Persoonlijke instellingen

Basis-instellingen decoder: verschil tussen versies

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
k
 
Regel 7: Regel 7:
 
{{Inhoudsopgave||Klein}}  
 
{{Inhoudsopgave||Klein}}  
 
=== Inleiding ===
 
=== Inleiding ===
Het is helaas niet zo dat u alle decoders simpel op dezelfde waarden in kunt stellen en dan klaar bent. Daar de verschillende types locomotieven, zoals stoomlocs, diesel of elektrische locs allemaal een andere rijkarakteristiek hebben, zult u dus per decoder bepaalde parameters (CV-waarden) in moeten voeren, om een natuurgetrouw rijgedrag te verwezenlijken.
+
Het is niet zo dat alle '''basis-instellingen decoder''' hetzelfde zijn,  verschillende types locomotieven zoals stoomlocs, diesel of elektrische locs hebben allemaal een andere rijkarakteristiek. Per decoder moeten bepaalde parameters (CV-waarden) worden ingesteld om een natuurgetrouw rijgedrag te verwezenlijken. 'CV' is de afkorting van Configureerbare Variabele.
 +
 
 
=== Voorbereiding ===
 
=== Voorbereiding ===
Alvorens u de decoder af gaat regelen, dient u er voor te zorgen dat de loc gesmeerd is &eacute;n goed ingelopen is (zie: 'Stappenplan decoderinbouw' bij [[Basis-instellingen decoder#Meer informatie|'Meer informatie']]. Tip: maak een lijst (bijv. in Word of Excell) met daarop het locnummer, decodermerk en type, de uitgelezen waarde van een CV en de door u ingestelde waarde van een CV. Daar heeft u later veel gemak van, wanneer u bijvoorbeeld een tweede loc van het zelfde type van een decoder wilt voorzien. Ook is zo'n lijst heel handig, wanneer u een decoder moet vervangen. U kunt dan heel snel de door u genoteerde waarden inprogrammeren.<br />
+
Voordat de decoder wordt geconfigureerd moet de loc gesmeerd en goed ingelopen zijn. Maak een lijst (bijv. in Word of Excell) met daarop het locnummer, decodermerk en -type, de uitgelezen en de ingestelde waarde van een CV. Door deze documentatie is het makkelijker een tweede loc van het zelfde type van een decoder te voorzien en in te stellen. Ook is zo een lijst heel handig, wanneer een decoder vervangen moet worden. De genoteerde CV-waarden zijn dan snel over te nemen. Het verdient aanbeveling om de loc eerst een poosje te laten rijden, voordat de instellingen in CV2 t/m CV6 worden gewijzigd, zodat de motor op bedrijfstemperatuur is. Deze manier geeft het beste resultaat.
Het verdient aanbeveling om, voordat u de instellingen in CV2 t/m CV6 gaat wijzigen, de loc eerst een poosje te laten rijden, zodat de motor op bedrijfstemperatuur is. Op deze manier bent u verzekerd van het beste resultaat.
 
 
{| class="wikitable" style="text-align:left; font-size:90%;"
 
{| class="wikitable" style="text-align:left; font-size:90%;"
 
!style="background:#E5E4E2;" width="20" | CV
 
!style="background:#E5E4E2;" width="20" | CV
Regel 29: Regel 29:
 
