger werd 'digitaal' verkocht met de opmerking dat twee draden genoeg waren om de gehele modelbaan aan te sluiten en te besturen. Helaas is dat door de komst van wissel- en schakeldecoders en bezetmelders niet meer het geval; er is veel meer draad nodig om de digitale baan te besturen. Dit artikel geeft nadere uitleg over ringleidingen, oftewel centrale voedingsleidingen.

Ringleiding of centrale voedingsleiding?

De term "ringleiding" dekt eigenlijk niet de gehele lading. Een andere term die gebruikt wordt is dan ook "centrale voedingsleiding". Een ringleiding hoeft ook niet rond te lopen, andere vormen zijn ook mogelijk.

E10.14-01.jpg
Afbeelding: 01
Voorbeeld ringleiding met bezetmelders
Foto gemaakt door: Martin de Deugd


Waarom een ringleiding of centrale voedingsleiding gebruiken?

Een centrale leiding zorgt door de grotere draaddiameter er voor dat de voedingsspanning zonder spanningsverlies van de regelaar of DCC centrale bij de rails komt. Het voorkomt ook dat door slechte railverbinders delen van de baan zonder spanning komen. Het is niet zo dat een kleine modelbaan geen CVL nodig heeft en een grote wel. Ook bij een kleine baan en het bouwen met modules kan het heel gemakkelijk zijn om een CVL te gebruiken. Er zijn normen voor het aanleggen van een CVL bij modules.

De vorm van de CVL

Een CVL kan zonder probleem rond lopen (de rails loopt meestal ook al rond). De meest gebruikte vorm voor een CVL is echter een 'boom' met aftakkingen, dit is voor de meeste banen de geschikte vorm. Ook is het aanleggen van de CVL in stervorm een mogelijkheid.

Signaalleidingen

Een leiding kan werken als een antenne en daardoor kan het systeem gevoelig zijn voor stoorsignalen die worden opgevangen. In de hoogfrequent- en versterkertechniek wordt er altijd voor gezorgd dat er geen aardlussen ontstaan omdat die kunnen leiden tot brom in de versterker (motorboating). Dit kan in ernstige gevallen leiden tot vernielen van een eindtrap. Om dit probleem op te lossen, wordt een weerstand van 100 tot 220 Ω tussen de beide uiteinden van de aardlus gemonteerd. Het is dus het beste, zeker bij gebruik van flatcable zoals bij een S88 terugmeldsysteem, om een weerstand van 100 tot 220 Ω tussen de beide uiteinden van de lus te monteren. Zo worden eventuele stoorsignalen verzwakt en kunnen geen schade of storingen veroorzaken op de S88 leiding.

Hoeveel draden heeft een centrale voedingsleiding?

Dat ligt er aan hoeveel (en wat) is aangesloten op de voedingsleiding. Voor iedere functie van de centrale voedingsleiding zijn extra draden nodig. Hieronder volgt een overzicht van de meest gebruikte functies voor de centrale voedingsleiding:

Voeding van de rails

Voor de voeding van de rails zijn twee dikke draden nodig. Hierop staat spanning, al dan niet digitaal. De meest gebruikte kleuren voor deze twee draden zijn bruin voor de massadraad en rood voor de signaaldraad.

Voeding van de ongedetecteerde railsecties

Deze voedingsdraad is alleen nodig bij tweerail digitaal en bezetmelders als terugmelding. In deze draad wordt dan een diodeschakeling opgenomen. Aan één draad van de diodeschakeling kunnen dan alle ongedetecteerde stukken van de modelbaan aangesloten worden. De andere draad vanaf de diodeschakeling gaat naar de rode draad van de centrale. De kleur van de draad naar de diodeschakeling is meestal een aparte kleur zoals groen of blauw.

Voeding diverse decoders baanbesturing

De meeste wissel- en seindecoders hebben een extra aansluiting om stroom van een extra transformator te gebruiken (externe voeding). Door de extra aansluiting is er geen noodzaak om 'dure' digitale stroom te gebruiken voor het omzetten van de wissels en/of seinen. Meestal wordt deze stroom geleverd door een oude analoge treintransformator met een wisselspanninguitgang. Daarvoor is ook de blauwe Märklin analoge transformator te gebruiken. De twee draden voor deze voeding hebben meestal de kleuren wit en zwart.

Voeding verlichting gebouwen en straatverlichting

Het geeft een sfeervolle uitstraling wanneer de gebouwen verlicht zijn en de straatverlichting aan is op de modelbaan. Deze verbruikers moeten allemaal gevoed worden. Nu is het vrij simpel om daarvoor tegelijk twee extra draden mee te nemen.

