Persoonlijke instellingen

Treingestuurd rijden

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Fred Eikelboom


Treingestuurd

Bij digitale baanbesturing staat er een constante, blokgolfvormige spanning op de rails. Het blokvormige signaal bevat gecodeerde informatie in de vorm van enen en nullen. De centrale geeft commando's die bestaan uit een adres en een opdracht. In de locomotieven zijn decoders (minicomputers) ingebouwd die 'luisteren' naar het digitale signaal op de rails. Iedere decoder heeft een uniek adres en reageert alleen op opdrachten met zijn adres. De decoder in de locomotief 'weet' dan wat deze moet doen (optrekken, rijden, afremmen, stoppen, rijrichting wijzigen, lichten aan, enzovoort). Dit heet Treingestuurd rijden.

Voor een automatisch treingestuurd systeem moet de baan in blokken verdeeld zijn en op de scheidingen moet één spoorstaaf onderbroken worden. Door het uitlezen van terug/bezetmelders weet de computer of een blok vrij of bezet is.

Bezetmelders in de blokken

Bij een digitale baan wordt - bij gebruik van stroomdetectie - de positie van een losse loc, treinstel of trein, gemeld d.m.v. bezetmeldingssecties, kortweg meldsecties. De mogelijke verdeling van de meldsecties over het blok is in afbeelding 01 aangegeven:

Blokken1.gif
Afbeelding: 01
Diverse methoden voor blokken
Tekening gemaakt door: Fred Eikelboom


In het volgende onderdeel wordt uitgegaan van het besturingsprogramma 'Koploper'.

Zodra de loc op de inrijdsectie komt, krijgt de loc van 'Koploper' (via de centrale) de opdracht om af te remmen naar de gemiddelde snelheid. Is de loc op de stopsectie aangekomen, dan remt de loc verder af totdat deze stilstaat.

De stopsectie dient dus voldoende lengte te hebben om de loc tijdig - dus vóór het volgende blok - tot volledige stilstand te laten komen. Bij schaal H0 kan als vuistregel ongeveer 40 cm genomen worden. Wanneer de loc tot stilstand gekomen is, mag deze niet over de blokscheiding (punt B) gereden zijn, want dan houdt hij het volgende blok bezet en kan zelf dus niet verder rijden.

Indien het traject in twee richtingen bereden wordt, dient ook de inrijsectie een lengte van 40 cm te hebben. Punt A is de stopsectie van het voorgaande blok. Tussen de inrijsectie en de stopsectie kan een ongedetecteerd stuk rails liggen, dit heet de remsectie. De lengte van die ongedetecteerde sectie wordt bepaald door de gewenste bloklengte, minus de lengte van de inrij- en stopsectie.

Bij toepassen van ongedetecteerde secties kan bij éénrichtingsverkeer voor de inrijsectie volstaan worden met een stukje rails van ongeveer 6 cm. In principe kan het zelfs met een stukje van 1 à 2 cm lengte, maar dan wordt het aansolderen van een draadje aan de spoorstaaf bemoeilijkt. Er bestaat dan grote kans dat de kunststof bielzen smelten.

Wel/geen wissels in de blokken

Bij het programma 'Koploper' wordt uitgegaan van de stelling 'geen wissels in een blok'. Het programma stuurt namelijk de treinen van blok naar blok en bepaalt aan de hand van het vrij of bezet zijn van het blok achter een wissel de benodigde wisselstand. Bij het verdelen van de baan in blokken worden dus alle rails tussen de wissels verdeeld in blokken, waarbij er rekening wordt gehouden dat de hele trein in het blok past.

Het kan echter voorkomen dat er op de baan een blok tussen twee wissels te kort is, zodat de hele trein er niet in past. In dat geval wordt in 'Koploper' aangegeven dat er in dat blokt niet gestopt mag worden. Daarmee wordt voorkomen dat de trein de wissels bezet houdt.

Blokken aan elkaar leggen

Nu bekend is wat een blok is, hier een voorbeeld hoe een aantal blokken aan elkaar gelegd worden. De stopsectie van een blok ligt tegen de inrijsectie van het volgende blok. Ofwel, tussen de blokken komen geen ongedetecteerde secties. De inrij- en stopsecties worden op een bezetmelder aangesloten (die bijvoorbeeld via een S88 datalink met de centrale verbonden is).


Meldsecties01.png
Afbeelding: 02
Bezetmelders in de blokken
Tekening gemaakt door: Fred Eikelboom


De rijrichtingpijlen geven de volgorde van de secties aan. De gedetecteerde secties kunnen dus zowel de functie van inrijsectie, als van stopsectie vervullen. Dit wordt automatisch door Koploper geregeld.

