Persoonlijke instellingen

Terugmelding en/of bezetmelding

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Fred Stevens


Nu er digitaal gereden kan worden en de wissels digitaal omgezet kunnen worden, is de basis gelegd voor het geautomatiseerd rijden. Mensen kunnen zien waar een trein zich op de modelbaan bevindt, met handen om de rijregelaar en de wissels te bedienen.

Als dit door een computer gedaan moet worden, dan moet de computer 'handen', 'ogen' en 'hersens' krijgen. Met deze drie onderdelen kan de computer de modeltreinen laten rijden. In dit en de volgende hoofdstukken wordt uitgelegd wat de ogen, handen en de hersenen van de computer zijn. Om iets te melden aan de computer kan gebruik gemaakt worden van een terugmelder of een bezetmelder.

Terugmelder

Een terugmelder is een voorziening om informatie terug te sturen naar een centraal systeem. Die informatie kan een bezetmelding zijn, maar ook vele andere signalen die aan de centrale doorgegeven kunnen worden, zoals wisselstand, een knopje op een bedieningspaneel of een contactschakelaar tussen de rails. Er bestaan verschillende terugmeldsystemen, afhankelijk van het type centrale dat gebruikt wordt. Een paar bekende systemen zijn S88 en RS, maar er zijn er nog veel meer.

Bezetmelder

Een bezetmelder is een voorzienin om het bezet zijn van een blok te detecteren. Er zijn verschillende types: d.m.v. stroomverbruik, met reedschakelaar, d.m.v. schakelrails, via lichtsluizen of via massadetectie. Elk systeem om een bezette sectie te detecteren is een bezetmelder. Meestal wordt hiermee het stukje elektronica bedoeld dat d.m.v. stroomdetectie bepaalt of er een stroomverbruiker op het spoor staat, zoals;

  • een locomotief;
  • een wagon met licht (lampjes of led-strips);
  • of een wagon met een weerstand tussen de wielen.

Kort samengevat; een bezetmelder detecteert een bezet spoor, een terugmelder stuurt informatie terug naar de centrale. Dikwijls worden beide als één geheel aangeboden en dit heet dan een gecombineerde terug/bezetmelder.

De terugmelding/bezetmelding zijn de ogen van de computer. Hierdoor 'weet' de computer waar een locomotief zich op de modelbaan bevindt.

Terugmelders/bezetmelders

Terug- of bezetmelders zijn er in veel verschillende varianten. De meest bekende vormen van terugmelding/bezetmelding zijn de volgende:

  • Reedcontacten (terugmelding).
  • Schakelrails (terugmelding).
  • Massadetectie (terugmelding).
  • Stroomdetectie (bezetmelding), aangesloten op een terugmelder (twee aparte printen).
  • Stroomdetectie (gecombineerde bezetmelding en terugmelding op één print).

Reedcontacten

Reedcontacten en schakelrails zijn zogenaamde pulscontacten. Wanneer een loc of treinstel voorbij rijdt, genereren ze heel kort een pulsje, dat door de computer moet worden gezien. Het reedcontact is een klein schakelaartje in een glazen buisje. Dit schakelaartje wordt geactiveerd wanneer er een magneet in de buurt komt. Door een reedcontact tussen de spoorstaven te plaatsen en een magneetje onder de trein te bevestigen, zal bij het voorbijrijden van de trein het reedcontact heel kort bekrachtigd worden.

Digitaal800px-Reed switch.jpg
Afbeelding: 01
Reedcontact
Bron: André Karwath en Wikipedia CCimage.jpg


Schakelrails

Märklin biedt speciale schakelrails aan. Deze rails is voorzien van twee kleine pallen die boven de railbedding uitsteken en twee schakelaars bedienen. De sleper onder de loc drukt - afhankelijk van de rijrichting - de ene of de andere schakelaar kortstondig in.

DigitaalSchakelrail.jpg
Afbeelding: 02
Märklin schakelrails
Bron: Conrad.nl


Massadetectie

Massadetectie is een terug/bezetmeldtechniek voor drierail. Bij drierail staat de plus (via de rode draad) op de puntcontacten en de massa (via de bruine draad) op de spoorstaven. Eén spoorstaaf moet worden geïsoleerd door middel van twee isolatielassen. Op deze geïsoleerde spoorstaaf wordt de terugmelder/bezetmelder aangesloten.

Wanneer nu een loc of treinstel over de geïsoleerde spoorstaaf rijdt en daarmee dus beide spoorstaven verbindt, genereert dit een terugmelding/bezetmelding. Het systeem 'weet' nu dat er zich een loc of treinstel bevindt op de plek van die melder.

Bij massadetectie is de kans op een correcte terugmelding/bezetmelding veel groter dan bij een reedcontact of schakelrails. Een reedcontact of een schakelrails geven maar één enkele puls af en als die gemist wordt (of niet komt), zal er geen terugmelding/bezetmelding plaatsvinden. Bij massadetectie is er, als gevolg van de lengte van het geïsoleerde deel van de spoorstaaf, een veel grotere kans op detectie en daarmee neemt de betrouwbaarheid sterk toe. Zie ook het artikel Isoleren van Märklin C-rails bij 'Meer informatie'.

DigitaalBm3rail.jpg
Afbeelding: 03
16-voudige massadetectie BMD16
Bron: Huib Maaskant Avontuur in miniatuur

Schematisch weergegeven ziet het er als volgt uit: (van links naar rechts) reedcontact, massadetectie, schakelrails.