Resumé

Als alle functies d.m.v. de centrale voedingleiding gevoed moeten worden, dan is het volgende aantal draden nodig:

  • 2 draden voor de railspanning
  • 1 draad voor ongedetecteerde secties
  • 2 draden voor voeding decoders
  • 2 draden voor verlichting gebouwen en straatverlichting
  • 7 draden totaal.
E10.14-06.jpg
Afbeelding: 02
Principeschema van de centrale voedingsleiding
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts


Kan het met minder draden?

Ja en nee. In principe kan het met minder draden wanneer de digitale centrale gebruikt maakt van het zogenaamde common ground-principe, oftewel gezamenlijke (of gemeenschappelijke) massa. Hierbij mogen alle massadraden vervangen worden door één gezamelijke (zwarte) massadraad.

Let-op.jpg
  LET OP
Alle massadraden vervangen door één gezamelijke massadraad mag alleen als de digitale centrale hier geschikt voor is, d.w.z. als deze een common ground heeft. Lees daarvoor de handleiding van de digitale centrale!

Welke draadsoort te gebruiken?

In principe is iedere elektrokabel of -draad te gebruiken. Voor de hoofdaders is dik draad beter. Door het gebruik van dikker draad wordt spanningsverlies over de centrale voedingsleiding voorkomen. Spanningsverlies uit zich in een lagere spanning op de rails.

E10.14-02.jpg Draad-Conrad605905.jpg
Afbeelding: 03 Afbeelding: 04
Installatiedraad Modelspoordraad
Bron: conrad.nl Bron: conrad.nl

Hoofdaders

Voor de hoofdaders is stug installatiedraad (VD-draad) het gemakkelijkst te gebruiken. Het is in meerdere kleuren en in een aantal diktes, zoals 1,5 mm² en 2,5 mm² te verkrijgen bij de bekende bouwmarkten.

Aansluitingen

Voor de draden naar de rails, decoders en verlichting (lampjes en/of LEDs) is gewoon standaard modelspoorkabel of -draad van bijvoorbeeld 0,14 mm² te gebruiken.

Aanleg centrale voedingsleiding

Het aanleggen van een centrale voedingleiding is heel eenvoudig. Er zijn geen bijzondere materialen en/of -gereedschappen nodig. Een goede (zij)kniptang, schroevendraaiers, een soldeerbout en harskernsoldeer, een mesje, kroonstenen en schroefjes zijn voldoende.

Bevestigen

Het installatiedraad kan met kroonstenen aan de onderbouw worden bevestigd. Met de kroonstenen kunnen ook eventueel de draden wat meer gespannen worden. Let op dat de draad met isolatie door de kroonsteen heen kan. De kleinere draden kunnen bijvoorbeeld met kabelhouders van Conrad onder de baan geplakt worden.

E10.14-05.JPG E10.14-04.jpg
Afbeelding: 05 Afbeelding: E10.14-06
Voorbeeld kroonstenen en kabelhouders Voorbeeld centrale voedingsleiding
Foto gemaakt door: Ronald Koerts Foto gemaakt door: Beneluxspoor Forumgebruiker Ferry!

Aansluitingen

Een aansluitingen maken op de hoofdaders, zoals bij het gebruik van installatiedraad, betekent dat het draad vrijgemaakt moet worden van de isolatie; 'strippen'. Op de plek waar de koperkern vrij is van isolatie is een aftakking aan de hoofdader te solderen. Zorg er daarbij wel voor dat de draden na het solderen - dus tijdens het afkoelen - niet kunnen bewegen, anders ontstaat een zogenaamde 'koude las'. De verbinding kan dan weer losgaan en tevens bestaat de kans op zeer moelijk te vinden storingen in de voedingsaansluitingen.

Wisseldecoders zonder aansluiting voor een hulpvoeding

Er zijn wisseldecoders, zoals de Roco 10775, zonder extra aansluiting voor een hulpvoeding. Deze wisseldecoders krijgen zowel het digitale signaal, als de spanning voor het omzetten van de wissels op dezelfde ingang. Met gebruik van meerdere wisseldecoders van dit type tegelijkertijd, is het verstandig om een extra aparte versterker, met eigen transformator aan te schaffen en deze versterker te koppelen aan het digitale systeem. Dan kunnen de wissels worden aangesloten op hun eigen CVL met digitale spanning.


Meer informatie

Externe website:
Beneluxspoor.net:
Voorbeeld van een Centrale Voedingsleiding.
het aansluiten van de bedrading.

Gerelateerde termen: Märklin, Marklin, Maerklin, Mærklin



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 26 dec 2017 18:03 (CET)