Persoonlijke instellingen

Woorden - D

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net


Verklaring         Zoeken op deze pagina: CTRL + F.

Woord of afkorting.

D-treinen waren internationale lange-afstandstreinen waarvoor reizigers een toeslag moesten betalen (in Nederland twee gulden). Omstreeks 1995 werd de toeslag afgeschaft en bestonden er dus geen D-treinen meer. Meer over D-trein. (3)

D-trein

(Grootspoor). Aanduiding voor conducteurswagen of -afdeling; vgl. A, B, C, D. In vakjargon staat 'een D' dus voor 'een conducteurswagen'.

D.

Deutsche Bundesbahn. Meer over DB. (3)

DB.

(Eng.) Direct Current. Zie Gelijkspanning.

DC.

Digital Command Control (zie artikel Het DCC protocol).

DCC.

(Grootspoor). DubbelDeks AggloRegiomaterieel. AggloRegio was bedacht als nieuwe naam voor de stoptrein uit het drietreinensysteem. Deze naam is echter nooit ingevoerd.

DD-AR.

(Grootspoor). DubbelDeks Materieel, is een verzameling van materieelseries van de Nederlandse Spoorwegen. Meer over DDM. (3)

DDM.

(Grootspoor). DubbelDeks Zone. Treinstel is uitgevoerd met stiltezones op de gehele bovenste verdiepingen. Is een aangepaste versie van het DDM-materieel.

DDZ.

(Grootspoor). Afkorting van Diesel-Elektrisch.

DE.

(Grootspoor). Plan X. Beter bekend als DE 1, 'Blauwe Engel'. Meer over DE1. (3)

DE1

(Grootspoor). Plan X. Beter bekend als DE 2, 'Blauwe Engel'. Meer over DE2. (3)

DE2

(Grootspoor). NS Diesel 3 treinstellen (Plan U). De DE3 was een type driedelig dieselelektrisch treinstellen van de Nederlandse Spoorwegen. Meer over DE3. (3)

DE3

(Grootspoor). Diesel-Hydraulisch. Treinstel met dieselhydraulisch aandrijfsysteem. Ook benaming voor Wadloper. Meer over DH. (3)

DH.

Afkorting van Diode Alternating Current. Type diode dat vaak wordt gebruikt om triac's aan te sturen. Dit type diode is een soort zenerdiode die in beide richtingen bij een (wissel)spanning van ongeveer 30 tot 33 volt gaat geleiden.

DIAC.

(Elektronica). Afkorting van Dual Inline Package, ofwel twee rijen aansluitpunten aan de IC-behuizing.

DIP.

Duisburg Intermodal Terminal is een grote railterminal in Duisburg waar goederentreinen worden samengesteld door middel van kranen in plaats van het heuvelen, zoals dat in Rotterdam Kijfhoek gebeurt.

DIT.

(Elektronica). Afkorting van Digitale MultiMeter. Dit is een universeel meetapparaat (vandaar dat het ook vaak universeelmeter wordt genoemd) om spanningen en stroomsterktes te kunnen meten. Uitgebreidere uitvoeringen kunnen tevens o.a. diodes, transistoren en condensatoren testen. Meer over de Digitale MultiMeter. (3)

DMM.

(Elektrotechniek). Afkorting van Double Pole Double Throw. Benaming van het type schakelaar. Dit is een dubbelpolige schakelaar, met wisselcontacten. De beide schakelaars zijn mechanisch gekoppeld, en gaan dus tegelijkertijd om.

DPDT.

(Elektrotechniek). Afkorting van Double Pole Single Throw. Dit is een dubbelpolige schakelaar, met gescheiden enkele maakcontacten.

DPST.

Zie: DRG

DRB.

Deutsche Reichsbahn Gesellschaft. Meer over DRG. (3)

DRG.

Deli Spoorweg Maatschappij.

DSM.

(Duits) Digitale Steck-Schnittstelle. Benaming voor de NEM-insteekconnector, die in digitaal voorbereide analoge locs aanwezig is. Door het simpel verwijderen van een brugsteker en het daarna insteken van een decoder, kan een analoge loc digitaal gemaakt worden.

DSS.

Decentrale Verkeerleider.

DVL

Sein dat zowel overdag als 's nachts werkt door een bepaalde kleur licht te tonen; Zie ook armsein, lichtsein. (1) Zie: Lichtseinen.

