Rail (spoorstaaf), hoogte en materiaalUit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Hans van de Burgt - Update door Fred Eikelboom
RailsystemenRailsystemen zijn in Europa meestal in mm ontworpen. Tegenwoordig worden in Europa ook Amerikaanse coderingen gebruikt, waarbij sprake is van kleine afwijkingen. Code 83 (Tillig Elite, exact 83/1000 van een inch = 2,108 mm) is wat anders dan 2,10 mm (Rocoline), maar in de praktijk merkt men geen verschil. Om het vergelijken tussen de verschillende systemen te vergemakkelijken, zijn de mm-maten van de Europese systemen omgerekend naar de hoogte volgens de Amerikaanse code. Deze omgerekende hoogten zijn tussen haakjes geplaatst. Soorten en matenDe loc of trein rijdt over de rails c.q. de spoorstaven. Deze zijn er in verschillende maten en uitvoeringen. De gebruikte uitvoering is afhankelijk van het land, het tijdperk en de functie van de spoorlijn. Voor modeltreinen geldt niets anders. Daar zijn ook diverse uitvoeringen en maten te verkrijgen. In de loop der jaren zijn er steeds meer rails op de markt gekomen, die meer (beter) de werkelijkheid benaderen. Dit artikel geeft een korte uitleg over rails in model. GrootspoorHieronder staat een tabel met een aantal veelgebruikte profielen, de hoogte in de verschillende schalen en de bijbehorende railcode. De benamingen van de railsoorten zijn in de loop der tijd aangepast, onder andere door Europese wetgeving c.q. normen. Het getal in de benaming gaf en geeft nog steeds het gewicht in kilogrammen per strekkende meter (kg/m¹) aan. Zoals uit de tabel kan worden opgemerkt, is het gewicht van de spoorstaaf afhankelijk van het gebruik van de spoorlijn. Voor zijlijnen bijvoorbeeld, is een lichtere spoorstaaf voldoende. Voor de Betuweroute wordt een zwaarder type toegepast, omdat de Betuweroute zwaarder wordt belast dan een zijlijn.
ModelspoorNet als in het echt, zijn in de modelspoorwereld verschillende soorten rails te verkrijgen. Er zijn diverse fabrikanten die een aantal verschillende soorten rails produceren. Dit heeft te maken met de steeds betere fabricagetechnieken. De drang om op schaal te gaan werken zorgde ervoor dat voor zowel schaal H0 als voor schaal N, de spoorstaaf-hoogtes naar een lager profiel zijn gegaan. Schaal H0
Schaal NVoor schaal N werden de spoorstaven ook steeds lager. Een profielhoogte van 1,40 mm (code 55) is standaard geworden, naast de hogere rails met profielhoogte van 2,00 mm (code 80). Net als in schaal H0, zijn er modelbouwers die ook in schaal N voor puur op schaal 1:160 gaan. Daarvoor zijn er bij een aantal fabrikanten ook lagere profielen te verkrijgen. Code XXXBij veel railsoorten staat 'Code xxx'. Dit is de maat van de rails, beter gezegd, de hoogte van de rails. De code geeft de hoogte van de spoorstaaf aan in duizendsten van een inch (inch = 25,4 mm). Dit is een traditionele Engelse maat, die zich in de modelspoorwereld heeft weten te handhaven. Een voorbeeld: code 100 rails is 0,1 inch (100/1000 = 0,1 inch) hoog, dat is dus 2,54 mm.
