Persoonlijke instellingen
Loading

Wissels digitaliseren

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Ronald Koerts - Bewerkt door Fred Eikelboom


Inhoud

Inleiding

Nu we handmatig digitaal kunnen rijden, willen we dit een beetje uit gaan breiden; we willen graag de wissels digitaal bedienen. Om wissels te 'digitaliseren' hebben we een aantal onderdelen nodig:

Deze twee onderdelen samen, zorgen ervoor dat we de wissels vanaf de centrale digitaal kunnen bedienen.


Wisselaandrijving

Wanneer de wissels nog geen aandrijving hebben, moeten deze eerst voorzien worden van een elektrische aandrijving. De fabrikanten van railsystemen, zoals Roco, Fleischmann, Piko en Märklin leveren eigen aandrijvingen voor hun wissels. Daarnaast zijn er diverse andere leveranciers, zoals Hoffmann, Conrad, Tortoise en Fulgurex die universele wisselaandrijvingen leveren. Deze kunnen meestal zonder daadwerkelijke (of ingrijpende) aanpassingen aan het wissel gebruikt worden. Wisselaandrijvingen zijn te onderscheiden in een aantal groepen. Iedereen heeft meestal een persoonlijke voorkeur om voor een bepaald type- en merk wisselaandrijving te kiezen.


Aandrijvingen met magneetspoel

Afbeelding: 01
Voorbeeld magneetspoel-aandrijving
Bron: Roco


Dit type aandrijving wordt geleverd door de meeste fabrikanten van railsystemen. Bij dit type aandrijving wordt het wissel omgezet door het activeren van een spoel d.m.v. een stroompuls. Het omzetten van het wissel gebeurd meestal met een 'klap', die goed hoorbaar is.


Aandrijvingen met motor

Afbeelding: 02 Afbeelding: 03
Voorbeeld wisselaandrijving Wisselaandrijving 'The Mole' (De Mol)
Bron: Circuitron Bron: Andy Reichert


Bij dit type aandrijving zorgt een motortje voor het omzetten van het wissel. In de praktijk wordt voor aandrijvingen met motor gekozen omdat deze:

  • Goedkoper in aanschaf zijn dan aandrijvingen met magneetspoel.
  • Meestal betrouwbaarder zijn dan aandrijvingen met magneetspoel.
  • Meestal in snelheid van omzetten (lees: het langzamer of sneller -verschuiven van de wisseltongen) aan te passen zijn.


Meetal betreft het hier aandrijvingen met motor, zonder ingebouwde electronica, maar er bestaan ook typen met ingebouwde elelectronica, zoals de Tortoise Smail.


Servo's

Afbeelding: 04
Voorbeeld servo-aandrijving
Bron: Uhlenbrock


Het omzetten van het wissel met een servo wordt steeds populairder. De benodigde servo's worden steeds betaalbaarder en zijn meestal niet duurder dan een aandrijving met motor. Daarnaast is een servo heel stil en is op een aantal punten heel nauwkeurig af te stellen, zoals de uitslag en de snelheid. Bij gebruik van servo's dient u een servo-decoder aan te schaffen.


Geheugendraad-aandrijving

Afbeelding: 05
Principe geheugendraadaandrijving
Bron: Huib Maaskant


Dit is de stilste aandrijving van alle verkrijgbare aandrijvingen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de 'geheugen'-functie van dat draad. Bij het onder spanning zetten van deze speciale draad zal deze verkorten (krimpen). Na het onderbreken van de spanning zal het geheugendraad weer terug gaan naar zijn oude vorm (originele lengte). Sinds kort levert Viessmann ook deze vorm van aandrijvingen kant-en-klaar. Omdat deze vorm van wissels omzetten vooral zelfbouw is, is deze minder geschikt voor de echte beginner. Voor informatie over geheugendraad-aandrijving, zie: het artikel Toepassing geheugenmetaal bij 'Meer informatie'.


Puntstuk van het wissel polariseren

Met het aandrijven van het wissel moet ook het puntstuk van het wissel worden gepolariseerd. Dit voorkomt dat treinen op het wissel blijven staan of dat kortsluiting tijdens het berijden van het wissel onstaat. Zie het artikel Puntstuk wissel polariseren bij 'Meer informatie', over het polariseren van het puntstuk.


Zichtbaar of 'onder de vloer'?