Daglichtsein

1. Het boek met dienstorders dat de machinist moet aftekenen; 2. Ruimte op het depot waar men zich melde vóór en na afloop van de dienst en waar mededelingen werden gedaan. (Interessant is dat hier 'order' gebruikt wordt om de ruimte aan te geven waar orders voor de dag gegeven worden.) (1)

Dagorder

Bijnaam van de locomotieven van de serie NS 4300, die in de tweede wereldoorlog met het Engelse leger meekwamen en door de NS overgenomen werden. De Dakota’s waren Engelse oorlogsvliegtuigen, eenvoudig van bouw en met alles weggelaten wat maar gemist kon worden, net als bij deze locomotieven geen valrooster maar een eenvoudig scheprooster, dat bij het schoonmaken van het vuur leeggeschept moest worden, een zeer zwaar en onaangenaam karwei. Vandaar de andere bijnaam Schepper. (1)

Dakota

Het dansen van het vuur: het verschijnsel, dat kolendeeltjes boven het vuur verticaal heen en weer zweven, doordat de geforceerde trek hen omhoogzuigt, maar ook weer laat vallen, doordat de trek hen onderbroken werkt op de zuigerslagen van de machine. (1)

Dansen

(Elektronica). Afkorting van Darlington-transistor. (3) Zie het artikel: Basis Elektronica Meer over darlington-transistor

Darlington

(Gegevensopslag). Meer over Database. (3)

Database

1. Informatieblad. Wordt meestal door de fabrikant meegegeven, bijvoorbeeld bij een aankoop van een locomotief. Bestaat vaak uit een handleiding en een onderdelentekening met onderdelenlijst. 2. Overzicht van belangrijkste eigenschappen van een component, zoals bijv. een transistor. De meeste elektronicaonderdelen fabrikanten stellen/hebben op hun website datasheets beschikbaar, (meestal als PDF-bestanden) die vrij te downloaden zijn.

Datasheet

Zie: 'Trekpot' en 'Dauwworm'. (1)

Dauwworm

Transfer. Doorzichtige folie met tekst of afbeelding op een met water verwijderbaar papieren draagvel. (zie het artikel Decals).

Decal

1. (Locdecoder). Compacte elektronische schakeling die de door een centrale gecodeerde informatie, die via de rails aan een locomotief of via bedrading aan andere gebruiker(s) wordt doorgegeven, decodeert. Op deze wijze kunnen diverse functies zoals verlichting, snelheid of rijrichting worden beïnvloed. Zie: Inleiding digitale baanbesturing. 2. Functiedecoder of schakeldecoder. Deze worden in rijtuigen of onder de baan gebruikt. Zie: Decoders.

Decoder

Bijnaam van de locomotieven van de serie 9600 en ook wel van de series 4600 en 9500, types die zeer sterk waren, net zo als de Amerikaans Demsey, een in de jaren twintig beroemd bokser. (1)

Demsey

Plaats waar materiaal, vooral locomotieven, in opgeborgen worden en in klein onderhoud zijn. (1)

Depot

(België, <Fr., ook in Nederland): Chef van een depot; ook: chef d'atelier; rang hoger dan die van Meestergast. (1)

Depotchef

Een rail in het midden of aan de zijkant van het spoor, waarop de voedende elektrische spanning staat. (3)

Derde rail

1. Toegangsdeur tot machinistenhuis; bakkie over deurtje: zie 'bak'; 2. Vuurdeur; een slakkie onder de deur pikken: zie 'slak'; een goed vuur onder de deur hebben: een goed brandend vuur bij de vuurdeur hebben, zodat er goede circulatie ontstaat. (1)

Deur

(België): het sein staat dicht: Zie: - 'toe'. (1)

Dicht

Een stop van een trein waarbij de reizigers niet kunnen in-/uitstappen, b.v. om een machinist te wisselen. (3)

Diensthalt

Gelijkvloerse kruising van een spoorweg met een weg of pad, alleen bestemd voor dienstgebruik door bevoegd personeel. (2) Zie: artikel Overwegen Grootspoor

Dienstoverpad

Regeling van aankomst- vertrek- en doorkomsttijden van treinen. (2)

Dienstregeling

De in de dienstregeling of op de tijdtafel vermelde snelheid. (2)

Dienstregelingssnelheid

Een door de machinist ingeleide remming, die onder normaal comfort kan worden uitgevoerd. Is anders dan in een noodgeval. (2)

Dienstremming

De maximale snelheid waarmee treinen in exploitatie mogen rijden. Dit is een treingebonden beperking. In het materieel staat deze snelheid aangeduid met Maximum Snelheid x km/h. (2)

Dienstsnelheid

Een trein voor het vervoer van spoorwegpersoneel. (3)

Diensttrein

1. De brandstof dieselolie. 2. Een dieselmotor, die werkt op dieselolie (of biodieselolie). 3. Aanduiding voor een locomotief voorzien van een motor die op dieselolie werkt.