|Maker= Fred Eikelboom
 
|Maker= Fred Eikelboom
 
}}
 
}}
=== Instellen van de maximale rijsnelheid ===
+
 
Het instellen van de maximale snelheid doet u d.m.v. het ingeven (programmeren) van de gewenste waarde in CV5. De maximale rijsnelheid moet overeenkomen met de schaalsnelheid t.o.v. de werkelijkheid zoals bij de NS, DB enz. Alles moet natuurlijk in verhouding zijn.
+
=== Maximale rijsnelheid ===
=== Instellen van de minimale rijsnelheid ===
+
Het instellen van de maximale snelheid gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV5. De maximale rijsnelheid moet overeenkomen met de [[Realistische snelheden NS Locomotieven|realistische schaalsnelheid]] zoals bij de NS, DB enz. Alles moet natuurlijk in verhouding zijn.
Het instellen van de minimale snelheid doet u d.m.v. het ingeven (programmeren) van de gewenste waarde in CV2. Zoals bekend, heeft een stilstaande elektromotor iets meer stroom nodig om op gang te komen. Draait de motor eenmaal, dan neemt de stroomsterkte iets af. Om ervoor te zorgen dat de loc vanuit stilstand gemakkelijker begint te rijden, is CV65 (de zogenaamde 'Kickstart') toegevoegd. Door deze CV te programmeren krijgt de loc, zodra rijstap &eacute;&eacute;n vanuit de nul-stand ingeschakeld wordt, een klein beetje extra spanning in de vorm van extra pulsen. Het vereist een beetje experimenteren met de waarde in CV65 voor een juiste instelling. Na het aanpassen van de waarde in CV65 kan het noodzakelijk zijn om de waarde van CV2 iets te verminderen (zie: tabel 01 en 02).
+
 
=== Instellen van de gemiddelde rijsnelheid ===
+
=== Minimale rijsnelheid ===
Het instellen van de gemiddelde snelheid doet u d.m.v. het ingeven (programmeren) van de gewenste waarde in CV6. Als basis-instelling neemt u voor CV6 ongeveer de helft tot &#8532; van de waarde van CV5. Bij een Lenz-decoder is een CV6-instelling van &#8532; van de waarde in CV5 ongeveer goed. Bij andere decoders is geconstateerd dat, als basis-instelling, CV6 ongeveer op de helft van de waarde in CV5 ingesteld kan worden.
+
Het instellen van de minimale snelheid gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV2. Een stilstaande elektromotor heeft iets meer stroom nodig om vanuit stilstand op gang te komen. Draait de motor eenmaal, dan neemt de stroomsterkte iets af. Om ervoor te zorgen dat de loc gemakkelijker begint te rijden, is CV65 (de zogenaamde ''kickstart'') toegevoegd. Door deze CV een goede waarde te geven, krijgt de loc zodra rijstap 1 vanuit de nulstand ingeschakeld wordt, een klein beetje extra spanning in de vorm van extra pulsen. Het vereist een beetje experimenteren met de waarde van CV65 voor een juiste instelling. Na het aanpassen van de waarde kan het noodzakelijk zijn om de waarde van CV2 weer iets te verlagen (zie tabellen 01 en 02).
=== Instellen van het optrekgedrag(optrekvertraging) ===
+
 
Het instellen van het optrekgedrag (ook wel 'optrekvertraging' genoemd) doet u d.m.v. het ingeven (programmeren) van de gewenste waarde in CV3. Het optrekgedrag is veelal een kwestie van persoonlijke smaak. Een rangeerloc zal eerder op snelheid zijn dan een stoomloc met negen rijtuigen. Een regel die u voor uzelf kunt aanhouden is b.v. dat de trein pas op volle snelheid is, na twee of drie keer de afstand van de totale treinlengte afgelegd te hebben. Stel om te beginnen CV3 in op een waarde van ongeveer 18 en controleer of deze waarde overeenkomt met de gewenste optreksnelheid.
+
=== Gemiddelde rijsnelheid ===
=== Instellen van het afremgedrag (afremvertraging) ===
+
Het instellen van de gemiddelde snelheid gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV6. De basis-instelling is ongeveer 1/2 tot 2/3 van de waarde van CV5. Bij een Lenz-decoder is een CV6-instelling van 2/3 van de waarde in CV5 goed. Bij andere decoders is geconstateerd dat, als basis-instelling, CV6 ongeveer op de helft van de waarde in CV5 ingesteld kan worden.
Het instellen van het afremgedrag (ook wel 'afremvertraging' genoemd) doet u d.m.v. het ingeven (programmeren) van de gewenste waarde in CV4. De waarde in CV4 is afhankelijk van de afstand waarbinnen de trein tot stilstand moet komen. Die afstand is gelijk aan de (minimale) bloklengte. Bij erg korte blokken moet eerder afgeremd worden.<br />
+
 