OvergangraillassenVeel fabrikanten leveren speciale overgangraillassen om het hoogteverschil tussen de verschillende railsoorten te overbruggen. Daarnaast leveren diverse fabrikanten overgangrails van de ene railsoort naar de andere railsoort, zoals de overgang van rails zonder bedding naar rails met bedding (zie hieronder bij 'Meer informatie'). Rails met dezelfde hoogte zou zonder problemen op elkaar moeten passen, behoudens het hoogteverschil met ballastbed, of de hoogte van de dwarsliggers. Soms is de breedte van de railvoet ook nog wel eens niet aan elkaar gelijk. Wielen
NEM/MOROP-normenTegenwoordig voldoen alle Europese fabrikanten aan de NEM-normen voor wielen (NEM 310). In de NEM zijn de eisen omschreven waaraan de wielen moeten voldoen. Daardoor is zonder problemen 'code 83'-rails te gebruiken voor de huidige locs, treinstellen en treinen. Lagere profielen & wielflenzenMet de komst van de lagere profielen bij de grotere fabrikanten van rails, kan het zijn dat er een klein probleem op gaat treden bij wat oudere treinen. Het kan zijn dat de wielflenzen van de wielen de bovenkant van de bielzen of de imitatie-bevestigingen raken. Daardoor ontstaat een ratelend geluid. Het ratelen is te verhelpen door het vervangen van de wielen van de modeltreinen. Dit is de gemakkelijkste oplossing, Mocht dat niet mogelijk zijn, dan is nog te proberen de wielflenzen af te (laten) draaien. Op het Beneluxspoor.net-forum is een aantal verslagen over het afdraaien van de wielflenzen te vinden. NMRA-NormenNaast de NEM-Normen bestaan er ook de normen van de NMRA, de Amerikaanse organisatie voor modelspoorders. Een van de normen is de Recommended Practice 25 (RP25) voor wielen van materieel. In deze normen zijn sommige maten afwijkend van de Europese normen. De voornaamste afwijking is de hoogte en de dikte van de wielflens. Deze is in de Amerikaanse normen minder dik en lager dan de Europese norm. Problemen RP25 en wisselsDoor de lagere en minder dikke wielflens kunnen er problemen ontstaan op de 'oudere' railsystemen. Niet iedereen die met RP25 wielen over oud spoor rijdt heeft problemen, maar over het algemeen zijn de klachten 'het niet goed rijden over de wissels'. WegzakkenHet kan gebeuren dat de RP25 wielen wegzakken in de puntstukken van de wissels. Dit komt doordat de wielflenzen bij RP25 dunner kunnen zijn dan bij wielen die volgens de NEM-normen gefabriceerd zijn. Hierdoor is de ruimte tussen spoorstaaf en strijkregel (contrarail) groot genoeg om het wiel 'er in te laten vallen'. Soms uit zich dat in alleen een 'hipje' en wat geluid bij het rijden over de wissels, maar soms ontsporen de locs en/of de treinstellen. Een mogelijke oplossing is het aanbrengen van een verdikking op de strijkregel. Deze kan polystyreen of een ander materiaal zijn. Door de verdikking wordt de breedte tussen de spoorstaaf en strijkregel kleiner en kan het wiel niet meer wegzakken. Er is dan alleen nog met RP25-wielen te rijden omdat ander materieel klem komt te zitten tussen de strijkregel en de spoorstaaf. Blijven staan op wisselsSommige wissels hebben geen of een gedeeltelijk metalen puntstuk. Sommige fabrikanten hebben een metalen plaatje aangebracht in het kunststof puntstuk, dit moet er voor zorgen dat de locs en/of treinstellen via de flenzen alsnog spanning krijgen. Bij wielen volgens de RP25-norm raken de flenzen de metalen plaatjes niet. Daardoor krijgen de locs en/of treinstellen geen spanning en gaan haperen of blijven staan. Een oplossing kan zijn om een extra plaatje metaal in het puntstuk aan te brengen. Dit moet dan zo gebeuren dat de wielflens weer geraakt (gesteund) wordt. Bij deze oplossing kan in principe ook alleen maar gereden worden met RP25-wielen. Een andere oplossing is om het complete puntstuk te vervangen door een metalen puntstuk. MateriaalZoveel fabrikanten, zoveel materialen worden er gebruikt voor de spoorstaven. Märklin gebruikt nog altijd staal met een extra legering erover. Andere fabrikanten zijn overgestapt op nieuwzilver, een legering van koper, zink en nikkel. De oudere Fleischmann Modell-gleis zijn gemaakt van een messinglegering. Het profiel van de spoorstaafVoor de meeste modelspoorliefhebbers maakt het niet uit welk profiel het spoor heeft, als de trein er maar mooi op rijdt. Toch zit er verschil tussen de profielen van de spoorstaven en dat is per fabrikant verschillend. Sommige fabrikanten hebben een Duits profiel als voorbeeld, anderen hebben bijvoorbeeld een Engels of een Amerikaans profiel. SpoorstaafhoogtesHieronder staan tabellen met spoorstaafhoogtes en door welke fabrikant rails met deze hoogte geleverd wordt.
Meer informatie
Overgenomen van "https://encyclopedie.beneluxspoor.net/index.php?title=Rail_(spoorstaaf),_hoogte_en_materiaal&oldid=45308"
Verborgen categorieën: |