Blokken op hellingen of in een helix

Wanneer er blokken op een helling of helix liggen, dient in het besturingsprogramma aangegeven te worden dat de treinen in de blokken van het opgaande spoor niet mogen stoppen. Anders bestaat de kans dat een trein die op de helling gestopt is, niet meer op gang komt en daarmee de rijweg van alle volgende treinen blokkeert.

Aansluiten van de bezetmeldprint(en)

De bruine draad (J) van de centrale gaat naar de linkerspoorstaaf, die over de gehele lengte niet onderbroken mag zijn (zie afbeelding 02). Alleen bij het gebruik van meerdere boosters dienen beide spoorstaven ter plaatse van de scheiding onderbroken te zijn. De rode draad (K) van de centrale gaat naar de bezetmeldprinten. Daarvandaan gaat de bedrading naar de diverse secties in de rechterspoorstaaf.

De ongedetecteerde stukken dienen via een diodeschakeling op de centrale aangesloten te worden (zie afbeelding 02). Dit om ervoor te zorgen dat er - op zowel de meldsecties als op de ongedetecteerde stukken - een even hoge spanning staat. Vergeet daarom ook niet om op de juiste plaatsen in de onderbroken spoorstaaf isolatielassen toe te passen.

Het aansluiten van de diodeschakeling op een extra ringleiding werkt het gemakkelijkst. Alle ongedetecteerde stukken worden dan op die extra ringleiding aangesloten (zie hierboven). Wanneer de diodeschakeling 5 A kan verwerken, zijn ongeveer 12 locs (bij een gemiddeld verbruik van 400 mA per loc) tegelijkertijd op de ongedetecteerde secties van stroom te voorzien.

Let-op.jpg
  LET OP
Wanneer u meerdere boosters toepast, moet u per booster een diodeschakeling gebruiken!
De ongedetecteerde secties die verbonden zijn met de ene booster mogen niet in verbinding staan met de ongedetecteerde secties van een andere booster.

Wel of geen ongedetecteerde secties?

Er is geen voorschrift dat zegt of er wel of niet een ongedetecteerde sectie moet worden gegebruikt. Het is een afweging die gemaakt moet worden en het hangt ook af van het gebruikte besturingsprogramma. Wanneer er een ongedetecteerde sectie (remsectie) tussen de inrijdsectie en de stopsectie ligt, wordt een eventueel losgeraakte wagen niet gedetecteerd. Wanneer een losgeraakte wagen of rijtuig gedetecteerd wordt, moet er dus een tussensectie gebruikt worden. Maar... dat kost meer geld op een grotere baan, omdat er dan heel wat meer bezetmeldprinten aangeschaft moeten worden. Vandaar dat de meesten het risico van een losgeraakte wagen of rijtuig voor lief nemen en een ongedetecteerde sectie gebruiken per blok.

Het voordeel van het aanleggen van ongedetecteerde secties is dat wanneer er later wordt besloten om alsnog ongedetecteerde secties op een bezetmelder aan te sluiten, er geen ingrepen in de rails meer nodig zijn. Dan is het een kwestie van alleen wat bedrading onder de treintafel veranderen en waar nodig een extra bezetmeldprint plaatsen. Meteen bij de aanleg van de baan ongedetecteerde secties maken/aanbrengen heeft dus voordelen. Achteraf de rails aanpassen om er alsnog secties tussen te maken, is op moeilijk bereikbare plaatsen een behoorlijke klus.

Bovenstaand verhaal over ongedetecteerde secties geldt bij het gebruik van het programma 'Koploper'. Of andere treinbesturingsprogramma's hier mee overweg kunnen, is bij de redactie niet bekend.

Het is niet mogelijk om voor elke baan aan te geven hoe in de praktijk de baan in blokken is te verdelen. Zie voor aanvullende informatie het BNLS-forum en/of het Koploperforum (zie 'Meer informatie').



Meer informatie

Encyclopedie:
Meer over bezetmelders.
Beneluxspoor.net:
Voor alle vragen i.v.m. 'digitaal' rijden.
over stopsectie.
Externe website:
Voor alle vragen i.v.m. het gebruik van 'Koploper'.
{Linkssectie einde}}
Externe website:
Allan Gartner's 'Wiring for DCC'. Website met veel info over DCC.
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Overgenomen van "https://encyclopedie.beneluxspoor.net/index.php?title=Treingestuurd_rijden&oldid=45262"