Dat hangt af van de situatie waarin u de aandrijving nodig heeft. Voor het schaduwstation is het niet erg wanneer er wisselaandrijvingen zichtbaar zijn. Voor gedeelten waar de toeschouwer naar kijkt, is het mooier dat de aandrijving niet- of nauwelijks zichtbaar is. De meeste magneetspoel-aandrijvingen kunnen op twee manieren gemonteerd worden. Zichtbaar langs het wissel of omgekeerd (op de kop) 'onzichtbaar' naast het wissel. De meeste motor-aandrijvingen, servo-aandrijvingen en geheugendraad-aandrijvingen kunnen meestal onder het wissel gemonteerd worden.


Wisseldecoder

Om de wissels vanaf de centrale om te kunnen zetten, hebben we een decoder nodig. Deze decoder luistert naar de commando's van de centrale. In de praktijk noemen we dit dan ook een 'wisseldecoder'. Het type decoder dat u nodig heeft, is afhankelijk van het type wisselaandrijvingen dat u heeft. Net als bij de soorten wisselaandrijvingen, is ook hiervoor de bijhorende wisseldecoder. Dus een servo-aandrijving kan alléén met een servo-wisseldecoder aangestuurd worden.


Afbeelding: 06 Afbeelding: 07 Afbeelding: 08
Roco 10775 8-voudige magneetspoel-decoder Uhlenbrock 67800 4-voudige servo-decoder LDT MDEC Decoder 4-voudige motor-decoder
Bron: Roco.cc Bron: Uhlenbrock.de Bron: Conrad.nl


Digitaal signaal

Om te kunnen communiceren en de commando's van de centrale te kunnen begrijpen moeten de wisseldecoders en de centrale hetzelfde protocol hebben. Dit is de 'taal' die de onderdelen onderling spreken. Er zijn veel protocollen die gebruikt worden, maar de twee belangrijkste zijn het Motorola-protocol (afgekort MM) en het DCC-protocol.


Hulpschakeling voor aansluiten van motor-aandrijvingen op magneetspoel-decoders

Met een kunstgreep is het mogelijk om wisselaandrijvingen met motor aan te sluiten op een normale magneetspoel-wisseldecoder. Deze hulpschakeling staat beschreven in het artikel Hulpschakeling motorwisselaandrijvingen bij 'Meer informatie'.


Hoeveel wisselaandrijvingen op één decoder?

Tegenwoordig zijn de wisseldecoders in alle maten te krijgen. Er zijn wisseldecoders die maar één wisselaandrijving kunnen omzetten tot wisseldecoders die acht aansluitingen hebben. Het is een beetje afhankelijk van hoe het ontwerp van de baan is. Heeft u veel wissels bij elkaar liggen, dan kunt u goed werken met een wisseldecoder met acht aansluitingen, want dan hoeft u niet zoveel lange draden te trekken. Liggen uw wissels verder uit elkaar, dan kunt u beter met wisseldecoders werken die minder aansluitingen hebben. Dan hoeft u minder lange draden te trekken.


Aansluiten van wisseldecoders

Om te kunnen werken heeft een wisseldecoder twee zaken nodig: Commando's van de centrale en spanning om te werken. Bij veel wisseldecoders zijn daarom twee aparte aansluitingen (aansluitconnectoren) aanwezig voor deze twee zaken.


Digitale spanning-aansluiting

Deze aansluiting is op iedere wisseldecoder aanwezig. Deze aansluitingen zijn meestal rood en bruin van kleur of hebben de letters J en K. De decoder ontvangt op deze aansluiting de digitale signalen van de centrale. Bij sommige wisseldecoders zorgt deze aansluiting tevens voor de schakelstroom die benodigd is voor het laten werken van de wisselaandrijvingen.

  LET OP
Deze draden zijn ook aangesloten op de rails en hebben gewoon digitale spanning.


Hulpspanning-aansluiting

Deze voedings-aansluiting is niet altijd aanwezig bij wisseldecoders. Dan is de digitale spanning-aansluiting de enige aansluiting op de wisseldecoder. Deze gebruikt dan 'dure' digitale spanning voor het laten werken van de wisselaandrijvingen. Daar in tegen hebben veel wisseldecoders een extra voedings-aansluiting om daar eventueel een aparte standaard (wisselstroom-)(trein)transformator aan te sluiten. De reden hiervoor is dat een digitale booster duurder is dan een standaard (trein)transformator. Dan worden de wisselaandrijvingen met de 'goedkopere' standaard-stroom gevoed.