<u>Bepalen van het afremgedrag:</u> laat de loc ca. 25 m op volle snelheid rijden. Dan, bij het begin van het kortste blok, ineens de regelaar naar nul draaien en kijken of de loc tijdig (lees: net voor) het einde van het kortste blok tot stilstand komt. Schiet de loc te ver door, dan de waarde in CV4 verminderen. Stopt de loc te vroeg, dan de waarde in CV4 verhogen.
+
=== Optrekgedrag ===
 +
Het instellen van het optrekgedrag (ook wel 'optrekvertraging' genoemd) gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV3. Het optrekgedrag is veelal een kwestie van persoonlijke smaak. Een rangeerloc zal eerder op snelheid zijn dan een stoomloc met negen rijtuigen. Een regel die aangehouden kan worden is dat de trein pas op volle snelheid is, na twee of drie keer de afstand van de totale treinlengte afgelegd te hebben. Stel om te beginnen CV3 in op een waarde van ongeveer 18 en controleer of deze waarde overeenkomt met de gewenste optreksnelheid.
 +
 
 +
=== Afremgedrag ===
 +
Het instellen van het afremgedrag (ook wel 'afremvertraging' genoemd) gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV4. De waarde is afhankelijk van de afstand waarbinnen de trein tot stilstand moet komen. Die afstand is gelijk aan de (minimale) bloklengte. Bij erg korte blokken moet eerder afgeremd worden.
 +
 
 +
Bepalen van het afremgedrag: laat de loc ca. 25 minuten op volle snelheid rijden. Dan, bij het begin van het kortste blok, ineens de regelaar naar nul draaien en kijken of de loc tijdig (lees: net voor) het einde van het kortste blok tot stilstand komt. Schiet de loc te ver door, dan de waarde in CV4 verlagen. Stopt de loc te vroeg, dan de waarde in CV4 verhogen.
 
{| class="wikitable" style="text-align:left; font-size:90%;"
 
{| class="wikitable" style="text-align:left; font-size:90%;"
 
!style="background:#E5E4E2;" width="55" | CV
 
!style="background:#E5E4E2;" width="55" | CV
Regel 58: Regel 64:
 
|Maker= Fred Eikelboom
 
|Maker= Fred Eikelboom
 
}}
 
}}
=== Instellen van het verschil in maximale snelheid tussen vooruit- en achteruitrijden ===
+
 
Dit is alleen van belang bij stoomlocs, omdat die vaak bij het achteruitrijden langzamer mogen rijden dan vooruit. In CV66 kan de begrenzing 'vooruit' ingesteld worden (deze waarde laat u normaliter op de fabrieks-instelling staan) en in CV95 kan de waarde van de 'achteruit'-snelheid ingesteld worden (zie: tabel 02).
+
=== Snelheidsverschil maximale snelheid voor- en achteruitrijden ===
=== Uitgebreidere instellingsmogelijkheden ===
+
Dit is alleen van belang bij stoomlocs, omdat die vaak bij het achteruitrijden langzamer mogen rijden dan vooruit. In CV66 kan de begrenzing 'vooruit' ingesteld worden (deze waarde blijft normaliter op de fabrieks-instelling staan) en in CV95 kan de waarde van de 'achteruit'-snelheid ingesteld worden (zie tabel 02).
Een veel uitgebreidere instelling kan verkregen worden met CV67 t/m CV94. Dit is de snelheids-tabel (speedtable). In de handleiding van de decoder staat of deze CV's voor dat doel beschikbaar zijn. Er kunnen dan 28 punten ingesteld worden. De bedoeling is dat de waarden in CV67 t/m CV94 een (bij voorkeur) lineair verloop hebben. Het 'omschakelen' van CV2, 5 en 6 naar CV67 t/m CV94 gaat via CV29 bit 4 (5e bit bij Lenz). Door bit 4 op '0' in te stellen gebruikt u de waarden in CV2, 5 en 6. Stelt u CV29 bit 4 in op '1' dan worden de waarden in CV67 t/m CV94 gebruikt. De eerste 10 instelpunten CV67 t/m CV77 geven de trein weliswaar een mooi optrekbeeld, maar het duurt allemaal wel erg lang.
+
 