Diesel

Aandrijfbron, waarbij de locomotief of trein wordt voortgedreven door middel van elektriciteit, opgewekt met behulp van een dieselmotor met generator.
Meer over Dieselelelektrische aandrijving. (3)

Dieselelektrisch

Aandrijving waarbij een dieselmotor met behulp van een hydraulisch pomp voor voortstuwing zorgt. De pomp drijft dan via slangen de wielen aan. Zie: Dieselhydraulische aandrijving en DH.
Meer over Dieselhydraulische aandrijving. (3)

Dieselhydraulisch

Locomotief waarbij een dieselmotor voor voortstuwing zorgt. Dit kan zowel diesel-mechanisch, diesel-elektrisch of diesel-hydraulisch zijn.

Diesellocomotief

Een dieselmotor is een zuigermotor, die werkt volgens het principe van zelfontbranding. Meer over Dieselmotor. (3)

Dieselmotor

1. Bij modelspoor; de informatie van een centrale besturingseenheid wordt via de rails naar een decoder in een locomotief/treinstel of via bedrading naar bijv. een wisseldecoder gestuurd. Zie het artikel Uitleg Digitaal. 2. Het signaal wordt niet analoog (zoals bijv. een variërende spanning) maar in de vorm van reeksen enen en nullen verstuurd.

Digitaal

Een diode is een elektronisch onderdeel dat de elektrische stroom zéér goed in één richting geleidt, maar praktisch niet in de andere. Een diode functioneert als het ware als een elektronisch ventiel. De geleidende richting noemt men de doorlaatrichting en de andere richting de sperrichting. Meer over Diode.

Diode

Bij modelspoor: een op zichzelf staande uitbeelding van een landschap. Meer over Diorama. (3)

Diorama

Betreft meestal de aanduiding voor een gehuurde loc, kan echter ook gekocht zijn. Siemens Dispolok GmbH is een onderdeel van Siemens dat in 2001 werd opgericht als verhuurder van locomotieven aan spoorwegondernemingen. Deze Dispolok-locomotieven zijn afgeleid van grote locomotiefseries. Meer over Dispolok. (3)

Dispolok

(Eng.) Een ongelijkvloerse ofwel vrije kruising van twee sporen waarbij onderste spoor/sporen verdiept (onder maaiveld) wordt/worden aangelegd. (2)

Dive-Under

Zie: Dodemanspedaal. (1)

Dodemansknop

Veiligheidspedaal in (diesel-)elektrische voertuigen dat door de bestuurder voordurend moet worden ingedrukt; zodra het wordt losgelaten, bijvoorbeeld als de bestuurder onwel wordt, wordt het voertuig automatisch tot stilstand gebracht (in België spreekt men vaak van dodemanpedaal, zonder -s- dus). (1)

Dodemanspedaal

Zie: Stoomdom.

Dom

Voor zijn donder slaan of geven: de locomotief hard laten werken.

Donder

Het dode punt: stand van een wiel waarbij geen beweging kan intreden doordat de drijfstang precies in de richting van de kruk trekt of duwt. (1)

Dood

Bijnaam van de locomotieven van de serie HSM 201-208 en 220, tramlocomotieven die vierkant waren en daarbij zo open dat het dienstdoende personeel zeer van koude te lijden had; grote doodskist: bijnaam van de NS 34 (ex HSM-serie 229-231), een wat grotere vierkante loc; kleine doodskist: bijnaam van de serie HSM 225-228. (1)

Doodskist

Zie: Diode.

Doorlaatrichting

Een koprijtuig waarvan de voorzijde voorzien is van een cabine en van een doorgang voor reizigers naar een eventueel gekoppeld rijtuig. (3)

Doorloopkop

Maximale snelheid bij doorrijden van treinen ter plaatse van een station. (2)

Doorrijdsnelheid

Spoor specifiek ingericht voor het doorrijden van een trein door een station. (2)

Doorrijdspoor

Het tot stilstand komen van een trein voorbij een stop tonend sein (STS). (2)

Doorschieten

Het ronddraaien van de drijfwielen van de loc zonder dat deze zich verplaatst of - als de loc al in beweging was - zonder dat de drijfwielen merkbaar medewerking aan de voortbeweging van de loc verlenen; als de rails glad zijn en als de loc een zware trein te trekken heeft, gebeurt dit eerder; de wielen van de loc slaan door of de loc slaat door; ook: voeten vegen, malen, pivoteren; in België zegt men ook doorslagen. (1)

