Persoonlijke instellingen

Systeem MpC

Uit BeneluxSpoor.net - Encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende

Onder redactie van: BeneluxSpoor.net / Auteur: Dick van der Knaap


Inleiding

Het systeem MpC (Modellbahnsteuerung per Computer) van Gahler und Ringstmeier is een in Nederland relatief onbekend - zogenaamd 'blokgestuurd' - systeem. Dat houdt in dat de modelspoorbaan in blokken is verdeeld, waarbij elk blok zijn eigen elektronica heeft, die weer de rijstroom van de verschillende treinen regelt. Het geheel wordt bestuurd met behulp van een DOS-gebaseerd programma, waarvoor slechts een oude computer voldoende is (DOS is de afkorting van 'Disk Operating System').


Interfacekaart, Blokkaarten en voeding

In een 19 Inch-rek worden insteekkaarten gemonteerd. Dit geheel communiceert met de computer via een interface-kaart, met daarop een speciaal geprogrammeerde Eprom. Deze is verkrijgbaar bij de heer Ringstmeier en voor het gebruik moet een licentie worden aangeschaft.

Elke gemonteerde kaart heeft ofwel twee blokaansluitingen, óf vier hulp-blokaansluitingen, danwel acht bezetmelders, acht wisselaansluitingen, 32 schakelaars of 32 led-aansluitingen. Op deze kaarten gebeurt dus, wat bij andere systemen door decoders en terugmelders wordt gedaan. De voeding wordt verzorgd door middel van enkele ringkerntrafo’s. Enige elektronica regelt het geheel, en dient onder meer om alles tegen kortsluiting te beveiligen.


Werking van het systeem

Wat betreft de werking is het systeem vergelijkbaar met andere digitale systemen, met als bijzonderheid dat de regeling werkt doordat de chips (IC's) op de insteekkaarten zitten, en niet in de locs en de decoders. Aan het rollend materiaal behoeft dus niets veranderd of ingebouwd te worden, en ook oudere treinen kunnen worden gestuurd; dat alles onafhankelijk van de schaal, van LGB (1:22) tot Z (1:220). Zoals bij alle computerbesturingen het geval is, dienen van tevoren de nodige gegevens aan de computer te worden verteld door middel van invulformulieren die in het programma worden opgeslagen, wat bij rijden met decoders onder andere gebeurt door instellen van CV-waarden. Daardoor weet de computer bijvoorbeeld:

  • de volgorde van de blokken en hulpblokken;
  • wat de doorrijdblokken zijn (die hebben dus geen stopsectie);
  • welke wissels moeten worden omgezet voor een bepaalde rijweg;
  • welke rijwegen er zijn, met bijbehorende wissels;
  • wat de eigenschappen van een blok zijn (maximumsnelheid, lengte, stoppunt);
  • welke terugmelders bij een baandeel horen;
  • welk sein bij een blok hoort (regeling correct seinbeeld);
  • wat de rijeigenschappen van een loc, treinstel of trein zijn (optrekken, maximum snelheid, afremmen, kruipsnelheid tot stop).


Maximaal kan het systeem 400 locs/treinstellen aan. De terugmelding gebeurt, doordat de computer vaststelt dat er een stroomverbruiker op een melder aanwezig is. Daarom moet de laatste as van een trein een klein beetje stroom afnemen, wat eventueel bereikt wordt door het aanbrengen van weerstandslak.
Bij een weerstand van ongeveer 10 tot 15 kΩ wordt het einde van een trein netjes gedetecteerd.


Beveiliging en bediening

De belangrijkste taak van de computer is de beveiliging. De plaatsen (posities) van alle treinen zijn ten allen tijde bekend, en de computer verzorgt de stroomtoevoer naar een blok, afhankelijk van de ingestelde rijweg. U kunt één- of meer bedieningspanelen gebruiken, en daarop de treinen zien rijden aan de hand van rode, gele en groene leds. U heeft steeds de keus tussen 'volledig automatisch rijden' of 'volledig handgestuurd', danwel een mengvorm van die twee. Maar de beveiliging blijft steeds in handen van de computer. Die zorgt er dus bijvoorbeeld voor dat geen tegenstrijdige rijwegen kunnen worden ingesteld.

Er bestaat de mogelijkheid om vaste routes te rijden, als u die maar beschreven heeft. Ook pendeltreinen op een enkelsporig baanvak kunnen zo eindeloos heen-en-weer rijden. De kunst is dan om een aantal treinen op routes te zetten en met de handbesturing andere treinen daar tussendoor te leiden.
Het voordeel - in het bijzonder voor een clubbaan - is dat in de gemotoriseerde voertuigen geen decoder behoeft te worden ingebouwd. Het systeem is voor alle schalen geschikt (ook schaal Z, 1:220), maar alléén voor gelijkspanning.
Er is ook een nadeel: bijzondere functies zoals fluiten, motorgeluid, rangeerseinen en dergelijke, worden niet ondersteund.

Bovenstaande systeem heet MpC-Classic. Gahler und Ringstmeier levert ook een systeem voor de digitale modelspoorbaan, genaamd MpC-Digital.


Meer informatie

Encyclopedie:
Externe website:
(G&R) (MpC).




Hoofdpagina  Categorie-index  Index  Menu
Vorige | Volgende
Contact met de redactie: Contact met de redactie 


Laatste wijziging: 3 mrt 2016 15:10 (UTC)