Persoonlijke instellingen

Monteren van ondervloer-wisselaandrijvingen

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Versie door Martin Hilvers (overleg | bijdragen) op 30 jul 2020 om 15:52
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Dick van der Knaap


Dit artikel beschrijft het monteren van een ondervloer wisselaandrijving, bedoeld voor alle merken en types wissels (links, rechts, drieweg of Engels wissel). Een veel gebruikte ondervloer wisselaandrijving is die van de firma Conrad. Deze is voorzien van een eenvoudig elektromotortje.

Stappenplan

  1. Plaats van het wissel vastleggen
  2. Gat aftekenen
  3. Ovaal gat maken, vijlen
  4. Wissel leggen met tweezijdig plakband
  5. Wisselaandrijving aanbrengen
  6. Testen

Een normaal links of rechts wissel heeft één toevoerspoor, en twee afvoersporen. Een Engels wissel is hetzelfde als twee wissels die met de aanvoersporen aan elkaar zitten. Deze heeft dan ook meestal twee ondervloeraandrijvingen nodig.

Plaats van het wissel vastleggen

Begin met het uittekenen en uitleggen van het sporenplan. Daarbij kunnen kant-en-klare railstukken en wissels gebruikt worden, aangevuld met op maat gemaakte stukken flexrail. De rails worden tijdelijk vastgelegd met bijvoorbeeld spelden. Het is de bedoeling dat de wissels precies op de plaats komen die ze later zullen innemen na definitief leggen.

Gat aftekenen

Stelbalk Aftekenen.png
Afbeelding: 01
Stelbalk aftekenen
Foto gemaakt door: Fred Eikelboom

De beide wisseltongen zijn met elkaar verbonden door middel van een balkje uit isolerend materiaal (de zogenaamde stelbalk). Normaal gesproken zit in het midden van deze dwarsverbinding een klein gaatje. Dat is bedoeld om later een draadje uit verenstaal op te nemen. Dat wordt bij de wisselaandrijving geleverd (bij de Conrad-aandrijving zijn, bijvoorbeeld, draadjes van 0,3 en 0,6 mm doorsnede bijgevoegd). Is dat gaatje niet aanwezig, dan wordt nu met een boormachientje met kleine boor er alsnog één ingemaakt. Meet daartoe met een schuifmaat de doorsnede van het te gebruiken verenstaal, en kies een boortje wat 0,1-0,2 mm dikker is. Houd nu het wissel in één uiterste stand vast met de vinger. Zet met potlood aan beide uiteinden van het dwarsbalkje een streepje. Geef ook met een streepje aan, waar het midden van het balkje zich precies bevindt (zie afbeelding 01). Breng daarna het wissel in de andere uiterste stand en zet wederom de streepjes. Zodoende worden dus de beide uiterste standen van het balkje vastgelegd. Haal het wissel weer weg van de beoogde plaats. Aan de hand van de geplaatste streepjes kan nu een streep worden gezet, die de latere plaats van de balk tijdens het omzetten van het wissel aangeeft. Het midden van deze streep markeert het midden van het gaatje waar het verenstaal later in komt (zie tekening 02, punt M). Uit de afstand tussen de paren streepjes aan weerszijden van de balk volgt de uitslag die het verenstalen draadje moet maken om het wissel volledig om te zetten.Tel hierbij twee mm op, dit geeft de waarde U.

Stelbalk Aftekenen2.png
Afbeelding: 02
Sleufgat aftekenen
Tekening gemaakt door: Fred Eikelboom

De breedte van de te maken sleuf is minder belangrijk. Hoofdzaak is dat de stalen draad later niet tegen de zijwand van de sleuf gaat aanlopen waardoor extra weerstand zou ontstaan. Het is ook belangrijk om de sleuf niet te breed te maken, in verband met het later aan te brengen ballastbed en de zichtbaarheid van het gat. Neem voor de breedte B dus 1 mm minder dan de breedte van het stelbalkje. Bij nauwkeurig werken zal de sleuf later geheel zijn afgedekt. Teken vanuit het punt M de sleuf af. Neem voor de lengte aan beide zijden van M een afstand ½ U. De breedte wordt 2*(1/2 B), dus er ontstaat een rechthoek van U * B mm, waarbij M precies het middelpunt is. De uiteinden worden mooi afgerond getekend (straal afronding ½ B), waarbij twee middelpunten ontstaan (m1 en m2) op een afstand ½ B van het uiteinde van de sleuf (zie tekening 02 B). Dit klinkt allemaal moeilijker dan het is; naarmate de ervaring toeneemt, gaat het steeds sneller en gemakkelijker.