 +
=== Uitgebreidere mogelijkheden ===
 +
Een veel uitgebreidere instelling kan verkregen worden met CV67 t/m CV94. Dit is de snelheids-tabel (''speed table''). In de handleiding van de decoder staat of deze CV's voor dat doel beschikbaar zijn. Er kunnen dan 28 punten ingesteld worden. De bedoeling is dat de waarden in CV67 t/m CV94 een (bij voorkeur) lineair verloop hebben. Het 'omschakelen' van CV2, 5 en 6 naar CV67 t/m CV94 gaat via CV29. Door bit 4 (5 bij Lenz) van CV29 op '0' in te stellen worden de waarden in CV2, 5 en 6 gebruikt. Bij bit 4 = 1 dan worden de waarden in CV67 t/m CV94 gebruikt. De eerste 10 instelpunten CV67 t/m CV77 geven de trein weliswaar een mooi optrekbeeld, maar het duurt allemaal wel erg lang.
 
{{Linkssectie begin
 
{{Linkssectie begin
 
|Box= AlleenInfo
 
|Box= AlleenInfo
Regel 153: Regel 161:
 
|- valign= "top"
 
|- valign= "top"
 
! scope= "row" width="80%" |
 
! scope= "row" width="80%" |
| <small><small>Laatste wijziging: 3 okt 2017 13:23 (CEST)</small></small>
+
| <small><small>Laatste wijziging: 20 mei 2020 17:23 (CEST)</small></small>
 
|}
 
|}
 
[[Categorie: Alles|B]]
 
[[Categorie: Alles|B]]

Huidige versie van 20 mei 2020 om 17:32

Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Fred Eikelboom


Inleiding

Het is niet zo dat alle basis-instellingen decoder hetzelfde zijn, verschillende types locomotieven zoals stoomlocs, diesel of elektrische locs hebben allemaal een andere rijkarakteristiek. Per decoder moeten bepaalde parameters (CV-waarden) worden ingesteld om een natuurgetrouw rijgedrag te verwezenlijken. 'CV' is de afkorting van Configureerbare Variabele.

Voorbereiding

Voordat de decoder wordt geconfigureerd moet de loc gesmeerd en goed ingelopen zijn. Maak een lijst (bijv. in Word of Excell) met daarop het locnummer, decodermerk en -type, de uitgelezen en de ingestelde waarde van een CV. Door deze documentatie is het makkelijker een tweede loc van het zelfde type van een decoder te voorzien en in te stellen. Ook is zo een lijst heel handig, wanneer een decoder vervangen moet worden. De genoteerde CV-waarden zijn dan snel over te nemen. Het verdient aanbeveling om de loc eerst een poosje te laten rijden, voordat de instellingen in CV2 t/m CV6 worden gewijzigd, zodat de motor op bedrijfstemperatuur is. Deze manier geeft het beste resultaat.

CV Omschrijving
2 Minimale rijsnelheid (voor rijstap 1).
3 Optrekgedrag (optrekvertraging).
4 Afremgedrag (afremvertraging).
5 Maximale rijsnelheid.
6 Gemiddelde rijsnelheid.
Tabel: 01
Tabel gemaakt door: Fred Eikelboom


Maximale rijsnelheid

Het instellen van de maximale snelheid gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV5. De maximale rijsnelheid moet overeenkomen met de realistische schaalsnelheid zoals bij de NS, DB enz. Alles moet natuurlijk in verhouding zijn.

Minimale rijsnelheid

Het instellen van de minimale snelheid gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV2. Een stilstaande elektromotor heeft iets meer stroom nodig om vanuit stilstand op gang te komen. Draait de motor eenmaal, dan neemt de stroomsterkte iets af. Om ervoor te zorgen dat de loc gemakkelijker begint te rijden, is CV65 (de zogenaamde kickstart) toegevoegd. Door deze CV een goede waarde te geven, krijgt de loc zodra rijstap 1 vanuit de nulstand ingeschakeld wordt, een klein beetje extra spanning in de vorm van extra pulsen. Het vereist een beetje experimenteren met de waarde van CV65 voor een juiste instelling. Na het aanpassen van de waarde kan het noodzakelijk zijn om de waarde van CV2 weer iets te verlagen (zie tabellen 01 en 02).