DigitaalInfo terugmelding 2 2.gif
Afbeelding: 04
Schematische weergave van de diverse detectie-mogelijkheden
Bron: Huib Maaskant - Avontuur in miniatuur


Stroomdetectie

Stroomdetectie is een bezetmeldingstechniek die toepasbaar is op zowel twee- als drierail. Stroomdetectie werkt - zoals de naam al zegt - op basis van het detecteren van stroomverbruik.

Bij tweerail wordt een deel van één spoorstaaf geïsoleerd en daar wordt (via de rode draad) de bezetmelder op aangesloten. Zodra een stroomverbruiker (zoals loc, treinstel of verlicht railvoertuig) op dit gedeelte komt, zal er stroom gaan lopen door het bezetmeldcontact. Hierdoor detecteert de bezetmelder dat dit specifieke deel in gebruik is en genereert een bezetmelding. Deze manier van detecteren is uiterst betrouwbaar, mits de diodeschakeling wordt toepast.

Bij drierail werkt dit hetzelfde, alleen nu wordt de spoorstaaf die aan de rode draad zit geïsoleerd, of de puntcontacten, (die aan de rode draad zitten) en daar wordt (via de rode draad) de bezetmelder op aangesloten. Er bestaan ook printen waarop de bezetmelder en de terugmelder gecombineerd zijn.

DigitaalBM16N-SD.jpg
Afbeelding: 05
16-voudige stroomdetectie BMD16N SD
Bron: Huib Maaskant Avontuur in miniatuur

Schematisch weergegeven ziet het er als volgt uit:

DigitaalInfo terugmelding 3 2.gif
Afbeelding: 06
Aansluitingen t.b.v. stroomdetectie.
Bron: Huib Maaskant - Avontuur in miniatuur


Diodeschakeling

Bij het gebruik van stroomdetectie moet voor de ongedetecteerde stukken een diodeschakeling (via de rode draad) worden toegepast. Hiermee worden mogelijke problemen met de bezetmelding voorkomen.

Aansluiten op de centrale gaat als volgt:

S88

Op dit moment is het S88-systeem één van de meest gangbare manieren om terugmelders/bezetmelders aan te sluiten. Het voordeel van deze melders is dat ze vrij goedkoop zijn en goed zelf te bouwen. Twee nadelen kenmerken het S88-systeem:

  1. storingsgevoeligheid van de kabels, waarmee de melders aan elkaar zijn gekoppeld. Hiervoor is een oplossing bedacht in de vorm van S88-N, waarbij in plaats van de normale bandkabels een netwerkkabel (een zogenaamde 'patchcable') gebruikt wordt.
  2. de S88 moet één lange keten zijn, aftakkingen zijn niet toegestaan. Nu is dit op een normale baan niet snel een probleem, maar op grotere en complexere banen wel.

Ontstoring

Karst Drenth gaf op het forum een tip om de stoorsignalen (die spookmeldingen veroorzaken) te onderdrukken: door het aanbrengen van weerstanden van 4700 Ω over de ingangen van de meldprint zijn valse bezetmeldingen goed te voorkomen. Zie 'Meer informatie'. (Lees ook bericht 8 t/m 17 in dat verslag.) De noodzaak van het aanbrengen van de weerstanden hangt, zoals in de praktijk is gebleken, erg af van de manier van bekabelen en de lengte van de gedetecteerde railsecties.

Loconet

De andere, steeds populairdere vorm van aansluiten is middels Loconet. Dit is een door Digitrax ontwikkeld protocol, waarbij vrijwel elke structuur geïmplementeerd kan worden, behalve een ringnetwerk. Deze manier van aansluiten kenmerkt zich door een zeer betrouwbaar functioneren, waarbij het grote voordeel is dat op het Loconet veel meer dan alleen maar bezetmelders aangesloten kunnen worden. Het nadeel van Loconet is alleen de prijs; gemiddeld genomen kost dit het dubbele van S88 melders.

Na enkele zelfbouw-initiatieven door handige hobbyïsten is door Uhlenbrock ook onderkend dat er een markt is voor een hybridevorm tussen deze twee systemen, dus brachtdit bedrijf in 2010 de S88 - Loconetadapter op de markt. Hiermee zijn de voordelen van goedkope S88-bezetmelders te combineren met de toegestane structuur van Loconet en zijn betrouwbaarheid.

XpressNet

XpressNet is een protocol van Lenz en dit wordt ook gebruikt voor de Roco Multimaus. Dit protocol kan ook gebruikt worden om Lenz stroomdetectiemelders aan te sluiten. Door het verschijnen van zelfbouwprojecten zoals de GenLI-S88 van Paco Cañada of de S88XpressNetLI van Karst Drenth en Wim Ros (zie: 'Meer informatie'), waarmee S88 kan worden gebruikt met XpressNet, is de specifieke Lenz/Roco -melder niet meer noodzakelijk op het XpressNet.


Meer informatie

Encyclopedie
Beneluxspoor.net:
Ontstoormethode voor S88-melders.
Externe websites (meer over terugmelding/bezetmelding):
Avontuur in miniatuur (Huib Maaskant)
S88XpressNetLI.
Paco Cañada. GenLI-S88.

Gerelateerde termen: Marklin, Maerklin, Mærklin



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 1 jan 2018 16:43 (CEST)