Ovaal gat maken, vijlen

Met behulp van een boor met diameter B worden nu twee gaten geboord bij m1 en m2. Het materiaal tussen beide gaten wordt nu ook weggehaald. Een paar vijlen (plat, rond) zijn nodig voor de nette afwerking. Er is nu een sleuf met afgeronde uiteinden ontstaan (zie: tekening 02, C). Daarin zal later het verenstaaldraadje gaan bewegen. Nette, gladde afwerking is belangrijk, om te voorkomen dat het draadje later achter een uitsteekseltje blijft hangen.

Wissel leggen

Op de plaats, waar het wissel later wordt aangebracht, wordt tweezijdig plakband aangebracht. Zorg ervoor, dat ter plaatse van de sleuf geen plakband aanwezig is. Voor het zo goed mogelijk op zijn plaats krijgen van het wissel is het handig om alle aangrenzende railstukken en wissels provisorisch aan te brengen. Zorg ervoor dat het geheel nog voldoende flexibel is. Het gebruik van tweezijdig plakband is niet noodzakelijk maar maakt montage wel makkelijker. De drie tezamenkomende rails kunnen het wissel goed op zijn plaats houden als ze voldoende worden vastgelegd. Het plakband heeft een bijkomend voordeel; het kan later bestrooid worden met ballastmateriaal waardoor geen verdunde houtlijm hoeft te worden gebruikt en wat dus ook niet in het wissel kan lopen, van belang om roesten en vastlijmen van de wisseltongen te voorkomen.

Wisselaandrijving aanbrengen

Bij de Conrad-wisselaandrijving wordt een aftekensjabloon meegeleverd. Als dat niet beschikbaar is, zijn er een paar zaken waar rekening mee moet worden gehouden. Allereerst de tandheugel die door de motor wordt heen-en-weer bewogen. Deze zorgt na montage voor de beweging van het ingeklemde staaldraadje. Het aanbrengen van een speldenknopje smeervet wordt aangeraden, want de tandheugel wil nog wel eens vast gaan zitten bij langere stilstand.

De beweging van de tandheugel moet haaks op de hartlijn van het spoor plaatsvinden, waarbij het draadje dus niet tegen de wanden van de sleuf mag aanlopen. Ook als een aandrijving van een ander merk wordt gebruikt, moet die zodanig worden gemonteerd dat het staaledraadje bij het omschakelen exact het midden van de sleuf volgt. Bij het vastzetten van de aandrijving met enkele schroefjes, moeten die niet te vast worden aangedraaid. Bovendien is het wijs om de schroefjes niet in de uiterste stand vast te zetten, maar juist in een middenstand, zodat een kleine correctie mogelijk blijft. De elektrische aansluitingen van de wisselaandrijving worden bij voorkeur met behulp van een connector of kroonsteenstripje aangesloten. Bij een eventueel defect van de aandrijving kan dan een defecte wisselaandrijving gemakkelijk worden verwisseld.

Sommige wisselaandrijvingen hebben contacten die het mogelijk maken om een terugmelding van de ligging van het wissel te verrichten of om het puntstuk te polariseren. Als de wisselaandrijving zes draadjes heeft, is er waarschijnlijk een extra schakelcontact voor deze doeleinden. Gebruikt dan een kroonsteenstrip met zes aansluitingen: één voor de ene uiterste stand ('links'), één voor de andere uiterste stand ('rechts'), een massa-aansluiting ('retourleiding') en een drietal voor de omschakelcontacten.

Testen

Test nu het wissel op goede werking door de massa aan te sluiten op de nul van een voeding en met een draad aan de plus. Door nu afwisselend het 'links' en 'rechts' contact aan te tikken blijkt of inderdaad 'links' en 'rechts' de correcte wisselligging geeft. Als beide verwisseld lijken te zijn, kan dat meestal worden gecorrigeerd door de aandrijving 180 graden te draaien. Vervolgens wordt het staaldraadje door het gaatje in de wisselbalk aangebracht en aan de tandheugel bevestigd. Het geheel kan nu meestal al met de hand heen-en-weer worden bewogen. Let er daarbij speciaal op dat het staaldraadje niet aanloopt. Zonodig kunnen kleine correcties worden aangebracht doordat de aandrijving nog iets gedraaid kan worden. Het effect van het gebruik van verenstaal is dat de veerkracht er voor zorgt dat de wisseltongen goed tegen de rails worden gedrukt ('aanliggen'). De consequentie is wel dat wissels niet makkelijk kunnen worden 'opengereden' en dat dus altijd het wissel in de juiste stand moet worden gelegd. Openrijden van wissels met gepolariseerd puntstuk is zelfs verboden omdat er dan kortsluiting ontstaat.


Meer informatie

Encyclopedie:
Externe websites:
Wisselaandrijving met puntstukpolarisatie



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 30 juli 2020 16:25 (UTC)