Persoonlijke instellingen

Inleiding digitale baanbesturing

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Versie door Martin Hilvers (overleg | bijdragen) op 29 mei 2020 om 00:39
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteurs: Fred Stevens en Alfred Oosting - Bewerkt door Fred Eikelboom


Dit artikel is een inleiding digitale baanbesturing. Om een goed beeld te krijgen van een digitale besturing, wordt aangegeven wat de verschillen tussen digitaal en analoog zijn. Tot circa 1985 was analoge besturing de enige gangbare wijze, daarna kwam langzaam ook de digitale besturing in gebruik.

Analoog

Bij een analoog bestuurde modelspoorbaan worden de treinen bestuurd door het variëren van de spanning op de rails. De loc of het treinstel pikt die spanning via de wielen op en zal, al naar gelang de hoogte van die spanning, sneller of langzamer rijden. Het regelen van deze spanning gebeurde meestal met een regelbare voeding bestaande uit een transformator, gelijkrichter, variabele weerstand en een richtingschakelaar. Deze methode is eenvoudig, maar ook beperkt.

SignaalAnaloog.gif
Afbeelding: 01
Vorm van het analoge signaal
Foto gemaakt door: Fred Stevens

Een kenmerkend nadeel van deze methode is te zien aan het gedrag van de verlichting in de loc of de trein. Deze zal immers afhankelijk van de hoogte van de aangeboden spanning helder of zwak oplichten. Bovendien biedt deze methode weinig mogelijkheden om meerdere treinen onafhankelijk van elkaar te besturen. Immers, alle treinen op de rails zullen gaan rijden wanneer er spanning wordt aangeboden. Dit probleem kan worden opgelost door zogenaamde baanvakken (blokken) te maken, die elk met een afzonderlijke voeding geregeld worden. De trein die zich in een bepaald baanvak bevindt, kan zo afzonderlijk van de overige treinen bestuurd worden.

Digitaal

Vrijwel alle bij analoog genoemde nadelen, zijn opgelost met een digitale besturing. De plaats op de baan waar een loc, trein of treinstel zich bevindt, is nu niet meer bepalend voor de besturing. Elke loc, trein of treinstel kan op elke plaats van de baan onafhankelijk van de andere gemotoriseerde railvoertuigen bestuurd worden. Dit is mogelijk doordat elke loc, treinstel of trein, elektronica bevat, de zogenaamde locdecoder, die een eigen unieke identificatie heeft, een "adres", en die op basis van digitale commando's de locomotief bestuurt. De benodigde commando's worden niet meer via een regelbare transformator gegeven, maar via het digitale systeem, waarbij de aanstuur-electronica bestaat uit een centrale.

In tegenstelling tot de analoge besturing, wordt bij een digitale besturing continu een vaste spanning op de rails aangeboden. In die spanning zit het digitale signaal gecodeerd, 'verstopt'. Door een adres te kiezen en de draaiknop verder 'open' te draaien krijgt de locdecoder, via de rails, van de centrale een digitale opdracht om de motor sneller te laten draaien. Dit gebeurt dan niet meer door de spanning te verhogen maar door de breedte van de spanningspulsen naar de motor te verlengen. Dit heet dan pulsbreedtemodulatie of PBM. Dit is een verliesvrije regeling; er gaat geen vermogen verloren in de vorm van warmte, zoals in een variabele weerstand.

Andersom zal, bij het terugdraaien van de draaiknop, de centrale via de rails een digitaal signaal naar de decoder versturen met de opdracht om de pulsbreedte van de motoraansturing korter te maken, met als gevolg dat de motor gaat langzamer gaat draaien.

Welke loc aangestuurd wordt is afhankelijk van het adres dat op de centrale gekozen is. Door de vaste spanning op de rails zal de verlichting in de loc, trein of treinstel continu met dezelfde helderheid branden. Of de loc dan rijdt of stilstaat is niet meer van belang. Een opdracht om verlichting in of uit te schakelen wordt ook gegeven via de centrale.

Signaaldigitaal.gif
Afbeelding: 02
Vorm van het digitale signaal
Tekening gemaakt door: Fred Stevens


Extra's

Digitaal rijden biedt bovendien nog veel extra mogelijkheden. Zo kunnen per locomotief of -treinstel extra functies bediend worden zoals verlichting, geluiden, rookgenerator of een ontkoppelaar. Ook andere objecten op de modelspoorbaan die van een decodervoorzien zijn, zoals wissels, seinen e.d. kunnen met hetzelfde digitale systeem geregeld c.q. bediend worden. Een groot schakeltableau (schakelpaneel) met allerhande knoppen, toetsen, indicatielampjes en regelaars is daarbij volledig overbodig. Om kosten te besparen kunnen de wissels via schakelaars op een schakeltableau worden bediend en de locs/treinstellen digitaal.

Let-op.jpg
  LET OP
Een waarschuwing: Sluit nooit twee centrales tegelijkertijd aan op dezelfde sectie! Er kan maar één centrale de baas zijn en de digitale opdrachten versturen.