Doorslaan

De doorvaarthoogte is de verticale afstand tussen de maatgevende waterstand en de onderkant van de overspanning boven de vaarweg. Meer over Doorvaarthoogte. (2)

Doorvaarthoogte

De doorvaartwijdte van een (vaste) brug is de kleinste breedte onder die brug, gemeten loodrecht op de vaarwegas, die bij de maatgevende waterstand volledig door het maatgevende schip kan worden benut. (2)

Doorvaartwijdte

Verticale koperen draad waaraan de rijdraad (eigenlijk: rijdraden) is opgehangen. Zie: Bovenleiding algemeen.

Draagdraad

Schijf, voorzien van rails, waarop locomotieven en andere voertuigen omgedraaid kunnen worden, dan wel naar één van de aansluitende sporen gedraaid. (1) Meer over de draaischijf. (3)

Draaischijf

(Elektrotechniek/Elektronica). Meetinstrument voorzien van een draaibare spoel met daaraan gekoppeld een wijzer, om bijvoorbeeld spanning (V) of stroom (A) weer te geven. (3) Zie ook: Paneelmeter.

Draaispoelmeter

Bogie, draaibaar onderstel. (1)

Draaistel

Driefasenspanning, ook wel sterkstroom genoemd, is elektrische energie in de vorm van drie gelijktijdig opgewekte wisselspanningen, die ten opzichte van elkaar 120° in fase verschoven zijn. De spanningen worden opgewekt door één en dezelfde generator, met drie afzonderlijke magneetvelden die onderling een hoekverschuiving van 120° hebben. Hierdoor ontstaan drie sinusvormige wisselspanningen, die weliswaar gelijkvormig zijn, maar die steeds 120° na elkaar hun maximale waarde bereiken. Bij iedere complete omwenteling (360°) van de rotor van de generator zijn alle drie de spanningen dus door hun maximum en hun minimum gegaan. Meer over Draaistroom. (3)

Draaistroom

Railvoertuig (lorrie). Klein railvoertuig. Meestal in gebruik voor inspectiedoeleinden. Uitgerust met trappers of een kleine verbrandingsmotor.

Draisine

Elektronica. De spanning die ontstaat over een diode, wanneer er een stroom doorheen loopt in de doorlaatrichting. Deze drempelspanning is afhankelijk van de hoeveelheid stroom die door de diode loopt en van het materiaal waarvan de diode gemaakt is (germaninium of silicium).

Drempelspanning

Bijnaam, in Engeland gebruikt en hier overgenomen, van de locomotieven van de serie NS 1300. Toen zij in 1880 in dienst gesteld werden bleken het direct zeer succesvolle machines te zijn, geschikt voor alle diensten, en zeer gemakkelijk te stoken, tegelijk goed stoommakend. De bijnaam in Engeland (a parisienne) dressed to kill kregen ze om hun sierlijke vormgeving. Ook: grote groenen, muilezels. (1)

Dressed to kill

(werkwoord): Het met een loc of trein berijden van in een driehoek gelegde rails, waardoor de andere kant voorkomt; ook: een driehoekie pikken of -- doen. (1) Zie het artikel Treinen keren.

Driehoeken

Onderdeel van Lichtseinstelsel 1946. Zie: Lichtseinen.

Driehoogten-sein

Bijnaam van de locomotieven van de serie NS 2900, die drie gekoppelde assen hadden. Deze drieassen deden denken aan de drie masten van een zeilschip. In de tijd dat deze locomotieven in dienst gesteld werden waren er nog veel zeilschepen. Later is deze bijnaam overgegaan op de locomotieven van de serie 3200 die ook drie gekoppelde assen hadden. Zie ook: 'Onderzeeër'.

Driemaster

Bij Drierail is sprake van twee spoorstaven en een middenrail, de puntcontacten (kortweg PuCo's genoemd). Zie: artikel Systemen.

Drierail

Een driewegwissel bestaat eigenlijk uit twee in elkaar geschoven wissels. Zie: artikel Puntstuk van het wissel polariseren.