Gemiddelde rijsnelheid

Het instellen van de gemiddelde snelheid gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV6. De basis-instelling is ongeveer 1/2 tot 2/3 van de waarde van CV5. Bij een Lenz-decoder is een CV6-instelling van 2/3 van de waarde in CV5 goed. Bij andere decoders is geconstateerd dat, als basis-instelling, CV6 ongeveer op de helft van de waarde in CV5 ingesteld kan worden.

Optrekgedrag

Het instellen van het optrekgedrag (ook wel 'optrekvertraging' genoemd) gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV3. Het optrekgedrag is veelal een kwestie van persoonlijke smaak. Een rangeerloc zal eerder op snelheid zijn dan een stoomloc met negen rijtuigen. Een regel die aangehouden kan worden is dat de trein pas op volle snelheid is, na twee of drie keer de afstand van de totale treinlengte afgelegd te hebben. Stel om te beginnen CV3 in op een waarde van ongeveer 18 en controleer of deze waarde overeenkomt met de gewenste optreksnelheid.

Afremgedrag

Het instellen van het afremgedrag (ook wel 'afremvertraging' genoemd) gebeurt door het opslaan van de gewenste waarde in CV4. De waarde is afhankelijk van de afstand waarbinnen de trein tot stilstand moet komen. Die afstand is gelijk aan de (minimale) bloklengte. Bij erg korte blokken moet eerder afgeremd worden.

Bepalen van het afremgedrag: laat de loc ca. 25 minuten op volle snelheid rijden. Dan, bij het begin van het kortste blok, ineens de regelaar naar nul draaien en kijken of de loc tijdig (lees: net voor) het einde van het kortste blok tot stilstand komt. Schiet de loc te ver door, dan de waarde in CV4 verlagen. Stopt de loc te vroeg, dan de waarde in CV4 verhogen.

CV Omschrijving
29 Diverse instellingen, zie: CV 29; Configuratie.
65 Kickstart. Tijdelijk extra spanning toevoeren op het moment van wegrijden in rijstap 1.
66 Trimmen van de maximale rijsnelheid bij het vooruit rijden.
67 t/m 94 Uitgebreide snelheidstabel (28 instelpunten).
95 Trimmen van de maximale rijsnelheid bij het achteruit rijden.
Tabel: 02
Tabel gemaakt door: Fred Eikelboom


Snelheidsverschil maximale snelheid voor- en achteruitrijden

Dit is alleen van belang bij stoomlocs, omdat die vaak bij het achteruitrijden langzamer mogen rijden dan vooruit. In CV66 kan de begrenzing 'vooruit' ingesteld worden (deze waarde blijft normaliter op de fabrieks-instelling staan) en in CV95 kan de waarde van de 'achteruit'-snelheid ingesteld worden (zie tabel 02).

Uitgebreidere mogelijkheden

Een veel uitgebreidere instelling kan verkregen worden met CV67 t/m CV94. Dit is de snelheids-tabel (speed table). In de handleiding van de decoder staat of deze CV's voor dat doel beschikbaar zijn. Er kunnen dan 28 punten ingesteld worden. De bedoeling is dat de waarden in CV67 t/m CV94 een (bij voorkeur) lineair verloop hebben. Het 'omschakelen' van CV2, 5 en 6 naar CV67 t/m CV94 gaat via CV29. Door bit 4 (5 bij Lenz) van CV29 op '0' in te stellen worden de waarden in CV2, 5 en 6 gebruikt. Bij bit 4 = 1 dan worden de waarden in CV67 t/m CV94 gebruikt. De eerste 10 instelpunten CV67 t/m CV77 geven de trein weliswaar een mooi optrekbeeld, maar het duurt allemaal wel erg lang.


Meer informatie

Encyclopedie:
Decoderinbouw.
Externe websites:
Algemeen.
Informatie over CV's.
Fabrikantencode's.
NMRA-Normen (NMRA-standaarden).
NMRA-DCC-Normen.
Handige CV instellingen.



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 20 mei 2020 17:23 (CEST)