Overstap van analoog naar digitaal

Bij een overstap van analoog naar digitaal moet met een aantal basisbeginselen rekening gehouden worden:

  1. Alle soorten rails voor een analog modelbaan zijn ook zonder meer geschikt voor digitaal.
  2. Om digitaal te kunnen rijden moet de loc voorzien zijn van een decoder ('ontvanger').
  3. Om digitaal te kunnen rijden moet er een digitale regelaar gebruikt worden, een centrale. Dit is altijd een apparaat met een draaiknop, een aantal drukknoppen en een display. Zonder een centrale rijdt er niets.
  4. Oudere analoge locomotieven kunnen voorzien zijn van gloeilampjes voor de verlichting. Digitaal rijden gebeurt met een hogere spanning, circa 18 V versus circa 14 V bij analoog. Dit resulteert in veel hetere (of zelfs doorgebrande) gloeilampjes, waardoor plastic kan verkleuren, smelten of in het ergste geval kan verbranden. Controleer bij het digitaliseren van een locomotief of treinstel altijd of de lampjes geschikt zijn voor deze hogere spanning (zie ook: 'Informatie over het aansluiten van lampen in een loc/treinstel' hieronder bij: 'Meer informatie'. Het is altijd beter om de gloeilampjes te vervangen door leds (met voorschakelweerstand), ook door het lagere stroomverbruik. Voor een gloeilampje maakt het niet uit of er digitaal of analoog wordt gereden, leds moeten wel op gelijkspanning branden. Leds op wisselspanning zullen defect raken. Voor analoge locs met een reeds ingebouwde rookgenerator geldt hetzelfde wegens de hogere digitale spanning, zie 'Rookgenerator aansluiten op een locdecoder' hieronder bij 'Meer informatie').
  5. Hetzelfde geldt ook voor rijtuigen met interieurverlichting, oudere rijtuigen kunnen ook voorzien zijn van gloeilampjes. Vervang deze ook door leds, zie hiervoor de artikelen in deze encyclopedie.
  6. Voor stuurstandrijtuigen gelden speciale regels. Bij een analoge situatie wisselt de verlichting (frontsein/sluitsein) al naar gelang de rijrichting. Bij digitaal werkt dit anders en een analoog stuurstandrijtuig kan op een digitale baan niet zonder aanpassingen gebruikt worden met correcte verlichting. Het stuurstandrijtuig moet dus aangepast worden, bijvoorbeeld door een decoder in te bouwen. Vraag bij twijfel de winkelier of raadpleeg het BNLS forum.
  7. Analoog materieel kan niet op een digitale baan, digitale locs kunnen wel op een analoge baan.
  8. Koppel alle analoge regelaars af van de baan en gebruik deze niet voor het rijden. De regelaars zijn nog wel te gebruiken voor bijvoorbeeld het voeden van verlichting of eventueel voor het voeden van wissels. De rails van Lima, Roco/Fleischmann of Piko en vergelijkbare soorten, zijn geschikt voor tweerail systemen met elektrisch gescheiden rails.

Märklin maakt gebruik van drierail. Dat type rails is niet te combineren met tweerail. De wielen van het rijdend materieel van Märklin zijn onderling niet elektrisch van elkaar geïsoleerd en zullen zonder aanppassing kortsluiting veoorzaken op een tweerail baan.

Wat is nodig voor digitaal

De meest voor de hand liggende optie is om te beginnen met een digitale startset. Die is helemaal compleet, dus met een centrale en inclusief een loc met een ingebouwde decoder. Dan is het 'aansluiten en klaar', er hoeft niets zelf geknutseld te worden om meteen digitaal te rijden. Bij een startset wordt ook rails meegeleverd, dit kan een andere type of merk zijn wat er al aanwezig is, maar afhankelijk van de hoeveelheid al aanwezige rails kan verder worden uitgebreid met de nieuwe rails uit de startset.

Er zijn ook losse digitale setjes te koop, bijvoorbeeld (tweedehands) via internet of een winkelier. Een populair model is de Roco Multimaus. Zo een set moet dan ten minste bestaan uit:

  • (originele) netvoeding
  • regelaar
  • een booster als er veel (meer dan 4) treinen tegelijkertijd gaan rijden
    • kabel om de regelaar aan te sluiten op de booster
    • kabel om de booster aan te sluiten op de rails

Schaf een locomotief aan (bijvoorbeeld van Piko of Roco/Fleischmann) en vraag of er meteen een decoder (naar keuze) ingebouwd wordt en daarna de locomotief wordt getest. Voeg daarna de loc toe aan de bibliotheek van de regelaar, met het opgegeven adres. Zo is proefondervindelijk vast te stellen hoe het allemaal werkt. Koop daarna dan bijvoorbeeld nog een locomotief en bouw er zelf een decoder in.

Het is handig ook de instructieboekjes erbij te hebben, maar via Google is dit ook allemaal te vinden op het Internet.


Meer informatie

Encyclopedie:
Externe website:
Overzicht boosters.
Meer aandachtspunten betreffende analoog en digitaal.



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 24 mei 2020 21:53 (CEST)