Driewegwissel

Door de drijfstang aangedreven as. (1)

Drijfas

1. Verbindingsstang tussen zuigerstang en kruk, waardoor de heen- en weergaande beweging van de zuigerstang in een rondgaande beweging van de krukas overgaat. 2. Verbindingsstang tussen opeenvolgende drijfwielen.(1)

Drijfstang

Het geheel van stangen, kruiskop, leibanen e.d. die de drijfkracht overbrengen van de cilinders op de wielen; (binnenliggend, buitenliggend drijfwerk: zie cilinder); ook: mekanniek; - drijfwerk op half werk stellen: het verwijderen van de (kapotte) drijfstang aan één kant van de loc, waarna verder gereden wordt met alleen de andere helft waardoor dus half werk geleverd wordt. (1)

Drijfwerk

Door de drijfstang direct aangedreven wiel; zie ook: koppelwiel. (1) Meer over Drijfwiel. (3)

Drijfwiel

De meeste stoomlocomotieven hebben een enkelvoudig frame met daaronder de drijfwielen, en soms ook één- of meerdere assen met (kleinere, en niet aangedreven) loopwielen. Loopwielen worden gebruikt om het gewicht over meer assen te verdelen, of om de rijeigenschappen bij hogere snelheden te verbeteren. Loopwielen kunnen in een draaistel zijn opgenomen; drijfwielen meestal niet. Zie 'drijfwiel'

Drijfwielen

1. De loc drinkt: de loc neemt water; 2. (België) de ketel laten drinken: de Injecteur in werking stellen, waardoor de ketel water krijgt toegevoerd; de ketel is dus a.h.w. 'dorstig', en mag nu drinken. (1)

Drinken

Bijnaam van de locomotieven van de serie 2100, en wel van die exemplaren die slechts één dom boven op de ketel hadden, in tegenstelling tot andere, die twee dommen, een stoom- en zanddom op de ketel hadden. Die laatste hadden de bijnaam kameel. Het verschil zat hem dus in één of twee bulten boven op de loc, precies het verschil tussen dromedaris en kameel. Ook: blikken Tinus, zwartkop. (1)

Dromedaris

Droogmakerij, hetgeen wat door de meeste mensen polder wordt genoemd. Meer over Droogmakerij. (1)

Droogmakerij

Speciale uitvoering voor met name hogesnelheidstreinen die moet voorkomen dat drukgolven, veroorzaakt door passerende treinen of tunnels, het interieur bereiken. (3)

Drukdicht

Dubbele kar: zie 'kar'. (1)

Dubbel

Een spoorlijn van twee sporen, waarvan beide sporen geschikt zijn om in beide richtingen te gebruiken, en beide sporen een volledige autonome enkelspoorbeveiliging hebben. (3)

Dubbel enkelspoor

Een loc die bestaat uit twee vast gekoppelde identieke locs. (3)

Dubbelloc

Zie: Voorspan en/of het artikel Multi-tractie_rijden.

Dubbeltractie

Koker dwars onder een spoor of weglichaam door, die tot doel heeft een verbinding te vormen tussen beide zijden. De verbinding kan zowel droog als nat zijn om twee leefgebieden op gebied van fauna en/of water met elkaar te verbinden. (2)

Duiker

Bijnaam van de locomotieven van de serie NS 7700. Reden van deze naam onduidelijk. Misschien omdat ze voor allerlei diensten te gebruiken zijn. Ook: Haarlemmermeertje, Bello. (1)

Duizendpoot

Benaming voor het toepassen van de stroom uit de centrale voor het voeden van wisseldecoders e.d. Wanneer u de stroom uit de Centrale hiervoor gebruikt, misbruikt u in feite de centrale, omdat die én de locs/treinstellen, én de wisseldecoders en/of schakeldecoders moet voorzien van stroom. Hierdoor zal bij gebruik van veel locs/treinstellen, het moment dat u één- of meer boosters nodig hebt, snel dichterbij komen. Veel beter én goedkoper is het, om de wisseldecoders en/of schakeldecoders een eigen voeding, d.m.v. een losse trafo, te geven. Dus: de centrale voedt de locs/treinstellen, en een losse trafo of meerdere losse trafo's voedt/voeden de wisseldecoders en/of schakeldecoders. En dat is goedkoper dan telkens boosters er bij moeten kopen omdat de centrale het niet meer aan kan.

Dure stroom

Zie: Biels.

Dwarsligger

Slechte stoommaker; dweil wellicht omdat je de stoom uit de loc moet knijpen, als bij een dweil, of in de betekenis: vervelend, naar, zeurderig individu. (1)

Dweil

Laag, tussen de sporen geplaatst sein. Bijnaam: Onderzeeër. (1) Zie: afbeelding 01 in het artikel Lichtseinen.

Dwergsein



Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 

Laatste wijziging: 7 jan 2018 19:01 (CET)