Overzicht schema aansluiten wisseldecoders

Hieronder staat een algemeen schema hoe wisseldecoders worden aangesloten. De meeste wisseldecoders zijn aan te sluiten volgens methode 2 of methode 3. De Roco wisseldecoder 10775 is alléén met methode 1 aan te sluiten, deze heeft namelijk geen extra aansluitingen voor aparte voeding van de wissels. Deze worden gevoed door de spanning op de baan.

Afbeelding: 09
Schema aansluiten wisseldecoders
Tekening gemaakt door: Ronald Koerts


Mogelijk probleem met het programmeren

Het kan zijn dat een wisseldecoder welke geschikt is voor het DCC-protocol, niet goed reageert op het programmeren of juist helemaal niet wil programmeren. Dan kan het een oplossing zijn om de draden voor het digitale signaal om te wisselen. Dit probleem wordt veroorzaakt door interpretatieverschillen van het DCC-protocol door de fabrikant.


Daadwerkelijk wissels schakelen

Zoals locomotieven luisteren naar adressen, zo luistert ook de wisseldecoder naar adressen. Deze adressen moeten we programmeren. Op vrijwel alle gangbare wisseldecoders bevind zich een programmeerknopje. Wanneer u dit knopje indrukt, en een wisselcommando geeft op een bepaald adres, worden alle wisseladressen van die decoder geprogrammeerd.


Voorbeeld:

We gaan in dit voorbeeld een viervoudige wisseldecoder programmeren:

  1. Sluit de wisseldecoder volgens de handleiding aan.
  2. Vòòr het aanzetten van alle systemen goed controleren of alles aangesloten is.
  3. U drukt het programmeerknopje in. De meeste decoders hebben minimaal één wisselaandrijving op de eerste aansluiting nodig om deze te kunnen programmeren.
  4. U selecteert wisseladres 5 en geeft het commando om te schakelen. De decoder zal er op reageren met de eerste aandrijving, en vanaf dat moment zijn de adressen ingesteld.
  5. De eerste aandrijving is adres 5, de tweede aandrijving is adres 6, de derde is 7 en de vierde is 8.
  6. Als u daarna nòg een wisseldecoder wilt programmeren moet u die dus niet op adres 6 programmeren, maar op adres 9!  Want anders krijgt u een overlap en zullen twee- of meer wissels tegelijk gaan reageren!


Nu zijn we in staat handmatig digitaal te rijden met gedigitaliseerde wissels!



Waar moet u op letten bij het kopen?

De keuze voor een bepaalde wisselaandrijving en wisseldecoder is puur een eigen keuze. Het is natuurlijk afhankelijk van het beschikbare budget. In ieder geval moet u op de volgende dingen letten bij de aankoop:

  • Kan de wisselaandrijving uw wissels omzetten?
  • Past de wisseldecoder bij de wisselaandrijving? Bijvoorbeeld een motorwisseldecoder bij een motorwisselaandrijving.
  • Is de decoder geschikt voor het juiste digitale protocol c.q. signaal? Bijvoorbeeld Motorola of DCC.


Wanneer u de bovenstaande punten met 'ja' kunt beantwoorden, dan weet u zeker dat u de juiste wisselaandrijving en wisseldecoder voor uw digitale systeem koopt.


Opmerking

Let bij de aanschaf van een Cobalt wisselaandrijving op het typenummer.

  • Type CBA is voor analoge banen. Deze kan op een voedingsspanning van 9 tot 15 Volt= aangesloten worden.
  • Type CBD is voor digitale banen en kan direct op de centrale of de CVL (ringleiding) aangesloten worden.



Meer informatie

Encyclopedie:
Extrerne websites:
Wisselaandrijvingen:
Tortoise Smail wisselaandrijving.
Tortoise Turtle wisselaandrijving.
Cobalt wisselaandrijving.
The Mole wisselaandrijving.
Cobalt wisselaandrijving.
Documentatie:
Gebruiksaanwijzing Cobalt wisselaandrijving (pdf).


Gerelateerde termen: Marklin, Maerklin, Mærklin



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie